‘Rouvoet heeft te weinig over jeugd te zeggen’

Minister André Rouvoet (Jeugd en Gezin, ChristenUnie) zou echt verantwoordelijk moeten worden voor jeugdbeleid. Nu gaan te veel andere bewindslieden nog over deelterreinen hiervan.

Dat zei de commissaris voor het jeugd- en jongerenbeleid, Steven van Eijck, gisteren bij een bijeenkomst over de jeugd in Den Haag. Van Eijck zei „niet zorgenvrij” te zijn over de positie van Rouvoet binnen het kabinet. „Als je minister voor Jeugd en Gezin bent, moet je er ook over gaan”, aldus Van Eijck. Andere bewindslieden gaan bijvoorbeeld over integratie, onderwijs en justitie.

In een reactie zei Rouvoet: „Een minister voor Jeugd en Gezin is geen speeltje, het heeft betekenis.”

Van Eijck zette de afgelopen jaren namens het kabinet de problemen in de jeugdzorg op een rij. Hij suggereerde daarbij om het kind centraal te zetten in het beleid en de verkokering in de sector aan te pakken. Hij pleitte ervoor om gemeenten zo veel mogelijk eindverantwoordelijk te maken voor het jeugdbeleid.

De bijeenkomst gisteren was een initiatief van de GGZ Nederland, de MOGroep en de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland. De voorzitters van die organisaties presenteerden een agenda voor de komende jaren en overhandigden die aan Rouvoet. Daarin staat onder meer dat jongeren recht moeten hebben op zorg en op een toekomstperspectief op het gebied van wonen, leren, werken en een zinvolle vrijetijdsbesteding.

Rouvoet zei dat hij de komende weken met alle betrokkenen in gesprek gaat. „Ik wil niet alleen de problemen oplossen, maar ook een visie ontwikkelen op het jeugdbeleid waar we langer wat aan hebben”, zei hij. Daarbij staat het VN-verdrag voor de rechten van het kind centraal, wat Rouvoet betreft. Hij wil „een integrale aanpak” van het jeugdbeleid en ziet de nog op te richten Centra voor Jeugd en Gezin als „kernpunt” van zijn beleid. Rouvoet pleitte er verder voor dat er in alle gemeenten een wethouder Jeugd komt.

Morgen debatteert de Kamer met Rouvoet over het Jeugdbeleid.