Goed toezicht beperkt de topinkomens

Het ‘wegbelasten’ van te hoge topinkomens is geen goed idee. Beter is het om het toezicht op de hoge inkomens te verbeteren. Als de raden van commissarissen hun werk goed doen, blijven de inkomens redelijk. En laat die raden niet bestaan uit ex-bestuurders, schrijft Jan Bouwens.

Links Nederland vindt het onrechtvaardig dat topbestuurders een hoog salaris innen en meent dat het overdreven deel moet worden wegbelast.

De heilzame werking van deze maatregel is echter twijfelachtig, omdat de salarissen tot stand komen binnen de Europese markt. Dat betekent dat de topmanager zijn salariseis zal ophogen met de extra belasting die de overheid oplegt. Of beloning ‘rechtvaardig’ is, wordt door de markt bepaald, niet door de politiek.

Tegenover links staat de VVD met de oplossing dat de markt zijn werk wel zal doen. Dat is echter eveneens een te eenvoudige redenering. Deze markt voor beloning werkt namelijk onvolkomen.

Waar in dit verband onvoldoende op wordt gewezen is het belang van toezicht. Uit onderzoek blijkt dat topmanagers zonder serieus toezicht een hoger inkomen genieten dan topmanagers waarop wel behoorlijk toezicht wordt gehouden. Bovendien genieten zij een inkomen dat minder varieert met ondernemingsprestaties.

De selectiecommissie en de beloningscommissie behoren er binnen de Raad van Commissarissen op toe te zien dat de totstandkoming van de salarissen voor en tijdens de benoemingperiode zorgvuldig geschiedt. Het lijkt erop dat het werk van deze commissies belangrijk kan worden verbeterd. Zie hiertoe onder meer het tweede rapport-Frijns (Monitoring Commissie Corporate Governance Code).

Hoe kan het salaris beter worden bepaald? In de eerste plaats dient de vraag te worden gesteld of het beloningspakket wordt vastgesteld in een markt die wordt gekenmerkt door concurrentie tussen topmanagers en of de markt kan worden overzien door de Raad van Commissarissen (RvC).

Feit is dat de pool van beschikbare topmanagers klein is. De RvC kan de pool natuurlijk niet vergroten, maar zou wel meer moeite moeten doen om meer kandidaten te spreken en niet slechts één kandidaat te benaderen die ‘the perfect fit’ lijkt te zijn. De beoogde manager weet dat hij de enige is en zal daarom zijn prijs verhogen.

Uit onderzoek blijkt ook dat een bedrijf met commissarissen die weinig tijd hebben, slechter presteren en hogere salarissen bieden dan bedrijven met meer toegewijde commissarissen.

Een ander probleem is dat van de berichtgeving over de hoogte van salarissen en opties van topmanagers. Topmanagers bekijken deze tabellen en ieder meent het hoogste salaris waard te zijn. Zij kunnen dit ook beweren bij gebrek aan marktwerking. Ook hier kan de RvC een belangrijke rol spelen. Laat hen de lijstjes ook eens vergelijken. Zijn er objectieve data voorhanden die rechtvaardigen dat ‘hun’ topmanagers in de hoogste regionen moeten zitten? Kan men dit verantwoorden naar de aandeelhouder? Er bestaat een omvangrijke wetenschappelijke literatuur over goede en slechte beloning. Zo moeilijk kan het toch niet zijn.

Een derde probleem is de samenstelling van de Raad van Commissarissen zelf, of beter gezegd, de onafhankelijkheid en deskundigheid ervan. In dat verband is het wenselijk de rol van ex-bestuurders in de RvC te beperken. Recent onderzoek laat zien dat de aanwezigheid van ex-bestuurders in de RvC en in het bijzonder in de beloningscommissie, de kans op te hoge beloning verhoogt.

Kortom, de markt bepaalt wat een rechtvaardige beloning is, niet de politiek. Maar de marktwerking kan beter worden benut dan thans het geval is. De Raad van Commissarissen dient hierin het voortouw te nemen. Als de politiek toch iets wil doen, dan zou ze aan de commissie-Frijns de opdracht kunnen geven om na te gaan of de Raden van Commissarissen wel serieus hun werk doen. Zo niet, dan kan de handhavende macht de RvC hierop aanspreken.

Het zelfbedieningkapitalisme waarvan Marc Chavannes sprak (Opinie & Debat 31 maart), is dus te stuiten met behoorlijk toezicht.

Jan Bouwens is hoogleraar accounting aan de Universiteit van Tilburg.