Japanse oester baat Waddenzee toch

De Japanse oester blaast de Waddenzee nieuw leven in, zegt bioloog Gerhard Cadée van het instituut NIOZ voor zeeonderzoek. De exotische oester, die eerst als een plaag werd ervaren, kan het herstel van de oorspronkelijke fauna en flora bevorderen. „Een inspectie van Japanse oesterriffen op Texel leert dat mosselen zich tussen de oesters vestigen”, schrijft Cadée in het tijdschrift voor natuurbehoud en natuurbeheer De Levende Natuur. Hetzelfde blijkt op het Duitse eiland Sylt het geval.

De oeroude, metersdikke mosselbanken (opgestapelde matten van aaneengeklitte mosselschelpen) zijn na 1990 in korte tijd volledig opgevist. Heel soms ontstaat echter een nieuw bankje op de wadbodem. Dat moeizame herstel zou door de Japanse oesters versneld kunnen worden. Cadée denkt dat mossels tussen de oesters beschutting vinden tegen vijanden. Dat weegt kennelijk op tegen de eetlust van Japanse oesters, die leven van het broed van kokkels en mossels. „Zo kunnen de oesters meehelpen aan de terugkeer van de mossel in de westelijke Waddenzee”, schrijft hij.

Veel eerder nog dan mosselbanken verdwenen de banken van platte oesters. Daarmee verdween ook het leefgebied van allerlei zeedieren. Nadat de overbeviste schelpdieren in de strenge winter van 1962/63 langs de hele Noordzeekust de genadeklap kregen, hebben vissers ter vervanging Japanse oesters geïntroduceerd uit Brits Columbia, waar ze al eerder uit Japan ingevoerd waren. Inmiddels hebben deze oesters de Waddenzee gekoloniseerd.

Behalve mossels vinden ook strandkrabben, alikruiken en keverslakken een geschikt leefgebied op de nieuwe oesterbanken. Keverslakken zijn er zelfs talrijker dan op de oesterbanken van ruim honderd jaar geleden. Bovendien schuwen vissers de oesterbanken, omdat de Japanse oesters vaak omhoog steken en visnetten openhalen. Daardoor wemelt het op de banken van harders en andere vissoorten. Ook zorgen de nieuwe oesterbanken via de krabben, vissen en mossels voor vogelvoer.

Bioloog Cadée verwacht dat de Japanse oesterbanken ook de terugkeer van zeegras mogelijk maken. Dat groeide ooit in grote velden op de wadbodem, en vormde een kraamkamer voor bijvoorbeeld platvis. De ‘Japanse’ banken steken hoger boven het wad uit dan de oesterbanken van vroeger. In de luwte daarvan kan volgens Cadée zeegras groeien.

Het wordt spannend of Japanse-oesterbanken de rijkdom van de vroegere platte-oesterbanken zullen evenaren. In de jaren dertig van de vorige eeuw werden zelfs in die door overbevissing uitgedunde oesterbanken al 208 diersoorten gevonden, vooral wormen, schelpdieren en kreeftachtigen.