Shell treft schikking met alle Europese beleggers

Shell gaat 340,1 miljoen dollar (253,3 miljoen euro) betalen aan Europese aandeelhouders als vergoeding voor schade die zij leden door het reserveschandaal bij de oliemaatschappij in 2004. Shell heeft een overeenkomst voor een schikking getekend met grote institutionele beleggers als de pensioenfondsen ABP en PGGM en de Vereniging van Effectenbezitters en Europese zusterverenigingen.

Dat hebben Shell en deze partijen vanmorgen bekendgemaakt. Het Amsterdamse gerechtshof moet de afspraak nog goedkeuren. Shell raakte in 2004 in opspraak toen bleek dat het concern de bewezen olie- en gasreserves volgens de Amerikaanse beursautoriteit SEC te hoog in de boeken had staan. Shell moest de reserves met 20 procent afwaarderen.

Na het schandaal ontsloeg Shell drie van zijn zes topmanagers, besloot het de bijna honderd jaar oude duale Nederlands-Britse bedrijfsstructuur af te schaffen en kreeg het 150 miljoen dollar boete van toezichthouders. Deze boetes zijn onderdeel van de schikking, want Shell gaat proberen deze uit te laten betalen aan beleggers.

De schikking is de eerste waarbij een bedrijf een massaclaim met zijn aandeelhouders treft in Europa en niet zoals gebruikelijk in de Verenigde Staten. Dat is mogelijk doordat Nederland in 2005 naar aanleiding van de Legioleasezaak een wet invoerde die massaclaims hier mogelijk maakt. „Wij zijn een Europees bedrijf met Europese aandeelhouders die hun aandelen hier op de beurs hebben gekocht”, zei juridisch directeur Beat Hess van Shell vanmorgen.

Ook met Amerikaanse aandeelhouders probeert Shell de komende weken tot overeenstemming te komen. In de Europese overeenkomst is een clausule opgenomen dat zij geen hogere vergoeding mogen krijgen dan Europese aandeelhouders. De hoogte van de Amerikaanse schikking zal op ongeveer 80 miljoen dollar uitkomen.