Stiefbroers Azië treffen elkaar

Premier Wen Jiabao is vandaag begonnen aan een driedaags bezoek aan Japan. Beide landen zoeken toenadering. Economisch zijn ze al verweven. Maar toch: het wantrouwen blijft.

China en Japan zijn als „stiefbroeders”, zegt Mineo Nakajima, hoogleraar aan de Akita International University. „We staan dicht bij elkaar, maar als het mis gaat, dan is de wederzijdse wrok veel sterker dan in het geval van vreemden.”

Vandaag ontmoeten de stiefbroers elkaar opnieuw: in de persoon van de Chinese premier Wen Jiabao en zijn Japanse ambtgenoot Shinzo Abe – leiders van de twee belangrijkste mogendheden in Azië. Premier Wen is drie dagen te gast in Japan. Hij zal premier Abe ontmoeten, maar ook de keizer zal hem ontvangen, en hij mag het Japanse parlement toespreken.

De agenda weerspiegelt het belang van de toenadering. „De betrekkingen tussen Japan en China zijn in een cruciale fase beland. Beide landen moeten er alles aan doen om het ijs te breken en de relaties te verstevigen”, zei Wen voor zijn vertrek tegen Japanse journalisten in Peking.

Volgens de Japanse kabinetssecretaris Yasuhisa Shiozaki is er al helemaal „geen ijs” meer in de relatie. Japan en China moeten „hun strategische en voor beide kanten voordelige relatie” verder gaan verdiepen, zei hij. „We hopen op positieve resultaten”.

In ieder geval de Japanse rijstboeren zien die positieve resultaten al. Terwijl premier Wen in zijn vliegtuig nog onderweg was van Seoul – waar hij ook op bezoek was – naar Tokio, werd bekend dat China besloten heeft de import van Japanse rijst weer toe te staan. Japanse rijst werd vier jaar geleden geweerd, zogenaamd uit overwegingen van voedselveiligheid.

In het geheel van de betrekkingen tussen China en Japan is rijst natuurlijk ondergeschikt. De afgelopen jaren heeft het Japanse oorlogsverleden toenadering tussen Peking en Tokio steeds verhinderd. Abe’s voorganger, Junichiro Koizumi, ging elk jaar op bedevaart naar de omstreden Yasukuni-tempel in Tokio. Daar zijn ook oorlogsmisdadigers opgenomen in het pantheon. Die bezoeken stuitten China – en de andere buren – zo tegen de borst, dat de Japanse topdiplomatie in Azië vrijwel stil kwam te liggen.

Tegelijkertijd schroomde het communistische leiderschap in Peking niet om bij tijd en wijle anti-Japanse gevoelens aan te wakkeren om de aandacht af te leiden van onvrede in eigen land. Zo regisseerden de autoriteiten twee jaar geleden felle anti-Japanse demonstraties in enkele steden, en maakten er abrupt een eind aan toen ze al te spontaan dreigden te worden.

Anno 2007 wegen de strategische belangen echter weer het zwaarst, zo blijkt uit Wens bezoek aan Tokio. Gastheer premier Abe staat onder grote druk van de ‘ultranationalisten’ in zijn land om het oorlogsverleden van Japan te relativeren – zie Abe’s recente uitspraken over de kwestie van de ‘troostmeisjes’. Abe moet schipperen, maar hij houdt wel een scherp oog voor de Japanse strategische belangen op langere termijn. Die vereisen goed nabuurschap met de omringende landen – met China op de allereerste plaats. Opvallend: twee weken na zijn aantreden in september vorig jaar ging premier Abe voor zijn eerste buitenlandse reis naar China.

[Vervolg WEN: pagina 4]

WEN

Strategisch belang prevaleert

[Vervolg van pagina 1] Voor China is pais en vrede in de omgeving van vitaal belang om zijn economische opkomst te waarborgen. China en Japan zijn militaire tegenpolen , maar economisch gezien de grootste partners in Azië. Na de EU en de VS drijven de Japanners de meeste handel met China. Hun im- en export steeg vorig jaar met 12,5 procent tot ruim 207 miljard dollar. Japan is de grootste investeerder in China, Hongkong niet meegerekend.

Dat zijn cijfers die de tien jaar geleden overleden opperste leider Deng Xiaoping al voorzag toen hij de Chinese economie opende voor de buitenwereld. Hij vertrouwde de toenmalige Japanse premier Nakasone in 1984 toe het op prijs te stellen als „alle ondernemingen in uw land – grote, middelgrote en kleine – hun samenwerking met ons zouden versterken.”

Die afhankelijkheid bindt China en Japan. Daarom proberen ze nu diplomatieke oplossingen te vinden voor hun (potentiële) conflicten. Zoals die over het oorlogsverleden. Tokio en Peking hebben al historici aangewezen die gezamenlijk de gevoelige onderwerpen in de geschiedschrijving (zoals de Slachting van Nanking) nog eens onder de loep zullen nemen. En Peking reageerde opvallend terughoudend op Abe’s recente uitspraken over de troostmeisjes.

Een ander heikel onderwerp betreft juist de toekomst: de natuurlijke rijkdommen die mogelijk verstopt liggen ondere de bodem van de Oost-Chinese Zee. Voordat het tot echt wapengekletter komt, koersen Peking en Tokio nu aan op een vreedzame, voor beide partijen bevredigende regeling.

Maar de grote vraag is natuurlijk: schrijven premier Wen en premier Abe deze week een eerste hoofdstuk van blijvende toenadering tussen beide rivalen? Professor Shun Yinhong, hoogleraar Internationale Betrekkingen aan de Volksuniversiteit in Peking is optimistisch. „Dit bezoek is bedoeld om vertrouwen op te bouwen. Als ook Abe naar Yasukuni zou gaan, zal dat de relatie opnieuw beschadigen. Maar de Chinese leiders zullen economische en strategische belangen laten prevaleren”.

Professor Nakajima ziet echter nog grote fundamentele verschillen. „Twee gedachten op één kussen”, noemt hij de ambivalente houding van Japan jegens China. De huidig dooi „vloeit vooral voort uit de aspiraties van Peking”, zegt Nakajima. In Japan overheerst het wantrouwen jegens het communistische bewind. Voorlopig blijft Tokio zich richten op de VS en bestaat de stille hoop dat in de verre toekomst een nieuwe generatie leiders in Peking aantreedt die ook democratische hervormingen ter hand nemen. Echte verbroedering is daarom nu nog niet in zicht.