Het mythische Londen

Eind jaren zestig verscheen een aantal legendarische ‘Swinging London-films’.

Dat niet alles swingde, blijkt nu uit een retrospectief.

„Are you a mod or a rocker”, vraagt een journalist aan Ringo Starr in de eerste Beatles-film A Hard Day’s Night (Richard Lester, 1964). Starr antwoordt op geestige wijze: „I’m a mocker” – een spotter.

Dat is een typisch Britse woordspeling, en tegelijk een rake typering van de films uit het programma Swinging London, dat vanaf deze week in diverse filmhuizen wordt vertoond. Er wordt met veel de draak gestoken in de films die tussen 1964 en 1970 werden gemaakt in Groot-Brittannië. Het meest systematisch in The Magic Christian (1969) waarin Peter Sellers als de puissant rijke Sir Guy Grand de langharige hippie Ringo Starr adopteert, waarna ze samen het Britse establishment op stelten zetten. Alle heilige Engelse huisjes moeten er aan geloven in de film, die aantoont dat met geld werkelijk alles te koop is: van de hondenshow via de vossenjacht naar de jaarlijkse roeibootwedstrijd tussen Oxford en Cambridge.

De Swinging Sixties-films die Filmhuis Den Haag naar Nederland haalt vallen tussen de films uit de British New Wave, die midden jaren zestig over zijn hoogtepunt heen was, en de jaren zeventig waarin sekskomedies (Confessions of a Window Cleaner en de Carry On-films) nog wat mensen naar de bioscoop trokken. Waar de New Wave zich concentreerde op kitchen sink-realisme, met veel aandacht voor de sores van de arbeidersklasse in het noorden van Engeland in grauwe industriedorpjes, daar spelen de Swinging London-films zich voornamelijk af in Londen, de stad die door het Amerikaanse Time Magazine in 1966 was uitgeroepen tot „the place to be”: „In a decade dominated by youth, London has burst into bloom. It swings; it is the scene.” Maar ook stilistisch is er een verschil van dag en nacht tussen de New Wave en zijn opvolger. De Swinging London-films zijn speels in hun vormgeving, grijpen verrassend vaak terug naar slapstick en gebruiken voornamelijk popmuziek op de geluidsband. Het meest typerend zijn de films van de uit Amerika afkomstige Richard Lester, verantwoordelijk voor A Hard Day’s Night en The Knack… and How to Get It (1965). Daarin worden beelden soms plotseling versneld of stilgezet en kan een mooi muurtje met vele deuren zomaar aanleiding zijn voor een slapstickachtig nummer, waarin de acteurs gymnastische oefeningen doen. Dat het verhaal dan wordt onderbroken is geen probleem, de vertellingen zijn sowieso episodisch. De soms anarchistische inhoud wordt gekoppeld aan een ontregelende vorm en (sociaal) realisme wordt graag ingeruild voor droom- of fantasiescènes.

Volgens regisseur Peter Whitehead, die die jaren in documentaires als Tonite Let’s All Make Love in London (1967) vastlegde, zijn de Swinging Sixties een mythe. In de terugblikkende documentaire over hem, In the Beginning Was the Image: Conversations With Peter Whitehead (Paul Cronin, 2006), verklaart hij dat het vooral een sombere tijd was: de Vietnamoorlog was in volle gang en het (Amerikaanse) kapitalisme werd meer en meer het dominante economische model. Ondanks de speelse vrolijkheid zit er inderdaad een sombere onderlaag in de films. De moeder van Morgan (in Karel Reisz’ Morgan, a Suitable Case for Treatment, 1966) bezoekt elk jaar met haar zoon het graf van Marx en beweent de verloren klassenstrijd. Ze vindt haar zoon een klassenverrader omdat hij trouwde met een vrouw uit de gegoede klasse die in een kast van een huis woont. Toch heeft Morgan nog een revolutionaire geest: een kamer van het huis heeft hij ingericht met beeltenissen van Marx en Lenin en hij heeft een hamer en sikkel op de muur geverfd.

De stad die voor velen swingde was vooral een plek om te ontvluchten, zoals een model en haar vriend dat doen in John Boormans Catch Us If You Can (1966). Dan blijkt de utopie die ze zoeken – in de vorm van een idyllisch eiland – ook behoorlijk tegen te vallen. Zelfs de Beatles willen in A Hard Day’s Night graag ontsnappen: aan hun gillende fans, maar vooral ook aan de greep van hun manager. Constant knijpen ze er tussen uit of verkleden ze zich. Maar aan het kapitalisme en de entertainmentindustrie valt niet te ontsnappen.

Swinging London. Smashing Films From the Sixties. T/m 16 mei. In: Filmhuis Den Haag; ’t Hoogt, Utrecht; Plaza Futura, Eindhoven; Filmmuseum, Amsterdam; Lantaren/Venster, Rotterdam; Focus, Arnhem.