Iran toont geslagen diplomaat

Ontvoerd en mishandeld in Irak. De Iraanse diplomaat Jalal Sharifi doet zijn verhaal – in een rolstoel. Volgens hem deed ook een Amerikaan mee aan de ondervragingen.

Flitslichten weerkaatsen op het spiegelplafond van het Iraanse ministerie van Buitenlandse Zaken als Jalal Sharifi wordt binnengereden in een rolstoel. De tweede secretaris van de Iraanse ambassade in Bagdad werd op 4 februari ontvoerd en gemarteld, volgens hem door leden van de Iraakse geheime dienst die met een Amerikaan samenwerkten. Op 3 april kwam Sharifi vrij, op het hoogtepunt van de Iraans-Britse marinierscrisis.

Gisteren vertelde hij zijn verhaal aan de pers, bijgestaan door twee artsen. „Op weg naar een Iraanse bank werd ik aangehouden in de Arasatstraat in Bagdad”, zegt Sharifi. Volgens hem lieten zijn belagers identiteitsbewijzen zien van de Iraakse geheime dienst. Hij werd in een auto geduwd en naar een onbekende locatie gebracht. Daar werd hij ondervraagd en naar eigen zeggen ook geslagen en mishandeld.

Iran beschuldigde direct na de arrestatie de Verenigde Staten ervan achter de ontvoering te zitten. President Bush had in januari op televisie verklaard dat hij de Amerikaanse troepen opdracht had gegeven om „netwerken van Teheran in Irak op te breken”. Een Amerikaanse overheidsfunctionaris lichtte toe dat de troepen sinds de herfst van 2006 de order hadden om Iraanse agenten in Irak „te doden of te arresteren”. Iran veroordeelde deze kill or capture-strategie direct en sprak van een „terroristische daad”.

Sharifi: „Ze vroegen me waarom de Islamitische Republiek Iran de opstandelingen steunt. Ze wilden weten waarom we contacten hebben met sunnitische geestelijken. Waarom we de regering van Al-Maliki helpen en wat onze contacten met de Koerdische leider Barzani zijn.” Sharifi zegt dat hij door groepen mannen is geslagen, dat hij spuitjes heeft gekregen en dat hij een schijnexecutie onderging.

„Tijdens een tweede ronde van ondervragingen kwam er iemand binnen die zich identificeerde als Amerikaan. Volgens de tolken behoorde hij tot de staf van de Amerikaanse ambassade in Bagdad. Toen ik geen goede antwoorden gaf op de vragen, werd ik langdurig met kabels geslagen op mijn voetzolen. De Amerikaan deed ook mee. Hij dreigde mijn lichaam aan dieren te voederen.”

Er is geen enkele manier om de beschuldigingen van Sharifi te controleren. Op de Iraanse staatstelevisie sprak hij over de Amerikaan als een lid van de CIA, maar dat herhaalde hij niet op de persconferentie. Een vertegenwoordiger van het Rode Kruis, die hem eergisteren bezocht, heeft vastgesteld dat er inderdaad sporen van martelingen op zijn lichaam zijn. Minister van Buitenlandse Zaken Hosyar Zebari zei na Sharifi’s vrijlating in de New York Times „niet zeker te weten wie er achter de ontvoering zat”. Amerikaanse instanties in Bagdad ontkennen er iets mee te maken te hebben.

Vijf Iraanse diplomaten, die op 10 januari werden opgepakt in Arbil, Noord-Irak, worden nog vastgehouden door het Amerikaanse leger in Irak. Volgens de VS zijn de mannen geen diplomaten maar leden van de Iraanse revolutionaire garde.

Een Amerikaanse woordvoerder liet gisteren weten niet van plan te zijn het vijftal vrij te laten. Daarnaast zeggen de VS nu bewijs te bezitten dat Iran, een shi’itisch land, sunnitische opstandelingen in Irak steunt. Deze bewijzen zijn niet openbaar gemaakt.