Opnieuw 15 jaar geëist tegen Frans van A.

Tegen de Nederlandse zakenman Frans van A. is gisteren voor het Haagse gerechtshof opnieuw vijftien jaar gevangenisstraf geëist wegens medeplichtigheid aan oorlogsmisdaden en genocide. Anderhalf jaar geleden veroordeelde de Haagse rechtbank Van A. al tot vijftien jaar cel.

Het Openbaar Ministerie (OM) verdenkt de zakenman ervan dat hij grondstoffen voor gifgas leverde aan het voormalige Iraakse regime van Saddam Hussein. Tussen 1984 en 1988 bombardeerde Irak honderden Koerdische dorpen en steden met onder meer mosterdgas. Daarbij kwamen duizenden mensen om.

Justitie was in hoger beroep gegaan tegen het aanvankelijke vonnis, waarin Van A. werd vrijgesproken van medeplichtigheid aan genocide. Voor de opgelegde gevangenisstraf had die uitspraak geen gevolgen: ook voor medeplichtigheid aan oorlogsmisdaden kreeg de zakenman al de maximale gevangenisstraf van vijftien jaar.

Op basis van diverse getuigenverklaringen en telexverkeer tussen Van A. en enkele zakenpartners maakte het OM duidelijk dat de zakenman moet hebben afgeweten van de bestemming van zijn grondstoffen. Zelf houdt Van A. vol dat hij altijd heeft gedacht dat de door hem geleverde grondstoffen werden gebruikt in de textielindustrie.

De advocaten van de zakenman hebben een deel van hun hoop gevestigd op een document dat ze vorige week aan het gerechtshof overlegden. Het OM verliet zich tot nu toe op getuigedeskundige Cees Wolterbeek, die berekende dat het zeker is dat er met behulp van Van A. geproduceerd mosterdgas op het slagveld is terechtgekomen. Het nieuwe document, afkomstig uit de bibliotheek van het Britse Lagerhuis, vermeldt honderden tonnen door Groot-Brittannië geleverde thiodiglycol waarmee Wolterbeek geen rekening heeft gehouden. Volgens de advocaten is op basis van dit document niet te zeggen of mosterdgas met grondstoffen van Van A. daadwerkelijk is ingezet door Irak.

Het proces gaat aanstaande maandag verder met het pleidooi van de advocaten van Van A.