De bruidegom van Dresden Zwarte zelfrelativist

De Amerikaanse schrijver Kurt Vonnegut verwoordde in zijn werk op een speelse manier de cultuurkritiek van de jaren zestig.

Kurt Vonnegut zal de literatuurgeschiedenis ingaan als de auteur van de roman Slaughterhouse Five en daarnaast van nog het een en ander.

De schrijver, die gisteren op 84-jarige leeftijd in New York overleed aan hersenletsel dat hij had opgelopen bij een val, publiceerde in 1969 dat geruchtmakende boek over het bombardement op Dresden. Hoofdpersoon was de Amerikaanse soldaat Billy Pilgrim, een twintigste-eeuwse kruising tussen Candide en Gulliver, die als krijgsgevangene het geallieerde bombardement meemaakte en die, zoals de titelpagina meldt, survived to tell the tale. Zo’n toevoeging was karakteristiek voor Vonneguts oeuvre maar ook een verwijzing naar de autobiografische achtergrond van het boek.

Kurt Vonnegut (geboren 11 november 1922 in Indianapolis) werd in 1943 zelf als soldaat naar Europa gestuurd, waar hij een jaar later in Dresden door de Duitsers krijgsgevangene werd gemaakt. Na de oorlog werkte hij als publiciteitsagent voor General Electric en publiceerde korte verhalen in ttijdschriften als Collier’s en Saturday Evening Post.

Zijn eerste boeken waren aarzelende stappen op het science-fictionterrein, waar hij een alter ego creëerde, Kilgore Trout, die hij vervolgens in zijn hele oeuvre als aanspreekpunt zou blijven gebruiken. Pas met de publicatie van Slaughterhouse Five zou hij naam maken als een van de succesvolle schrijvers van die periode. Het waren zware jaren voor de serieuze literatuur: áls er al gelezen werd waren het neo-naïeve auteurs als Richard Brautigan of romantische mystici als Herman Hesse. En daar voegde Kurt Vonnegut zich bij, die op een speelse, oorspronkelijke manier de cultuur- en maatschappijkritiek van die tijd uitdroeg. De gruwel van Dresden waarvan hij getuige was kon hij na een kwart eeuw alleen maar beschrijven door het verhaal te verpakken in een op Tramalfadore (een andere planeet) gesitueerde fantasie. Zulke ingrepen en enige bewuste publieksirritatie (telkens herhaalde stoplappen als hi ho) maakten hem niet populair bij recensenten, die zijn werk afdeden als ‘literatuur voor leeftijdsloze adolescenten’. Vonnegut boekte succes, maar leed regelmatig aan depressies, in 1984 probeerde hij een einde aan zijn leven te maken. Zijn moeder pleegde zelfmoord in de jaren veertig, kort voor Vonneguts vertrek naar het front.

Ook in zijn latere oeuvre bleef Vonnegut een moeilijk te categoriseren schrijver en hij cultiveerde die status met een soort gretigheid die wel eens te veel werd. Maar zijn humor en originaliteit redden hem dan dikwijls, alsmede een vaak zwarte vorm van zelfrelativering („er profiteerde maar één persoon op aarde van de aanval op Dresden en dat ben ik, ik verdiende met mijn boek drie dollar voor elke omgekomen mens”).

Er volgde na Slaughterhouse Five een omvangrijk en grillig oeuvre. In het prikkelende Breakfast of Champions kondigde hij aan dat hij „geen verhalen meer wilde vertellen” omdat schrijvers de schuld dragen van veel van het ongeluk en geweld in de Amerikaanse samenleving. Dat verhinderde hem niet het boek door nog een tiental andere te laten volgen, waaronder de toekomstfantasie Slapstick en de verzamelbundels Palm Sunday en Wampeters, Foma & Granfalloons.

Zijn thema was en bleef Amerika en zijn zeer kritische kijk op hoe zijn vaderland zich ontwikkelde. Hij was sociaal-democraat en – hoewel te grillig voor enige vorm van dogmatiek – populair in de communistische wereld om die reden. Niet voor niets was een van de hoofdstukken in een aan hem gewijde essaybundel uit de jaren zeventig getiteld Kurt Vonnegut as an American Dissident: His Popularity in the Soviet Union and his Affinities with Russian Literature.

In 1996 kondigde hij, met de gratie hem eigen, al het einde van zijn schrijverschap aan. Hij ontdekte dat de roman Timequake waaraan hij werkte een boek was „which did not work, which had no point, which had never wanted to be written in the first place.” Hij herinnerde eraan dat Johannes Brahms op zijn vijfenvijftigste met componeren was gestopt, en dat zijn eigen vader op diezelfde leeftijd schoon genoeg had van zijn vak. Vonnegut bracht het boek toch uit en redde het door de staketsels van het verhaal te mengen met het verslag van dat falen maar vooral met ontroerende autobiografische snapshots, herinneringen aan zijn familie, en andere onderwerpen die zijn betere werk domineerden: vooral de tragiek van het verdwijnen van de extended family en de vulgarisering van de Amerikaanse cultuur.

Er verschenen toch nog vier boeken. Het laatste was twee jaar geleden de essaybundel A Man Without a Country, bedoeld als een afscheid van de Verenigde Staten van president George W. Bush.

Dertig jaar geleden deed hij in een interview met een Nederlands weekblad nog een bijzonder baanbrekend voorstel in de strijd tegen de teloorgang van het geschreven woord. „Aangezien we te veel schrijvers en te weinig lezers hebben in de VS moet iedereen die van de bijstand leeft elke maand een verslag inleveren van een boek dat hij gelezen heeft. Anders krijgt hij of zij gewoon zijn uitkering niet.” Het was een typische jaren-zeventigoplossing, met ingecalculeerde onhaalbaarheid. Maar de schrijver glimlachte dan ook royaal bij het uitspreken van die woorden.

Rectificatie / Gerectificeerd

In de necrologie van de Amerikaanse schrijver Kurt Vonnegut De bruidegom van Dresden (12 april, pagina 1) stond dat hij in 1943 door de Duitsers in Dresden krijgsgevangen gemaakt is. Dat gebeurde echter tijdens het Ardennenoffensief (december 1944-januari 1945). Later werd hij overgebracht naar een gevangenenkamp in de buurt van Dresden , waar hij in februari 1945 getuige was van het geallieerde bombardement op die stad. De planeet waarop Vonnegut de fantasie liet spelen waarin hij de gruwel van Dresden verpakte, werd in de necrologie Tramalfadore genoemd. Het is Tralfamadore.