Middenspel 2: KGB-trucs uit de oude doos

1905.jpgHet zijn oude KGB-trucs: betogingen smoren in tegen- en nepbetogingen. In Nizjni Novgorod organiseerden ze recent een volksdans- en kinderfestival op het plein waar ‘Een Ander Rusland’ wilde betogen. Zo kon de politie de pers in elkaar slaan ’om de kinderen te beschermen’.

Poetin schepte in 2000 in zijn boek ‘Eerste Persoon’ op over dat soort KGB-methoden:

Laten we zeggen dat een groep dissidenten in Leningrad (St. Petersburg) bijeen kwam voor een of ander protest … Ze verzonnen een actie en nodigden diplomaten en verslaggevers uit om de aandacht van de wereldgemeenschap te trekken.Wat deden wij? We konden ze niet verspreiden, er was geen bevel dat te doen. Dus organiseerden we een kranslegging op exact dezelfde plaats waar de pers zich verzamelde. We riepen het regionale partijcomité en de vakbonden bijeen, de politie sloot alles af met touwen. Daar kwamen we dan, met fanfarebands en al. We legden kransen. De pers en de diplomaten keken het even aan, gaapten een paar keer en gingen naar huis. Nadat ze vertrokken, gingen de touwen naar beneden en mocht iedereen betogen. Maar niemand had aandacht voor ze.

Poetin vervolgt: Wat de agenten deden, was natuurlijk fout. Het waren manifestaties van een totalitaire staat. Maar de manier waarop we het deden, was verhuld. Het gold als onfatsoenlijk om doorzichtig te zijn.

Vier conclusies. Eén: Zes jaar na dato is ‘wat de agenten deden’ kennelijk niet langer ‘fout en manifestaties van een totalitaire staat’. (Poetin was een van die agenten, maar liegt daarover in het boek)

Twee: deze KGB-methodes zijn in het huidige Rusland juist ’onfatsoenlijk’ doorzichtig: de macht maakt zich er in de ogen van de wereld vooral belachelijk mee. Waarom schiet men toch steeds met kanon op een mug? De toenmalige obsessie van de KGB met dissidenten oogde net zo potsierlijk als de huidige angst voor Kasparov en consorten. Misschien zijn ze dus terecht bang.

Drie: Poetin’s Kremlin houdt teveel van ingewikkelde spelletjes. Typerend voor geheime diensten is een streven naar totale, maar indirecte controle: via agent provocateurs, dubbelagenten en undercovers, via het simuleren van realiteit, facades, neppartijen, nepvakbonden, nepbetogingen. Dat soort controle slaat gemakkelijk om in chaos, zo bleek al vaker. Neem 1905, toen de Russische oppositie en vakbonden gedomineerd werden door undercover-agenten en zo’n agent een revolutie tegen de tsaar ontketende.

En vier: De geschiedenis kent leiders die opscheppen over hun talent als zanger, gladiator, vrouwenjager of bierdrinker, over de atletische wijze waarop ze door brandende hoepels springen zelfs. Maar behalve Poetin ken ik geen leider die aan de macht kwam door op te scheppen dat hij zo handig liegt, veinst en misleidt. U wel? En behalve Russen ken ik geen volk die zulke eigenschappen bewondert in hun leider.