De hulp zelf is niet goed af

De hulp is doelmatiger. Maar voor werknemers in de thuiszorg pakt de WMO soms negatief uit. Staatssecretaris Bussemaker (PvdA) vindt dat de SP met haar kritiek angsten organiseert.

Staatssecretaris Jet Bussemaker (Volksgezondheid, PvdA) aarzelt geen moment. Haar oordeel over de eerste maanden van de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) is „heel positief’’. Burgers hebben nauwelijks klachten. Wel maakt ze zich zorgen over de positie van werknemers in de thuiszorg. Daarbij merkt ze op dat de maatschappelijke discussie heel erg over de huishoudelijke verzorging gaat. „Maar de WMO is veel meer.”

Gemeenten zijn verplicht samen te werken met organisaties die bijvoorbeeld ouderen en gehandicapten vertegenwoordigen. Zo hebben burgers grote invloed op het beleid. Ook moeten gemeenten nieuwe plannen maken voor zaken als preventieve jeugdondersteuning en geestelijke gezondheidszorg. In haar rapportage aan de Tweede Kamer benadrukt Bussemaker dat de WMO ertoe moet bijdragen „dat alle burgers participeren in de samenleving”.

Concurrentie speelt nu een belangrijke rol in de huishoudelijke hulp. De PvdA was daar nooit een warm pleitbezorger van. De WMO is ook een CDA-wet die veel verwacht van maatschappelijke organisaties. Bent u om?

„Nee, ik ben het er niet mee eens dat de WMO een CDA-concept is. De hele Tweede Kamer, behalve de SP, heeft voor deze wet gestemd. Om het beleid zo dicht mogelijk bij de burger te leggen. Ik vind de WMO ook een fantastische buurtwet die aansluit bij het PvdA-denken. We moeten van de verzorgingsstaat naar een verbindingsstad. Als er één wet is die verbindingen kan leggen, is dat de WMO. Tussen burgers, jong en oud, gezond en gehandicapt. Maar ook tussen verschillende onderdelen van beleid. Bijvoorbeeld door de combinatie van vrijwilligerswerk met maatschappelijke opvang. Deze wet kan ook verbindingen leggen tussen beleidsterreinen, de WMO en de Wet werk en bijstand. Dat sluit erg goed aan bij het PvdA-denken van participatie en actief burgerschap.”

Marktwerking en aanbesteding waren hiervoor niet nodig. Uitholling van arbeidsvoorwaarden dreigt terwijl er een groot tekort aan zorgpersoneel aankomt.

„Uitholling van arbeidsvoorwaarden is ook mijn zorg. Ik maak mij er zorgen over dat mensen in loondienst worden gedwongen als alfahulp te werken. En er zijn toch nog steeds terugkerende geluiden van mogelijk gedwongen ontslagen. Dat is gelukkig nog niet gebeurd, maar dat zou te maken kunnen hebben met de invoeringsperikelen rond de WMO. Ik zie positieve en negatieve effecten van de aanbesteding.”

Wat is positief?

„Dat het werk deels doelmatiger gebeurt. Vroeger is te ruim dure hulp gegeven.”

Zou het ‘Zeeuwse model’ navolging verdienen, waarbij zorgaanbieders alleen tegen vastgestelde tarieven op kwaliteit mogen concurreren?

„Dat is een interessante optie. Het kon soms wel wat doelmatiger. Geld in de zorg en welzijn is er altijd te weinig, dus dat moet je efficiënt besteden. Dan houden gemeenten geld over om dat te besteden aan kwetsbare groepen.”

U vindt dat gemeenten niet met prijsvechters in zee moeten. Kan het Rijk dat sturen?

„Nee, het is gedecentraliseerd. Het zou heel slecht zijn als ik nu zou ingrijpen, maar ik volg het nauwgezet.”

Als gemeenten niet doen wat u wilt, dan heeft u geen sancties?

„Nee, niet wettelijk omdat je het aan gemeenten hebt overgelaten hoe prijs en de kwaliteit zich tot elkaar verhouden. Dat neemt niet weg dat ik mijn voorkeuren heb. Ik vind het niet positief dat zorgaanbieders ver onder de kostprijs gaan zitten om een gunning binnen te halen. Op den duur zou dat verslechtering van de arbeidssituatie betekenen. En als betrokken partijen de 20 miljoen euro die ik heb toegezegd voor personeelsopleidingen willen krijgen, dan wil ik daar ook iets voor terugzien.”

Wilt u af van alfahulpen?

„Er zijn alfahulpen die graag alfahulpen zijn. Dat ga ik niet verbieden. Maar ik vind dat mensen die in loondienst werken niet gedwongen kunnen worden als alfahulp te gaan werken. En die signalen krijgen wij wel. Dat is verkeerd omdat we straks een enorm probleem krijgen met arbeidstekorten in de zorg.”

Kan de overheid een minimumuurtarief vaststellen?

„Dat zou misschien de laatste mogelijkheid zijn, maar nu zou je contractbreuk plegen. Ik ga er van uit dat gemeenten hun verantwoordelijkheid nemen.”

De SP haalt hard uit naar de WMO.

„Elke politieke partij maakt politiek gebruik van ontwikkelingen. Wat de SP doet is de angsten organiseren. Angst van ouderen om hun Truus te verliezen en angst van werknemers om hun baan kwijt te raken. Dat doen ze buitengewoon succesvol. Maar de cijfers kloppen niet met deze angsten. Ik kan me er echter wel iets bij voorstellen. Het is aan mij om de Kamer en ook de SP ervan te overtuigen dat we nu ook met een systeem zitten waarbij we de middelen misschien effectiever kunnen inzetten voor die andere, heel kwetsbare groepen die we willen bedienen. De SP baseert zich op haar eigen meldpunt. Van mij krijgen ze andere, meer representatieve, cijfers. Maar laat ik wel duidelijk zijn: ik zeg ook tegen de werknemers waar de SP voor opkomt, dat ik ook – op mijn manier – voor ze opkom. Dat ik er alles aan doe om ze voor de zorg te behouden. Maar je kan in deze tijd niemand meer in geen enkele sector de garantie geven dat er nooit meer iets gaat veranderen.”