‘Meer boefjes in Amsterdam dankzij EU’

Steeds meer jonge criminelen uit Oost-Europese landen opereren in Nederland. Vooral Amsterdam is „erg geliefd” bij zakkenrollers en winkeldieven. „Ze vormen geen prioriteit voor de Amsterdamse politie.”

Dit zegt Dina Siegel, universitair docent criminologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Volgens Siegel worden jonge criminelen door bendes, maar soms ook door de eigen familie aan het roverswerk gezet. „Oudere familieleden laten neefjes en broertjes onder de twaalf een winkel beroven. Want ze weten dat die niet worden bestraft.”

Afgelopen weekeinde werden zes Oost-Europese zakkenrollertjes teruggestuurd naar Roemenië. De ‘boefjes’, naar eigen zeggen tussen de negen en elf jaar, waren in januari door de Amsterdamse politie aangehouden wegens zakkenrollerij.

Volgens Siegel is Amsterdam „erg geliefd” bij Oost-Europese criminelen. „In Amsterdam zijn veel juwelierszaken op loopafstand van elkaar gevestigd. Dat is aantrekkelijk”. Volgens Siegel heeft de Amsterdamse politie geen bijzondere aandacht voor Oost-Europese criminelen. „De aandacht van de politie in Amsterdam gaat uit naar de Wallen in het Centrum en in bepaalde wijken is de politie te veel gefixeerd op Marokkaanse en Antilliaanse jongeren, zo erg zelfs dat Oost-Europeanen in de ogen van de politie geen potentiële daders zijn. Door de geringe pakkans kunnen ze relatief ongestoord hun gang.” De politie in Amsterdam was vanochtend niet in staat weerwoord te geven.

De toename van het aantal criminelen uit Oost-Europa zette zich in kort nadat de Unie „het licht op groen zette” voor de lidmaatschap, aldus Siegel. Sindsdien mogen Oost-Europeanen zonder visumplicht vrijelijk reizen in Europa. Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt dat in 2002 51 Roemenen gevangen zaten in Nederland. In 2003 waren het er 63 en in 2004 102. Recentere cijfers zijn niet beschikbaar.