Scheefgegroeide economie weer in balans

Het gaat goed met de wereldeconomie, stelt het IMF. Maar de toegenomen complexiteit van de internationale financiële handel vormt wel een groeiend risico.

Met een expansie van 4,9 procent dit jaar en een voorziene groei in 2008 in dezelfde orde van grootte creëert de wereldeconomie een periode van voorspoed met een duur die in meer dan dertig jaar niet is voorgekomen. Dat voorziet het Internationaal Monetair Fonds (IMF) in zijn jongste World Economic Outlook. Beter nog: de groei is nu beter verdeeld dan voorheen. Een teruglopende Amerikaanse economie, die dit jaar slechts 2,2 procent groeit, staat tegenover een verhoudingsgewijs gunstige groei in Europa en Japan. De vier opkomende landen, Brazilië, Rusland, India en vooral China zijn de slagroom op de taart, met een groei die uiteenloopt van 4,4 tot 10 procent.

Zo zou de wereldeconomie een start kunnen maken met wat in internationale financiële kringen global rebalancing heet: het weer in balans brengen van de scheefgroei die de afgelopen tien jaar is ontstaan. Het gapende tekort op de Amerikaanse betalingsbalans, het resultaat van overconsumptie in de VS en overtollige besparingen in de rest van de wereld, kan daardoor dichtlopen. In 2006 bereikte dat Amerikaanse externe tekort nog een adembenemend record van 856,7 miljard dollar, ofwel 6,5 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Per werkdag moest het buitenland zo ruim 3 miljard dollar naar de VS overmaken, wat een stijgend risico werd voor de houdbaarheid van de Amerikaanse dollar. Dit jaar loopt het gat, dankzij de afvlakkende economische groei in de VS, terug naar 6,1 procent van het bbp, om verder te dalen tot 6 procent in 2008. Dat is overigens nog steeds zeer hoog, maar de stijgende lijn is doorbroken.

Dat wil niet zeggen dat de risico’s sterk verminderd zijn voor de wereldeconomie. Een nieuwe boeman heeft zijn intrede gedaan: de omvang en complexiteit van de internationale financiële markten. Deze week publiceerde het IMF een halfjaarlijks rapport dat onder de huidige omstandigheden belooft interessanter te worden dan de Outlook: het Global Financial Stability Report. Het geeft blijk van de nieuwe rol die het IMF zichzelf toedicht als bewaker én onderzoeker van het financiële systeem.

Dat is geen overbodige luxe. In februari en maart van dit jaar ging er een kortstondige schok door de financiële markten, nadat de beurs van Shanghai was gekelderd en er een probleem leek te rijzen op de Amerikaanse hypotheekmarkt.

De angstreactie onderstreepte hoe enorm en complex de financiële handel geworden is, en hoe de markten zijn gegroeid ten opzichte van de reële economie. Ook vorig jaar rond deze tijd deed zich een schok voor. Beide keren liep het – vooralsnog – met een sisser af. Maar de vraag rijst wel hoe gezond de sfeer is op de markten nu jaren van economische stabiliteit en voorspelbaarheid het nemen van risico’s hebben aangemoedigd. „We lopen in een droog bos”, zei IMF-directeur Rodrigo de Rato deze week. „En dan moet je voorzichtig zijn met vuur.”

Jaime Caruana, verantwoordelijk voor het rapport, stelde dat sinds vorig jaar de macro-economische risico’s voor de wereldeconomie weliswaar zijn teruggelopen, maar dat de markt- en kredietrisico’s zijn gestegen. Hij somde de voornaamste aandachtsgebieden op. Allereerst is dat de Amerikaanse hypotheekmarkt, maar er is ook verhoogde waakzaamheid voor de opkomende industrielanden waar in toenemende mate in buitenlandse valuta’s wordt geleend. Overtollig lenen in andere munten was per slot van rekening de lont in het kruitvat van de Aziatische crisis van 1997-1998. Daarbij komt de opkomst van private equity en de bijbehorende overnamegolf die wordt gefinancierd met veel schulden.

Geen van deze drie ontwikkelingen vormt op zich een directe bedreiging, stelt Caruana, maar de markten zijn zo verweven en onoverzichtelijk geworden dat een probleem in elk van deze categorieën een kettingreactie teweeg kan brengen. De internationalisering van financiële instellingen zoals banken brengt dan als risico met zich mee dat schokken niet lokaal blijven, maar overspringen naar andere landen. De toegenomen complexiteit van het financiële systeem maakt het vervolgens lastig om een crisis het hoofd te bieden.

Dat wil niet zeggen dat het IMF angstig is. Zoals de meeste beleidsmakers en denktanks huldigt de organisatie de moderne revolutie van de financiële markten, omdat risico’s beter gespreid worden en de internationale allocatie van kapitaal er efficiënter van wordt. Dat neemt niet weg dat er, in de woorden van Caruana, plekken zijn op de financiële markten die kwetsbaar zijn. „We hebben enkel een vage notie waar de risico’s van de steeds complexere financiële handel zich ophouden.” Gelukkig, stelt hij, geeft de voorspoedige periode in de wereldeconomie beleidsmakers de kans om vooruitgang te boeken bij het in kaart brengen van het moderne financiële systeem. Maar het IMF moet er zelfs dan rekening mee houden dan juist de lange periode van voorspoed de markten kan hebben gemaakt tot wat ze nu zijn: een – om in Amerikaanse termen te blijven – gorilla van 500 pond.