Serviërs om ‘Srebrenica’ veroordeeld

Het hof voor oorlogsmisdaden in Belgrado heeft gisteren vier Serviërs veroordeeld tot straffen van vijf tot twintig jaar gevangenisstraf wegens de moord op zes moslims uit Srebrenica in juli 1995. De moord op de zes raakte in 2005 bekend door een video-opname.

Het proces was het grootste in de geschiedenis van het speciale Servische hof voor de berechting van oorlogsmisdaden. Het was ook het eerste proces van Serviërs tegen Serviërs dat betrekking had op ‘Srebrenica’, de genocide op 8000 moslim-mannen die na de val van de enclave in handen van de Bosnische Serviërs waren gevallen.

Van de vijf beklaagden kregen er twee twintig jaar gevangenisstraf, één – de enige beklaagde die schuld had bekend – kreeg dertien jaar en een werd tot vijf jaar celstraf veroordeeld. De vijfde beklaagde werd vrijgesproken.

De beklaagden waren lid van een beruchte Servische militie, de Schorpioenen. De executie van de zes moslims, nabij Trnovo in Bosnië, gebeurde in opdracht van de leider van de groep, de tot twintig jaar veroordeelde Slobodan Medic. Volgens de rechter blijkt uit niets dat hij van hogerhand opdracht tot de executies had gekregen. Ook de video-opnamen van de moorden werden in opdracht van Medic gemaakt; de band die vorig jaar in de hele wereld op de televisie werd uitgezonden werd bij zijn arrestatie in zijn woning aangetroffen.

De rechter rekende het de beklaagden aan dat drie van hun zes slachtoffers minderjarig waren, dat ze waren gemarteld en dat het ging om burgers, en niet om krijgsgevangenen.

In Servië zelf klonk gisteren direct kritiek op de vonnissen. Familieleden van de slachtoffers vonden de straffen te laag: de beklaagden hadden de maximumstraf van veertig jaar moeten krijgen. De Servische president Boris Tadic sloot zich bij die visie aan: „De enige echte straf voor zo’n misdaad is de maximumstraf”, zei hij.

De mensenrechtenactiviste Nataša Kandic, die het proces namens de familieleden bijwoonde, zei dat de rechter zich gisteren vergiste toen hij vaststelde dat de Schorpioenen een paramilitaire formatie waren. Volgens haar stond de militie onder commando van het reguliere Servische leger. Dat, zei ze, betekent dat Servië mede de schuld draagt aan de genocide in Srebrenica. Eerder dit jaar heeft het Internationaal Gerechtshof in Den Haag vastgesteld dat Servië niet schuldig is aan genocide in Bosnië en dat Servië geen schuld draagt aan het enige bloedbad in de Bosnische oorlog dat als genocide kan worden bestempeld, dat van Srebrenica. Veel neutrale waarnemers twijfelen daar evenwel sterk aan.

De uitzending van de video-opnamen van de moorden in Trnovo veroorzaakte in Servië veel commotie, omdat tot dat moment veel Serviërs ontkenden dat landgenoten in Bosnië oorlogsmisdaden hadden begaan. Na de uitzending was dat niet meer mogelijk. De opnamen toonden hoe de zes moslim-mannen geboeid uit een vrachtauto werden gehaald, hoe ze werden gehoond en bespot en hoe ze uiteindelijk in de rug werden geschoten. (VIP, Reuters, AP)