Stel je eigen Praxiteles samen

Na meer dan 2400 jaar is er geen enkel beeld over van Praxiteles. Toch weten we uit klassieke bronnen dat hij een van de grootste beeldhouwers ooit was. In het Louvre is een grote expositie van oude en recentere kopieën.

Hoofd van de Afrodite van Knidos op de expositie in het Louvre. Deze kopie uit de tweede eeuw v. Chr. wordt beschouwd als de beste. Rechts een torso van het zelfde beeld. (Foto AFP) ILLUSTRATION PAPIER:"LE LOUVRE A LA RECHERCHE DE PRAXITELE" PAR FABIENNE FAUR- Photo prise le 16 mars 2007 d'une tête féminine en marbre d'Asie Mineure, réplique du type de l'Aphrodite de Cnide, dite tête de Kaufmann, présenté à partir du 23 mars au Musée du Louvre à Paris, dans le cadre d'une exposition sur le sculpteur grec du IVe avant J-C. Praxitèle. Le musée du Louvre présente une centaine de sculptures dont une seule pourrait, peut-être, être attribuée au sculpteur "dont la renommée fut chantée dans toute la littérature antique", dit Alain Pasquier, patron du département des antiquités grecques, étrusques et romaines du Louvre AFP PHOTO FRANCOIS GUILLOT AFP

„Maar waar is nou Praxiteles?”, luidt de boze reactie in het gastenboek in het Louvre. De posters overal in de stad van een halfnaakte Afrodite en vooral de titel Praxitèle doen vermoeden dat het Louvre een overzichtsexpositie brengt van de Griekse beeldhouwer.

„Wie dat verwacht, komt bedrogen uit”, geeft Alain Pasquier toe. Hij is hoofd van de afdeling Antiquiteiten van het Louvre en één van de samenstellers. Op de expositie zijn ruim honderd beelden uit Europese musea te zien, maar van niet één is met zekerheid te zeggen dat het door Praxiteles zelf is gemaakt. Sterker nog, bijna allemaal zijn het Romeinse kopieën en dus zeker niet door hem gemaakt.

Praxiteles (ca. 395 – 330 v. Chr.) is de bekendste beeldhouwer uit de Griekse oudheid. Klassieke auteurs als Plinius de Oude, Cicero en Pausanias prijzen de schoonheid van zijn beelden. Hij verwierf roem door als eerste een vrouwelijk naakt van marmer te maken. Van overal kwamen toeristen naar Knidos (nu West-Turkije) om in een heiligdom het beeld van Afrodite te bekijken. Uit de bronnen is verder bekend dat hij uit een familie van beeldhouwers kwam, dat hij twee zonen had die ook het vak kozen en dat hij heftig verliefd was op de prostituee Phryne, die voor veel beelden model zou hebben gestaan. Maar van zijn werk is niets bewaard gebleven. Ook de Afrodite van Knidos zou in 475 bij een brand verloren zijn gegaan.

Pasquier begrijpt de boze reactie in het gastenboek. „Het is met Praxiteles anders dan met schilders als Ingres en Poussin, van wie door brieven en andere bronnen gegevens bekend zijn. Toch verdient Praxiteles een aparte expositie.” Hij wijst naar het bronzen beeld bij de ingang dat in de zestiende eeuw voor het kasteel van Fontainebleau werd gemaakt. „Geïnspireerd op de Afrodite van Knidos.” Dat geldt ook voor vele beelden uit de Romeinse tijd. In de negentiende eeuw waren beelden en het leven van Praxiteles een inspiratiebron voor kunstenaars. De tentoonstelling wil laten zien hoe in verschillende tijden tegen Praxiteles is aangekeken en hoe wetenschappers proberen zijn oeuvre te reconstrueren. De zoektocht voert langs afbeeldingen op munten, verwijzingen in bronnen, kopieën uit de Romeinse tijd en opgravingen.

Op basis van munten uit Knidos met een staande naakte vrouw gaat men ervan uit dat twee Romeinse beelden – nu in het Vaticaan – het beste de oorspronkelijke Afrodite weergeven: een staande naakte vrouw met opgebonden haar kijkt naar links, terwijl ze haar rechterhand voor haar onderbuik houdt en met haar linker een kledingstuk van een vaas pakt.

Adolf Furtwängler (1853-1907) schreef met grote stelligheid beelden aan Praxiteles toe, stelde vast dat Afrodite, Eros en saters tot zijn favoriete onderwerpen hoorden en onderscheidde vroege en late werken. Sindsdien geldt de stijl van Praxiteles als sensueel en zwierig. Veel van de beelden vallen op door een s-lijn, de bovenlichamen hellen zo ver opzij dat ze in het echt zouden omvallen. De laatste twintig jaar is volgens Pasquier Furtwänglers methode in diskrediet gebracht door geleerden als de Italiaan Antonio Corso die doorslaan met toeschrijven . „Een gek!” roept Pasquier uit bij het horen van die naam. Weer diplomatiek: „Corso kent de geschreven bronnen als geen ander. Maar soms reconstrueert hij hele beelden op basis van maar twee zinnen.” Het andere uiterste zijn geleerden die alleen de Afrodite van Knidos aan Praxiteles willen toeschrijven. Pasquier vindt dat er goede redenen zijn om te zeggen dat drie typen beelden behoren tot het oeuvre: de Afrodite van Knidos, de Apollo Sauroktonos (Apollo die op het punt staat een hagedis op een boom te doden) en de Rustende Sater. „Een type zegt echter nog niets over de stijl, dat is waar.”

De expositie is op drie manieren te bekijken. Wie het verhaal van de samenstellers volgt, zoekt de verschillen tussen de naast elkaar staande Venus Belvedere en de Venus Colonna, die de Afrodite van Knidos zouden weergeven. Verder stel je vast dat de Apollo Sauroktonos uit het Vaticaan veel levendiger is dan die van het Louvre en verbaas je je er over dat een Griekse geleerde een majestueus, streng hoofd het enige overgebleven origineel noemt. Lieflijke hoofden waren toch een kenmerk van de beeldhouwer die liever met marmer dan brons werkte? Kortom, je maakt net als de geleerden van de getoonde beelden, fragmenten en brokstukken je eigen Praxiteles.

Je kunt je ook gewoon vergapen aan de bijeengebrachte topstukken. Alleen al het dynamische bronzen beeld van de Dansende Sater uit het Italiaanse Mazara del Vallo – door één Italiaan aan Praxiteles toegeschreven – is een reis naar Parijs waard.

Tot slot is het, onbedoeld, een conceptuele kunstinstallatie. Centraal staan de twee sokkels met de inscriptie ‘Praxiteles heeft [dit beeld] gemaakt’. Ze zijn leeg.

Praxitèle. Musée du Louvre, t/m 18 juni, www.louvre.fr