De onderschatte macht van publieke pressie

Wat te doen tegen stijgende topinkomens bij bedrijven? Persoonlijke durf en publieke pressie werken, zo leren ervaringen bij Essent en PCM. Wat willen ondernemingsraden?

Eén zwaluw maakt nog geen zomer. Maar als het er twee zijn?

De Tweede Kamer ziet stijgende topinkomens in het bedrijfsleven. De een is bezorgd. De ander is ook bezorgd en wil meer invloed van ondernemingsraden. Een derde is meer dan bezorgd en wil een hoger belastingtarief. Steeds vallen drie namen. ING, Numico, PCM (eigenaar van onder meer deze krant).

Maar bekijk de zaken door een roze bril, of een rode, en zie wat de afgelopen weken is bereikt. Bestuursvoorzitter Michiel Boersma van energiebedrijf Essent, die twee jaar geleden als kop-van-jut fungeerde voor boze politici en klanten, doet een opmerkelijke concessie. Om hem en nog zo’n 19 andere managers aan het bedrijf te binden had Essent een aandelenbeloning bedacht. Managers krijgen geen echte Essent-aandelen, maar een surrogaat. Boersma geeft de opbrengst terug. Het gaat om 1,3 miljoen euro. Hij wil de schijn wegnemen dat persoonlijke financiële motieven een rol spelen bij de fusie met Nuon.

Ander voorbeeld. PCM. De managers realiseren zeldzaam hoge rendementen op een vergelijkbare regeling als bij Essent. De opgedrongen openheid van PCM over de aandelenregeling voor 27 (top)managers veroorzaakte rumoer. Financieel directeur Bert Groenewegen besloot vorige week van zijn opbrengst (bijna een miljoen euro) af te zien.

Wat leren deze voorbeelden? Publicitaire en maatschappelijke druk werkt, al treft het hoofdzakelijk topmanagers. Dat is ook waar de Kamerleden zich op concentreren. Maar hoe moet het met de ‘lagere goden? Mogen die zulke opbrengsten wel houden?

De PCM- en Essent-voorbeelden geven ook aan dat pressie vooral effect heeft bij publieke ondernemingen. Of zij zijn werkelijk publiek bezit, zoals Essent, dat in handen is van gemeenten en provincies. Of het bedrijf heeft een semi-publieke rol, zoals PCM: wel private eigenaren, maar de kranten hebben tevens het karakter van een openbaar nutsbedrijf. De belangrijkste informatiebron voor het ongenoegen van de Kamerleden, zo blijkt uit hun voorbeelden, zijn PCM-kranten.

De afgelopen jaren werden succesvolle verlaging of wijziging van beloningen geforceerd bij vergelijkbare ondernemingen. KPN. Ahold (de gegarandeerde miljoenen van de topman Moberg).

Dit jaar leverde de top van vervoerbedrijf Connexxion, een bedrijf in handen van de overheid, een klein deel van zijn bonus in uit schaamte over de mislukte aanbesteding in Brabant. Minister Wouter Bos (Financiën) beloofde de Kamer gisteren dat hij een activistische aandeelhouder is. Dat wekt verwachtingen voor een aanpassing van de bonusregeling van bijvoorbeeld de NS-top.

Het voorbeeld van PCM illustreert de kracht van openheid. Daar schort het vooral aan bij bedrijven die niet aan de beurs zijn genoteerd. De Kamer concentreert zich vooral op beursgenoteerde bedrijven. Zij geven wel bladzijden informatie over beloningen, en daardoor verdwijnt gemakkelijk het zicht op het geheel. Dat is geen exclusief Nederlands probleem, maar hindert ook beleggers, politici en toezichthouders in de VS en het Verenigd Koninkrijk.

Nederland is wel uniek in de oplossing om ondernemingsraden meer invloed te geven. Hun invloed is enkele jaren geleden juist gereduceerd. Waarom zou een Nederlandse ondernemingsraad, die bij multinationals maar een fractie van de werknemers vertegenwoordigt, een invloedrijke rol spelen bij beslissingen die de top van het hele concern aangaan? Of gaan ING en Shell ook een Amerikaanse ondernemingsraad opzetten? En er is een klein, praktisch probleem: willen ondernemingsraden beloningswaakhond zijn? En zijn zij voldoende onafhankelijk? Kamerlid Weekers (VVD) citeerde gisteren cijfers van adviesbureau Schouten & Nelissen: 43 procent van de ondernemingsraden wil daarover liever niet adviseren.