Topinkomens zijn troef in de strijd op links

Als PvdA’er ergert Wouter Bos zich aan de hoge inkomens van topmannen. Maar als minister van Financiën wil hij niet ingrijpen. De SP weet wel raad met deze opstelling.

PvdA-leider Wouter Bos had vorig jaar nog zo’n mooie aanval opgezet. Tijdens een televisiedebat op het hoogtepunt van de verkiezingscampagne drukte hij zijn politieke opponent Jan Peter Balkenende in het defensief over de aanpak van topinkomens. Op Bos’ sarrende opmerkingen – „Noem me drie, noem me twee, noem me één maatregel die u genomen heeft om de inkomensverschillen te verkleinen” – wist Balkenende niets anders te doen dan in wanhoop naar RTL-presentator Frits Wester kijken. „U moet het toch echt zelf doen, meneer Balkenende”, improviseerde Wester. Triomfantelijk scoorde Bos zijn punt.

Nu moet Bos het zelf doen. De topinkomens in het bedrijfsleven zijn een bron van linkse ergernis, en Bos is als minister van Financiën eerstverantwoordelijke. Hij ontdekt nu dat het mediagenieke optreden van een oppositieleider van een heel andere orde is dan het beleidsinstrumentarium van een bewindspersoon.

Discussies over topinkomens – in de publieke, de semi-publieke en de private sector – zijn een terugkerend ritueel voor de Tweede Kamer. Tijdens Balkenende-II en -III, toen VVD’er Gerrit Zalm op Financiën zat, was het voor de oppositiepartijen vanzelfsprekend om eensgezind in verontwaardiging op te treden tegen vermeende graaiers en zakkenvullers. SP, GroenLinks en PvdA stonden steevast eendrachtig bij de interruptiemicrofoon en stuitten met hun eisen tot actief overheidsingrijpen op een muur van weigering van het kabinet. Overigens stelde Zalm wel de hoogte van beloningen aan de orde bij bedrijven waarin de staat aandeelhouder is. En er kwamen stappen om de inkomens in de (semi-)publieke sector te beteugelen.

De verontwaardiging in de Kamer is dezelfde, maar het kabinet is van kleur verschoten. Balkenende regeert met PvdA en ChristenUnie, en Wouter Bos moet het sociaal-democratische gehalte van het kabinet gezicht geven.

Eind vorige week stuurde Bos een brief over de topinkomens naar de Kamer. De brief ademt niet de geest van een sociaal-democraat die verontwaardigd is over onaanvaardbare inkomensverschillen, maar die van een prudente minister van Financiën, gesouffleerd door zijn ambtenaren. Na opmerkingen dat de stijging van beloningen ook hem zorgen baart, verwijst Bos naar een commissie die eind dit jaar zal rapporteren. Verder wijst hij op het belang van de concurrentiepositie van Nederland en op de uitwijkmogelijkheden die er bestaan om hogere belastingtarieven te ontduiken. Kortom: als minister neemt Bos niet drie, niet twee en zelfs niet één maatregel om de stijging van topinkomens te beteugelen.

In de Kamer liggen de verhoudingen anders. Daar voert de PvdA strijd met de SP voor het linkse geluid. De SP – en ook GroenLinks – weet zich wel raad met topinkomens en voedt de weerzin in de samenleving tegen grootverdieners. Dat is niet uitsluitend een kwestie van sociale verontwaardiging, het is ook een politiek strijdpunt. Niet langer tegen de ‘neoliberalen’ van het vorige kabinet, maar tegen de PvdA van Wouter Bos.

De strijd tussen SP en PvdA om de hegemonie op links is de belangrijkste politieke krachtmeting van dit moment. En de PvdA is er alles aan gelegen om het initiatief niet aan de SP te laten. Zeker niet op het punt van als onrechtvaardig beschouwde inkomensverdeling. Het nieuwe Kamerlid Paul Tang (PvdA) kwam gisteren met het dreigement verder te willen gaan met de aanpak van topinkomens dan Bos in zijn brief voorstelde. Als het overleg met de sociale partners (vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers) niets oplevert, dan moet de Kamer niet aarzelen zelf met aanscherping van de fiscale wetgeving te komen, zei Tang.

Opmerkelijk genoeg zei een vertegenwoordiger van de FNV gisteren dat de vakbeweging niet van plan is om de topinkomens op de komende participatietop met het kabinet aan de orde te stellen.

De PvdA wil het voorbeeld van Duitsland volgen: een verhoging van het tarief van de inkomstenbelasting met drie procentpunt (van 52 naar 55 procent) voor inkomens boven de 250.000 euro. Met de verwijzing naar Angela Merkel, de christen-democratische bondskanselier, hoopt de PvdA het CDA, dat zelden enthousiast is over belastingverhogingen, over de streep te trekken. De vraag is of het CDA hier gevoelig voor is. Vooralsnog blijft de politieke opwinding over topinkomens een kwestie van de linkse partijen onderling.