Spiegeltje aan de wand

Chirurg Bauland vindt dat vrouwen prima zelf voor een schaamlipcorrectie kunnen kiezen (nrc.next, 5 april).

Is die keuze echt autonoom?

Het leek een verfrissend liberaal pleidooi van plastisch chirurg Stijn Bauland, ter verdediging van de steeds populairder wordende schaamlipcorrecties (nrc.next, 5 april). Als vrouwen dit zelf willen, waarom zou iemand ze dan tegenhouden?

Maar op zijn argumentatie valt heel wat af te dingen. Allereerst de notie van het ‘zelf willen’. Ja, vrouwen die zich tot een kliniek wenden voor een schaamlipcorrectie, of welke plastisch chirurgische ingreep dan ook, willen dit zelf – ze zijn hier althans (meestal) niet door derden toe gedwongen. Maar de vraag is hoe autonoom die wens tot stand komt in een samenleving gedomineerd door media die voortdurend slechts één soort schoonheid propageren.

Reclames, vrouwenbladen, videoclips en films dicteren massaal een uniform en onwerkelijk schoonheidsideaal dat voor veel vrouwen zonder ingrepen onbereikbaar is: ultradun, strak, glad, opgepoetst, gepolijst. En hoewel de meeste vrouwen ongetwijfeld onderscheid kunnen maken tussen het echte leven en deze gladgestreken fantasiewereld, die als doel heeft kleding en schoonheidsproducten aan te prijzen, nestelt zich door de voortdurende confrontatie ook in hun hoofd onbewust deze notie van ‘mooi’. Vanzelfsprekend willen ze dat plaatje vervolgens benaderen. Uiteraard voelen ze zich goed als dat lukt. Maar als ze in zichzelf willen laten snijden om een onecht ideaal te bereiken, is er wel iets mis.

Natuurlijk, vrouwen hebben altijd willen lijken op het heersende schoonheidsideaal. Maar nooit eerder was dat ideaal zo dominant en alomtegenwoordig als nu. Nooit eerder ook lieten vrouwen en meisjes zich zo massaal vrijwillig chemisch en chirurgisch bewerken – de mogelijkheden daarvoor waren nooit zo talrijk. Na borstvergroting, bilversteviging, botox en liposuctie is nu schaamlipcorrectie weer de trend. Dat is een direct gevolg van het feit dat in Playboys en pornofilms enkel gebleekte, kaalgeschoren en geretoucheerde genitaliën te zien zijn. Want als die kennelijk voorbeeldig zijn, is de conclusie snel getrokken dat alles dat ervan afwijkt abnormaal of zelfs lelijk is.

Met mooi willen zijn, is niets mis. Maar wel als die wens voortkomt uit een fundamentele onzekerheid. Schoonheid levert belangstelling en waardering op, en dat kan heel aantrekkelijk lijken voor wie zichzelf in essentie waardeloos, onzichtbaar of afzichtelijk acht. Maar voor hen is plastische chirurgie geen oplossing. Integendeel: zij kunnen dan wel hun borsten laten verfraaien, maar zullen na verloop van tijd weer hun billen (of schaamlippen) verafschuwen. Zij hebben meer aan de hulp van een psycholoog dan van een plastisch chirurg. Anders is het natuurlijk bij mensen met een aantoonbaar (medisch) gebrek. Maar plastisch chirurgen zouden grote terughoudendheid moeten betrachten bij het inwilligen (of verdedigen, zoals Bauland deed) van al te buitensporige verfraaiingswensen.

Van hun kant zouden vrouwen zich beter moeten wapenen tegen het heersende schoonheidsideaal en de verlokkingen van chirurgische lichaamsverfraaiing. Bijvoorbeeld door zich te realiseren dat dit ideaal vaak commercieel is: als wij maar die crème of dat kledingstuk aanschaffen, dan komt zulke schoonheid misschien binnen handbereik. Als we er in slagen afstand te nemen van dat idee, helpen we niet alleen onszelf, maar dwarsbomen we meteen de hele onzekermakende schoonheidsindustrie. Want zolang wij ons niet lelijk voelen, hoeven we ook die spullen niet te kopen, of de kas te spekken van een cynische plastisch chirurg.

Herien Wensink is redacteur van nrc.next

Lees het betoog van Stijn Bauland terug op nrc.nl/opinie