Het Beest in de Man

Chevrolet Captiva 2.0 Prijs: 44.995 euro Motor: 2.0 VCDI SOHC, 1.991 cc Vermogen: 110 kW / 150 pk / 4.000 tpm Topsnelheid: 180 km/uur (0-100 km/uur 12,2 sec.) L×B×H: 464×185×172 cm Bagageruimte: 85 liter bij 7 stoelen; 1.565 liter bij 2 stoelen

Hij is groot en breed en stoer bedoeld. En sommige mensen vinden hem misschien mooi, de Chevrolet Captiva. Het gaat om „een zuinige SUV [sports utility vehicle] voor het gezin, die probleemloos zeven personen kan vervoeren”. Zegt de folder.

Sport & nuttig & gezin – een alleskunner dus, die geen doelgroep onberoerd mag laten. De jury rukt daarom getweeën uit. De man: voor de beoordeling van praktisch nut. De vrouw: voor doorslaggevende factoren als kleur.

Haar eerste oordeel is onverbiddelijk: „Dat kruis [het Chevrolet-logo voorop] is ontzettend lelijk.” Het tweede: „Nogal een gezinsauto.” Dat geldt niet als aanbeveling.

Ach, wat is mooi? Arbitraire factoren, vindt de man. Je moet niet alles verwachten van een auto die wil concurreren met relatief bescheiden geprijsde SUV’s als de Hyundai Sante Fe en de Kia Sorento. De goedkoopste Captiva kost 37.995 euro, maar met z’n matig presterende 2.4 liter benzinemotor is die niet populair. Beter rijdt en verkoopt volgens Chevrolet het testexemplaar, een twee liter diesel met veel letters, die 45 mille kost.

Instapmodel of testauto, hij biedt je liefst zeven zitplaatsen. Hoewel: de twee omklapstoeltjes achterin zijn krap bemeten. Instappen is sowieso een toer. Eerst moet de rugleuning van de voorstoel worden rechtgezet, dan kan de middenbank naar voren worden gekanteld. De krappe ruimte die zo ontstaat, biedt toegang tot het schellinkje. Volwassenen valt een langdurig verblijf er absoluut af te raden. Nu is duidelijk waarom het blije gezin in de folder zulke kleine kinderen heeft. Opel, dat zijn Antara in Zuid-Korea op hetzelfde onderstel laat bouwen als dat van de Captiva, beperkt zich wijselijk tot vijf zitplaatsen.

We gaan rijden. De stoelen zijn hard en bieden weinig steun of comfort. „Alsof je in een vrachtauto zit”, vindt de vrouw. Het dashboard – „gadver, glimmend grijs plastic” – is functioneel, overzichtelijk. Tenzij de zon naar binnen schijnt en de onderste displays onleesbaar maakt. Saai ware misschien het woord, als op het scherm van de boordcomputer niet ook een digitaal kompas stond. Ik ben een avontuurlijke auto, roept de Captiva nu. Het Beest in de Man wordt gewekt.

De vrij rumoerige diesel voert de Captiva door het SUV-vijandige Nijmegen. Achteruit inparkeren blijkt, ondanks 1,85 meter breedte maar met parkeersensoren, geen probleem. Alleen het stuurgedrag is wat ijl, wellicht omdat zo’n terreinauto vrij hoog op de wielen staat. En de zware dakstijlen tussen voor- en zijruiten belemmeren het zicht flink. Maar avontuur?

Op de Duitse Autobahn moet de S van de SUV zich bewijzen. De Captiva kruipt naar 183 kilometer per uur op de teller; het beest is al ruim voor die top uit man en auto verdwenen.

In de noordelijke Eifel ten slotte gedraagt de auto zich naar behoren. Klimmen en dalen gaan soepel, haarspeldbochtjes worden vlot bedwongen. We verstoken 60 liter diesel voor 620 kilometer, 1 liter per 10,3 kilometer dus. Niet echt ons idee van een zuinige gezinsauto.

Nu het nut nog. Het diepe grind op het eigen erf was vorig jaar nog een sterke Mercedes te machtig, maar wordt nu met vier aangedreven wielen probleemloos getrotseerd. In triomf volgt een rondje door de achterliggende wei. Tot een polsdikke wilgentak in de wielkast slaat en onwrikbaar achter de as geklemd blijft zitten.

Een krik in het zompige weiland gebruiken is geen goed idee. Gelukkig is de schuur met gereedschappen nabij. Hoe zouden berijders zonder kettingzaag dit eigenlijk oplossen? Het Beest in de Man ontwaakt.

Hans Wammes

Hans Wammes, chef eindredactie NRC Handelsblad, rijdt in een Audi A8. De vrouw rijdt in een (rode) Porsche Carrera.