Paul Chan

Niets machtelozer dan een val. In tekenfilms en slapstick wordt er veel gevallen en weer opgestaan, maar in het echt loopt het eigenlijk nooit goed af. In de lichtinstallaties van de Amerikaanse kunstenaar Paul Chan (1973) in het Stedelijk Museum CS vallen mensen omlaag, de een na de ander. Ze doen denken aan de mensen die op 9/11 van het WTC sprongen. Alleen zijn het hier schaduwgestalten die tollend, kantelend, wentelend, ineengekrompen en met armen en benen gespreid door de lichtvlakken op de vloeren trekken. Een apocalyptisch beeld, zo lijkt het. Maar deprimerend zijn de lichtprojecties van Chan niet. Ze brengen een lichter aspect van het vallen aan de oppervlakte, een aspect dat onder de dramatiek van het vallen verborgen ligt. Zijn gestalten vallen niet te pletter. Het enige wat ze doen, is vallen. Ze hoeven zich niet langer overeind te houden en worden nergens meer door belemmerd. Voor zolang het duurt zijn ze bevrijd. Maar de projecties zijn nog dubbelzinniger. In tegengestelde richting zie je schaduwen van vorken, lepels, dozen, auto’s en mobiele telefoons. Welke uitwisseling vindt hier plaats? Is de geschiedenis een rad dat onophoudelijk mensen doordraait en verwerkt, en al doende allerlei dingen de wereld in slingert? Er zijn vijf schaduwprojecties van Chan, vier op de vloer en één op een muur. Verder hangen er tekeningen met houtskool, knip- en plakwerk met zwart papier – studies van schaduwen. Lights and Drawings is Chans eerste grote expositie in Europa. Hij liet zich inspireren door late werken van componisten als Liszt en Beethoven. Aan het eind van hun leven overzagen zij hun oeuvre en brachten het tot zijn essentie terug, haast tot een punt waarop de composities uiteenvallen en de stilte het overneemt.

Paul Chan: Lights and Drawings tot 10 juni Stedelijk Museum CS, Oosterdoksekade 5, Amsterdam. Dag 10-17u