Multifrontaal tegen astma

Huisstofmijt bestrijden, borstvoeding geven én niet roken in de buurt van het kind. Dat is de beste manier om ervoor te zorgen dat een voor allergie gevoelig kind geen astma krijgt.

Bart Meijer van Putten

Een veelzijdige aanpak vanaf de geboorte kan de kans op astma bijna halveren bij kinderen die daar aanleg voor hebben. Aldus hoogleraar Onno van Schayck van de Universiteit Maastricht deze week in het Journal of Allergy and Clinical Immunology.

Van Schayck en zijn groep van het Care and Public Health Research Institute vergeleken de uitkomsten van tien grote onderzoeken naar het voorkómen van astma, de zogeheten primaire preventie. Zo’n preventieve aanpak is nuttig bij kinderen die worden geboren in een familie waarin veel allergie voorkomt, in de vorm van eczeem, hooikoorts of astma.

In de studies met succesvolle uitkomst pakten de onderzoekers het huishouden op vele fronten aan. De kinderen kregen borstvoeding tegen voedingsallergie, een zo rookvrij mogelijke omgeving en ze sliepen op speciale hoeslakens tegen stofmijt. Bij één zo’n studie kregen de ouders ook nog het advies in de eerste levensjaren van hun kind geen katten of honden te houden. De zeven overige onderzoeken draaiden om één maatregel: meestal alleen het bestrijden van de huisstofmijt.

Het resultaat van de analyse was volgens Van Schayck „mooier dan we ooit hadden durven dromen”. Hoe ouder de kinderen werden, des te groter was het effect van een brede aanpak sinds de geboorte. Bij risicokinderen onder vijf jaar nam de kans op astma met 27 procent af. Bij wat oudere kinderen was het effect nog veel duidelijker: het percentage kinderen met astma was 48 procent lager. Huisstofmijtbestrijding als enige maatregel haalde weinig tot niets uit. Dat het effect bij jonge kinderen minder is, kan komen doordat astma bij kinderen onder vijf jaar nog niet met zekerheid vast te stellen is.

Eigenlijk verbaast het Van Schayck niets dat een veelzijdige aanpak bij de preventie van astma effectiever is dan het aanpakken van één factor. „Het is eigenlijk al honderd jaar bekend dat er voor astma niet één oorzaak is.” Naast familiaire aanleg spelen ook omgevingsfactoren een rol, zoals voeding (bijvoorbeeld koeienmelk), allergenen die ingeademd worden (zoals uitwerpselen van huisstofmijten) en roken.

„Het gekke is dat tot nu toe bij het voorkómen van astma toch altijd gedacht is in termen als ‘pak één factor weg, met name huisstofmijt, en kijk wat er gebeurt’. Dat is ingegeven door de vroege successen van rond 1980, waarbij kinderen met ernstige astmaverschijnselen naar Davos gingen en daar in een steriel ziekenhuis verbleven. De klachten namen dan enorm af.”

Methodologisch is het natuurlijk wel verstandig om maar één factor tegelijk te veranderen, erkent Van Schayck, „Maar als een kind erfelijk bepaald overgevoelig is voor huisstofmijt én voor koemelk, werkt dat niet. Als het kind nog wel blootstaat aan koemelk, dan krijgt het toch astma.”

Al lijkt het resultaat van de Maastrichtse analyse overtuigend, toch is er volgens Van Schayck nog geen harde conclusie te trekken: „Het gaat om een vergelijking van de resultaten van tien verschillende onderzoeken. Voor een echt bewijs zou dit nog eens over moeten, maar dan in één en dezelfde studie met vier groepen kinderen: een groep waarin bijvoorbeeld alleen huisstofmijt bestreden wordt, een groep met alleen moedermelk, een groep met de combinatie daarvan en een controlegroep met helemaal niets.”

Of zo’n groot onderzoek er ooit komt, is twijfelachtig. „Zo’n onderzoek kost miljoenen en miljoenen euro’s”, aldus Van Schayck, „Maar nu al is de boodschap helder: als je astma wilt voorkomen bij kinderen met een hoog risico, dan lijkt het combineren van maatregelen zinnig. Als een kind overgevoelig is voor meer dingen, pak die dan allemaal aan. ”