Dodelijke fusie in de Maghreb

Na de terreuraanslagen van 11 september 2001 in de VS en 11 maart 2004 in Madrid, werd gisteren, op 11 april, Algiers getroffen. En Al-Qaeda heeft het op héél Noord-Afrika gemunt.

Met twee zware zelfmoordaanslagen in de hoofdstad Algiers keerde het bloedige verleden gisteren terug in Algerije. Met dit verschil dat het islamitische terreurnetwerk Al-Qaeda nu een rol claimt in het moslimextremistische geweld, dat in de jaren negentig hoofdzakelijk van eigen bodem was. En dat de hele regio en mogelijk zelfs Europa nu doelwit is. „We zullen niet rusten tot elke centimeter islamitisch land is bevrijd van buitenlandse krachten”, aldus de mededeling van ‘Al-Qaeda in de Islamitische Maghreb’. Daarbij werd ook Al-Andalus, Spanje, genoemd.

De Algerijnse regering rept niet van Al-Qaeda. Maar Al-Qaeda zelf meldde zijn betrokkenheid gisteren al na enkele uren. Bij de aanslagen op het hoofdkwartier van premier Belkhadem en een politiebureau aan de oostelijke rand van de hoofdstad vielen in totaal 33 doden en 222 gewonden – de Algerijnse premier bleef ongedeerd.

Al-Qaeda in de Islamitische Maghreb eiste niet alleen de verantwoordelijkheid op voor de Algerijnse aanslagen, die volgens zijn mededeling – op internet en telefonisch aan zijn Arabische huiszender Al-Jazeera – het werk waren van drie zelfmoordterroristen. Ook werd melding gemaakt van de dood van vier terreurverdachten die een dag eerder in de Marokkaanse stad Casablanca bij een grote politieoperatie de dood vonden. Alle vier bleken bomgordels om te hebben. De Marokkaanse autoriteiten zijn nog op zoek naar tien potentiële zelfmoordterroristen die zich in Casablanca zouden schuilhouden – ook met explosievengordels om.

Aanwijzingen dat het inderdaad om Al-Qaeda gaat zijn onder andere de coördinatie van de zelfmoordaanslagen en de symboliek van de datum: 11 april, na de grote aanslagen van 11 september 2001 en die van 11 maart 2004 in Madrid. En, belangrijker, de fusie tussen de Algerijnse Salafistische Groep voor Prediking en Geweld (GSPC), en Osama bin Ladens Al-Qaeda, waarbij terreurgroepen uit andere Noord-Afrikaanse landen – Marokko, Tunesië, Libië, Mauretanië – zich hebben aangesloten. Deze fusie vormt het verband tussen ‘Algiers’ en ‘Casablanca’. Deze „gezegende unie”, die volgde op een steeds verder gaande toenadering sinds 2003, werd op de vijfde verjaardag van de aanslagen van 11 september 2001 bekendgemaakt door Al-Qaeda’s nummer twee, de Egyptenaar Ayman al-Zawahiri, die de GSPC opriep „een graat in de keel van de Amerikaanse en Franse kruisvaarders te worden”.

In januari kwam de melding van GSPC-leider Abdelmalek Droukdel, ook bekend als Abu Musab Abdel Wadoud, dat de nieuwe Noord-Afrikaanse combinatie de ‘Al-Qaeda organisatie in de Islamitische Maghreb’ zou heten.

[Vervolg ALGIERS: pagina 5]

‘N-Afrikaanse alliantie ook gevaar voor Europa’

De ‘Al-Qaeda organisatie in de Islamitische Maghreb’ is te vergelijken met Al-Qaeda-in-Irak dat onder de Jordaanse terrorist Zarqawi berucht werd. Zarqawi is inmiddels gedood, maar zijn groep leeft in zelfmoordaanslagen voort. De Algerijnse Salafistische leider Wadoud zei in januari te wachten op verdere instructie van het Al-Qaeda-hoofdkwartier.

Washington waarschuwde al maanden eerder voor regionalisering van het terrorisme. „De GSPC is een regionale terreurorganisatie geworden die rekruteert en opereert in al uw landen en verder dan dat”, zei toenmalig terreurcoördinator van het ministerie van Buitenlandse Zaken, Henry Crumpton, ruim een jaar geleden op een conferentie in Algiers. „Zij smeedt banden met terroristische groepen in Marokko, Nigeria, Mauretanië, Tunesië en elders”, zei hij. En hij waarschuwde dat de Al-Qaedaleiders misschien geïsoleerd zaten in hun schuilplaatsen, maar dat dit regionale groepen niet had verhinderd netwerken te vormen.

Na Zawahiri’s bekendmaking nam de terreuractiviteit van wat toen nog de GSPC heette toe. Het opmerkelijkst was een aanslag op een bus met employés van de Amerikaanse onderneming Brown Root and Condor in december, in Bouchaoui ten westen van Algiers, in wat werd beschouwd als veilig gebied. In februari vielen zes doden bij zeven gelijktijdige aanslagen op politiebureaus in de Berberregio Kabylië. De aanslagen werden in de Algerijnse regeringspers op de binnenpagina’s gemeld, en minister van Binnenlandse Zaken Yezid Zarhouni bagatelliseerde het geweld: de GSPC zou zijn gereduceerd tot een paar honderd man in Kabylië.

Maar de Marokkaanse autoriteiten zagen in de fusie en de Algerijnse aanslagen wél een reële nieuwe dreiging, en kondigden een verhoogde staat van paraatheid af. Het State Department waarschuwde Amerikaanse reizigers drie weken geleden voor een „beduidend veiligheidsrisico” in Algerije. Gisteren beperkten verscheidene westerse landen hun ambassadediensten in Algerije en waarschuwden hun burgers voorspelbare routes te nemen. Het Britse ministerie van Buitenlandse Zaken zei berichten te onderzoeken dat terroristen aanslagen beramen op vliegtuigen in Algerije.

De Franse antiterreur-rechter Jean-Louis Bruguière waarschuwde in februari dat de Noord-Afrikaanse alliantie met Al-Qaeda ook een gevaar voor Europa vormt. „De GSPC wil aanslagen plegen in Europa”, zei hij tegen persbureau AP, „en Noord-Afrika destabiliseren.” De Amerikaan Crumpton maakte daar vorig jaar ook al melding van: „We zien toegenomen samenwerking tussen terroristische groepen in de regio en, helaas, ook nieuwe banden met groepen buiten de regio, inclusief Europa.”