‘Reageren als Turkije wordt beledigd!’

Na de moord op de Turks-Armeense journalist Hrant Dink hoopten liberale Turken dat Turkije nu zou afrekenen met het extremistisch nationalisme. Maar die hoop blijkt ijdel te zijn geweest.

Het gesprek met Ferit Tunca, de beheerder van de nationalistische Turkse website Türkgündem, begint vriendelijk genoeg. Nee, de vermoorde Armeens-Turkse journalist Hrant Dink zei nooit iets lelijks over Turkije en het is daarom een tragedie dat hij is vermoord. En nee, burgerschap in Turkije is geen kwestie van het juiste bloed of de juiste genen – iedereen die moeite doet de Turkse cultuur te begrijpen, zou burger moeten kunnen worden. Maar dan slaat de sfeer ineens om. Het woord ‘verraad’ valt. „Iedereen die Turkije verraadt”, zegt Tunca, „zal geconfronteerd worden met de gerechtvaardigde woede van het volk.” Als in de toekomst opnieuw een Turkse extreem-nationalist een liberale Turkse intellectueel vermoordt, zal Tunca die daad afkeuren – maar, zo onderstreept hij zes keer, hij zal de moord zeker begrijpen. „Want het Turkse volk moet wel reageren als Turkije wordt beledigd.”

Het is bijna drie maanden geleden dat de moord op Hrant Dink plaatshad. In de dagen na de moord lieten veel liberale Turken zien hoe diep zij waren geschokt. ‘Wij zijn allen Armeniërs’ scandeerden de honderdduizenden die naar de begrafenis van Dink kwamen. Dit was het moment, hoopten liberale Turken, dat Turkije eindelijk zou afrekenen met het extremistisch nationalisme.

Die hoop blijkt ijdel te zijn geweest: het nationalisme in Turkije is nu wellicht sterker dan het was. De krant Agos, waar Dink hoofdredacteur was, wordt bestookt, zo meldt een medewerker, met haatmails uit heel Turkije. Nadat een extreme nationalist een klacht had ingediend is een openbaar aanklager zelfs gaan onderzoeken of de slogan ‘Wij zijn allen Armeniërs’ wellicht strafbaar is. Het beruchte artikel 301, dat belediging van de Turkse identiteit strafbaar stelt en waaronder naast Dink ook Nobelprijswinnaar Orhan Pamuk werd vervolgd, muilkorft nog steeds intellectuelen. Zo wordt het boek van de Britse journalist Robert Fisk wellicht niet in het Turks vertaald wegens zijn opmerkingen over de Armeense genocide. En een grote discussie over het Turkse nationalisme is uitgebleven. Toegegeven, in Turkse kranten schrijft de ene columnist na de ander dat er een ‘slechte’ vorm van nationalisme is – maar dat is vaak niet meer dan een aanloopje om uitbundig de liefde te verklaren aan het heilige vaderland.

Waarom is het nationalisme in Turkije de laatste jaren zo sterk geworden? Professor Ahmet Insel van de Galatasaray-universiteit in Istanbul is een van de weinige academici in Turkije die daarover schrijven. Volgens Insel had er een omslag plaats toen veel Turken beseften dat de Europese Unie Turkije eigenlijk helemaal niet wil. „Voor grote groepen binnen de Turkse bevolking was dit het bewijs dat buitenlandse machten, wat ze ook zeggen, erop uit zijn om Turkije schade toe te brengen.” De weerstand die veel Turken tegen Europa begonnen te voelen sloot naadloos aan bij het speciale karakter dat het nationalisme in Turkije altijd al had. In alle landen wordt nationalisme, aldus Insel, gevoed door economische crises en de angst de eigen identiteit te verliezen. Maar alleen in Turkije komt daar nog iets bij: de angst dat het land opgedeeld wordt. „Fransen zijn niet bang, hoe nationalistisch ze ook zijn, dat Frankrijk uiteen valt. Turken wel.” Die Turkse angst werd gevoed door de Turkse beleving van de ondergang van het Ottomaanse Rijk toen – zo zeggen Turken – Europese landen dat Rijk verkrachtten en leegplukten. „Turkse nationalisten hebben dat hoofdstuk niet kunnen afsluiten.”

