Reallife in Uruzgan

Uruzgan Kamp Holland toont het dagelijks leven van Nederlandse militairen.

De zes geportretteerden zijn gefilmd in goede en slechte omstandigheden.

Een ‘docudrama’ over het dagelijks leven van de Nederlandse militairen in Uruzgan. Dat idee ontstond tijdens een kroeggesprek tussen KRO-medewerkers en programmamakers van het productiehuis Pro Camjo.

Het plan voor een zesdelige serie kreeg snel gestalte en werd door de netmanager omhelsd. Maar toen moesten de programmamakers Henk Harding en Kolijn van Beurden het ministerie van Defensie nog zien te overtuigen. „Mijn vrees dat bij Defensie afhoudend zou worden gereageerd, werd niet bewaarheid”, zegt Henk Harding. „Er waait daar een andere wind tegenwoordig.”

De programmamakers kregen toestemming om op open dagen met flyers kandidaten te ronselen. „Bij de mensen die zich hebben aangemeld, speelde ijdelheid geen rol”, zegt Harding. „Ze wilden graag deelnemen om het thuisfront te kunnen laten zien wat ze eigenlijk op zo’n missie doen. Dat sloot uitstekend aan bij ons uitgangspunt. Wij wilden het wereldnieuws, dat normaal gesproken altijd zo ver van je af staat, laten zien door de ogen van een aantal individuen in het leger.”

Uit tien aanmeldingen werden de zes hoofdpersonen van Uruzgan Kamp Holland gekozen. In de eerste aflevering, die vanavond wordt uitgezonden, zijn de zes te zien bij de voorbereidingen voor hun vertrek. Vooral de zorgen van de achterblijvende geliefden en familieleden komen uitgebreid aan bod.

Zo ontpopten de ouders van luitenant Thijs zich aanvankelijk als tegenstanders van de ISAF-missie. Maar bij het afscheid op legerplaats Oirschot verklaarde Thijs’ vader tóch achter zijn zoon te staan. Dat levert een ontroerend moment op in dit eerste deel. De overige afleveringen spelen zich grotendeels af in Afghanistan. Harding wisselde als verslaggever om de paar weken zijn collega-‘camjo’ (camera-journalist) Van Beurden af. Ze kozen voor de camjo-techniek (zie kader) omdat het intiemer werkt bij persoonlijke gesprekken.

Defensie eiste om veiligheidsredenen dat de achternamen van de militairen en details van militaire operaties onvermeld bleven. De programmamakers wilden op hun beurt het betrokken zestal in goede én slechte omstandigheden kunnen filmen. „Op basis van die afspraken kregen we carte blanche”, zegt Harding. „In Tarin Kowt konden we volkomen ons gang gaan, zonder hijgerige voorlichters om ons heen. Die hadden we wél weer nodig zodra we buiten het kamp wilden filmen. Maar daarbij kregen we altijd alle medewerking.”

Even werd die medewerking opgeschort toen uitgerekend Thijs op een patrouille als gevolg van een zelfmoordaanslag gewond raakte. „Ik hoorde in Kamp Holland dat hij aan die patrouille deelnam”, zegt Harding. „Hij werd eerst nogal afgeschermd. Maar toen de arts vertelde dat Thijs ons wilde zien, mochten we toch naar hem toe. Toen schrok ik. Zijn hoofd was bijna twee keer zo groot, zijn hand was aan gort.”

Hij filmde voor de docuserie een gesprek met Thijs en diens arts. Het was óók voor de camerajournalist een aangrijpend moment omdat hij lang met Thijs had opgetrokken. „Aan de andere kant besef je: dit is óók de realiteit van de oorlog. Dat is het duivelse dilemma bij dit werk.”

De aanslag had veel impact op de Nederlandse militairen. „Ik was net Dennis aan het filmen toen we ervan hoorden”, vertelt Harding. „Hij wist niet of zijn vriendin ook in die patrouille zat. Dan film je de angst op het gezicht van zo’n jonge jongen. Dan vóel je de oorlog.”

Harding wilde graag van binnenuit filmen en dat betekent dat hij ook de moeilijke kanten aan bod wilde laten komen. Hij voelde zich in die opgave gesterkt door steunbetuigingen van Thijs’ collega’s.

„Er kwamen jongens naar me toe die zeiden: goed dat de mensen ook de ellende kunnen zien. En niet alleen maar het lachen, zoals bijvoorbeeld Eddy Zoëy liet zien in een BNN-programma.” Harding filmde bijvoorbeeld door Nederlanders getrainde Afghaanse militairen, die twee weken later in lijkenzakken terugkwamen. „Er is op dat kamp veel lol en kameraadschap, maar er is daar óók een oorlog gaande. Dat brengt frustratie en ellende met zich mee.”

Weliswaar was Defensie enthousiast over het eindresultaat, zegt Harding, toch meent hij dat hij een onafhankelijk beeld van de militaire missie heeft geschetst. „Misschien dat de kijker hierdoor een zekere binding krijgt met het leger, dat vaak nogal buiten de maatschappij staat. We hebben de vrijheid gekregen om een buitengewoon intensieve periode uit het leven van die jongens en meisjes vast te leggen. Defensie zal vast wel hopen dat hier een wervende invloed van uitgaat. Maar als dat de bedoeling was geweest, had ik het niet gedaan.”

Uruzgan Kamp Holland´, vanaf vandaag, wekelijks om 20.50-21.25u., Ned. 2.