Nederlandse ouderen hebben beste verzorging

Ouderen met lichamelijke of geestelijke beperkingen zijn in Nederland, Denemarken en Zweden het beste af. De kans op goede thuiszorg en zorg in een verpleeghuis of ziekenhuis is in Nederland en Denemarken het grootst. In de mediterrane landen is de kans op enige hulp voor gebrekkige ouderen het kleinst.

Dat blijkt uit een onderzoek ‘Verschillen in verzorging’ van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) in Den Haag naar de zorg voor ouderen in negen landen van de Europese Unie, dat vandaag in Den Haag wordt gepubliceerd.

De groeiende groep ouderen en de vraag naar meer en betere verzorging drijft in tal van Europese landen de kosten voor de zorg steeds meer op. Als gevolg van de stijgende behoefte aan langdurige zorg is een aantal landen zoals Nederland, Duitsland, Zweden, Oostenrijk en Engeland bezig het zorgstelsel aan te passen of opnieuw in te richten.

Volgens de onderzoeker Isolde Woittietz van het SCP is Nederland „met het oog op de demografische ontwikkeling in ieder geval op de goede weg is”. De behoefte aan zorg wordt voor een belangrijk deel gedekt door de professionele zorg, zo blijkt uit het onderzoek. En de formele zorg (thuiszorg, verpleeghuis) in Nederland is van een vergelijkbaar hoog niveau als die in Denemarken, de koploper in Europa. Ruim 40 procent van de ouderen in Nederland maakt gebruik van formele zorg. En 25 procent leunt op informele zorg – van echtgenoot, kinderen, familie of buren.

In de Zuid-Europese landen zoals Griekenland, Spanje en Italië is de verhouding andersom. De formele zorg is in deze landen beperkt; het overgrote deel van de ouderen is afhankelijk van informele zorg. „Maar het mediterrane model erodeert’’, zegt Evert Pommer van het Sociaal en Cultureel Planbureau die het onderzoek coördineerde.

Het familiale model staat onder druk door de afname van het aantal gezinnen met kinderen en de stijging van het aantal werkende vrouwen. „Het zijn vooral migranten uit Oost-Europa en Noord-Afrika die het model van informele hulp in de Zuid-Europese landen in stand houden.” Pommer wijst erop dat Spanje en Italië de afgelopen jaren al diverse keren een generaal pardon voor illegalen hebben afgekondigd, omdat ze de migranten hard nodig hebben.

In Nederland, de Scandinavische landen, maar ook in Frankrijk bestaat een veel groter circuit van formele zorg. Hoewel uit een Europees onderzoek Share, dat het planbureau aanhaalt, blijkt dat in heel Europa 70 procent van de ouderen op formele en informele zorg kan rekenen, krijgt 30 procent van de gebrekkige ouderen geen hulp.

„Een raadsel”, zeggen Woittiez en Pommer. Verder onderzoek naar deze groep is geboden, want ook in Nederland gaat het om zo’n 30 procent van de gebrekkige ouderen. „We weten niet of het terecht is dat deze groep geen hulp krijgt”, zegt Pommer. Het kan zijn dat de huisarts geen indicatie afgeeft voor hulp aan deze mensen, terwijl ze die toch nodig hebben. Een andere mogelijkheid is volgens de onderzoekers van het SCP dat deze ouderen de onzichtbare mantelzorg krijgen van naaste familieleden, die echter nergens wordt geregistreerd. Pommer: „Wat dat betreft kan Nederland iets opsteken van Zweden. Daar is de mantelzorg geprofessionaliseerd en is het opnemen van zorgverlof voor ouderen de gewoonste zaak van de wereld.”

Koop het rapport in de boekhandel of bestel het bij het SCP via www.scp.nl