Straatsburg: man houdt stem bij embryo’s

Een onvruchtbare vrouw mag van ‘Straatsburg’ haar eigen, bevruchte embryo’s niet laten implanteren. Haar ex-partner mag niet gedwongen worden vader te worden.

De 35-jarige Britse Natallie Evans zal nooit meer eigen genetisch nageslacht kunnen krijgen. Het Europese Hof in Straatsburg oordeelde gisteren dat de Britse embryowet niet strijdig is met de rechten van de mens, in het bijzonder het recht op een ongehinderd gezinsleven. Evans kan altijd nog een kind adopteren of een embryo van vreemde donoren laten implanteren, zegt het Hof met dertien stemmen voor en vier tegen. Maar haar eigen voortplantingscellen is ze voorgoed kwijt. De Britse wet verbiedt implantatie zonder instemming van de spermadonor.

Evans besloot in 2000 met haar vriend bij een IVF-kliniek embryo’s te laten invriezen, toen bij haar eileiderkanker werd geconstateerd. Later wilden ze samen via kunstmatige bevruchting alsnog een eigen kind krijgen. Evans herstelde maar verloor haar eileiders. Haar relatie ging uit: de man trok zijn toestemming voor implantatie van de embryo’s bij zijn ex- vrouw in.

Het Europese Hof oordeelt nu dat de Britse overheid een ‘ruime marge’ toekomt om kunstmatige bevruchting naar eigen inzicht te regelen. Het gaat hier om een moreel en ethisch delicate kwestie, de medische techniek verandert snel en er is in Europa geen juridische consensus over embryoregels, aldus het Hof. In Denemarken, Frankrijk, Griekenland, Zwitserland en Nederland gelden vergelijkbare regels. In Hongarije is het echter de vrouw die als enige juridisch beschikt over de embryo: ook als de partner vertrokken of overleden is. In Oostenrijk en Estland mag de man z’n toestemming niet meer intrekken ná bevruchting. Terwijl in Spanje de man juridisch alleen invloed houdt als hij getrouwd is met de vrouw en bij haar woont. In Duitsland en Italië kunnen geen van beide donoren na de bevruchting meer hun toestemming intrekken.

Uit de gepubliceerde ‘afwijkende meningen’ blijkt dat in de raadkamer vooral is gedebatteerd over het absolute karakter van de Britse regels. In het vonnis wordt erkend dat iedere beslissing één van beiden ‘volledig gefrustreerd’ zou achterlaten. Het zou ook onmogelijk zijn om emotionele en fysieke beproevingen van de vrouw af te wegen tegen het respect voor de beslissing van de man geen kind te willen. De doorslag geeft het contractuele element in hun relatie met elkaar en de kliniek. Zij wist dat het om haar laatste eitjes zou gaan die ze allemaal liet bevruchten door haar partner. Zij wist dat haar partner z’n toestemming weer zou kunnen intrekken. Uit de absolute consequenties van de Britse wet blijkt ook respect voor de vrije wil van burgers. Ook wordt maximale duidelijkheid geschapen voor donoren.

De vier tegenstemmende raadsheren vinden de inmenging van de Britse embryowetgever echter buiten proportie en onnodig. Zij vinden dat het recht van de vrouw wel zwaarder weegt. De zaak gaat ook niet over adopteren of een kind krijgen, maar over het recht om een éigen kind te krijgen. Die mogelijkheid heeft de ex-partner nog steeds. Maar Evans is haar laatste kans nu ontnomen. De Britse wet maakt dus geen reële afweging van beider belangen mogelijk.

Ook vinden zij dat de ex-partner contractueel is gebonden omdat hij vertrouwen heeft gewekt zich aan z’n belofte te houden. Na de bevruchting hoort hij juridisch geen controle meer over zijn sperma te houden – een embryo is een nieuw product van twee mensen. Het is dan onjuist om één van hen het recht te geven ook de geslachtscellen van de ander te vernietigen. De Britse wet is dus, aldus de vier tegenstemmers, onevenwichtig en leidt ertoe dat de vrouw een fysieke en morele last moet dragen die juist niet in overeenstemming is met Europese verdragsregels.

Lees het vonnis via www.echr.coe.int, klik aan: HUDOC, trefwoord Evans