Nervositeit in proces over mosterdgas

Een Brits onderzoek heeft „een bommetje” gelegd onder het proces tegen Frans van A., verdacht van medeplichtigheid aan genocide in Irak.

Den Haag, 12 april. - Alsof de plaat was blijven steken. Advocaten-generaal Minks en Van Die, aanklagers in hoger beroep tegen zakenman Frans van A., hielden gisteren een requisitoir dat inhoudelijk bijna een kopie was van het verhaal van officieren van justitie Teeven en Polescuk in de eerste rechtszaak. Net als anderhalf jaar geleden betoogde het Openbaar Ministerie (OM) dat Van A. medeplichtig is aan genocide én oorlogsmisdaden. De rechtbank besloot eerder Van A. alleen te veroordelen voor dat laatste feit. Het OM bestreed enkele elementen uit het vonnis, zoals de conclusie van de rechtbank dat Van A. vóór 16 maart 1988 mogelijk niet op de hoogte is geweest van de gruwelen die het regime van Saddam Hussein had begaan.

Slechts één document doet het hoger beroep tegen Van A. wezenlijk afwijken van de aanvankelijke rechtszaak. Vorige week kwamen de advocaten van de zakenman op de proppen met een rapport van het Trade & Industry Committee (handels- en industriecomité) van het Britse parlement. Daarin staat dat Groot-Brittannië in de jaren tachtig zeker 165 ton thiodiglycol, grondstof voor mosterdgas, heeft geleverd aan Irak. Dat zou tien procent van de totale leveranties van die stof aan Irak zijn. Deze informatie is opzienbarend, omdat internationale wapenexperts er geen melding van hebben gemaakt in hun inventarisatie van het complete wapenarsenaal van Saddam Hussein. Die inventarisatie uit 1995 draagt de naam ‘full, final, complete disclosure’ – volledig, definitief en compleet. Op basis van die inventarisatie berekende getuige-deskundige Cees Wolterbeek, voormalig VN-inspecteur in Irak, dat het zeker is dat er met behulp van Van A. geproduceerd mosterdgas is terechtgekomen op het slagveld dat Irak heeft aangericht in Koerdistan. Toen de advocaten Gijsen en Van Schaik de deskundige confronteerden met de nieuwe gegevens, was hij even van slag. „Als dit waar is, is het wereldnieuws”, aldus Wolterbeek vorige week. Met die nieuwe cijfers zou niet meer met zekerheid te zeggen zijn of Irak de grondstoffen van Van A. daadwerkelijk heeft ingezet bij de bombardementen.

Ook het OM en advocaat Liesbeth Zegveld, die de overwegend Koerdische slachtoffers van de bombardementen vertegenwoordigt, waren even van de kaart door het nieuwe document. Aanklager Minks zei gisteren dat de verdediging „een bommetje” in het proces heeft gegooid. Zegveld was op haar beurt „wel even zenuwachtig”, vertelde ze gisteren. „Dit document had het hele proces kunnen ondermijnen.”

Die zenuwen zijn inmiddels afgenomen: volgens Zegveld blijkt nu dat de Britse leveranties wel in de boeken staan, maar nooit zijn uitgevoerd. De advocaten van Van A. blijven erbij dat de gegevens uit het document kloppen. Het gerechtshof besliste vorige week dat het aan het OM is om vóór 20 april te komen met aanvullende gegevens over het Britse rapport. Het OM blijft zelfverzekerd. Het hof zal niet anders tegen Van A. gaan aankijken, aldus Minks tijdens een schorsing. „Hij blijft een boef.”