Die angst voor opdeling is niet alleen verbonden met kwalijke projecten van Europa – Turkije heeft, zo zeggen nationalisten, ook een vijfde colonne, namelijk separatistische Koerden. Voor Insel was 1999 dan ook een hoopvol jaar. „In februari werd PKK-leider Öcalan gearresteerd en in december werd Turkije officieel kandidaat van de Europese Unie.” Beide ontwikkelingen zorgden ervoor dat Koerdische extremisten hun gewapende strijd staakten en de overgrote meerderheid van de Koerden haar toekomst in Turkije zag. De voedingsbodem voor extremistisch nationalisme werd daardoor verzwakt. Maar Europa liet Turkije vallen en daarnaast vielen de Verenigde Staten Irak binnen.

Zeker dat laatste, aldus Insel, zal de ontwikkeling van het Turkse nationalisme op middellange termijn beïnvloeden. Een mogelijk scenario is dat Irak een totale chaos wordt waar ook Koerdistan onder te lijden krijgt. Als de Europese Unie zich daarnaast vriendelijker opstelt tegen Turkije, zullen de Koerden – net als in 1999 – opnieuw voor Turkije kiezen. Maar als Europa kil blijft en tegelijkertijd Noord-Irak rijker en onafhankelijker wordt zullen veel Koerden Iraaks Koerdistan als hun nieuwe vaderland zien. En als de EU opwarmt maar Noord-Irak tegelijkertijd onafhankelijk en rijk wordt, zal de Koerdische bevolking in Turkije in tweeën splitsen: een deel kiest dan voor Turkije, het andere voor Koerdistan.

En zo lijkt er weinig kans dat het nationalisme op korte termijn aan kracht verliest. Op middellange termijn houdt Insel zelfs rekening met een scenario à la Joegoslavië. „Er zullen dan pogroms plaatshebben waarbij Koerden weggejaagd zullen worden uit de westelijke provincies van Turkije”, zegt de hoogleraar somber. Belangrijke instituties in het Turkse bestel zoals het leger zouden kunnen waarschuwen tegen extremistisch nationalisme. „Maar juist zij”, aldus Insel, „zien het nationalisme als de sokkel waar het Turkse bestel op staat.” Een van de nieuwe ontwikkelingen, aldus Insel, is juist dat gepensioneerde officieren uit het leger eigen extremistische groepjes zijn begonnen.

En zo heeft het Turkse politieke vertoog niet of nauwelijks invloed ondervonden van de moord op Dink. Neem websitebeheerder Tunca. Ook na de moord op Dink neemt hij een woord als „verrader” nog vrijelijk in de mond. Zo laat hij smalend weten dat Armenië al die Turkse demonstranten die ‘Wij zijn Armeniërs’ scandeerden, dan ook maar de Armeense nationaliteit moet geven. En met verraders zit Turkije vol. Je zou zelfs minister van Buitenlandse Zaken Gül een verrader kunnen noemen omdat hij niets doet om de Turkmenen in de Noord-Iraakse stad Kirkuk tegen Koerdische agressie te beschermen. Maar wat doe je met verraders? „Nu nog hebben we artikel 301”, zegt Tunca, „de zaak kan afgehandeld worden voor de rechter.” Maar als dat wordt afgeschaft? Dan sluit Tunca niet uit dat de gerechtvaardigde woede van het Turkse volk tot nieuwe gewelddaden zal leiden. Maar niet degene die de trekker dan overhaalt is verantwoordelijk, vindt hij. „De echte verantwoordelijkheid ligt bij degenen die artikel 301 afschaften.”