Ongesluierd schaken in Afghanistan

Beleidsambtenaar Boy Frank (55) organiseert schaaktoernooien in landen als Afghanistan, Eritrea en Angola. Met onverwachte effecten. „Schaken werkt neutraliserend.”

Den Haag, 11 april. - Het is voorjaar 2003. In de Afghaanse hoofdstad Kabul dromt een groepje gesluierde vrouwen samen voor de compound van de Nederlandse ambassade. Ietwat schichtig kijken ze om zich heen, dan vragen ze de bewaking of ze naar binnen mogen. Via via hebben de vrouwen vernomen dat een medewerker van de ambassade schaaklessen geeft. En dat leidt tot grote opwinding, want onder het Talibaanregime was het strafbaar om deze sport te beoefenen. Als de vrouwen even later een eigen hoekje in de tuin krijgen toegewezen, stijgt de gevoelstemperatuur. En dan gaan voor het eerst ook de sluiers omlaag.

Boy Frank (55), beleidsambtenaar op de afdeling asiel en migratie van het ministerie van Buitenlandse Zaken, draagt vaak dit voorbeeld aan als hem gevraagd wordt waarom hij schaakevenementen in het buitenland organiseert. „Als schaker is iedereen gelijk. Of je nu man of vrouw bent, blank of zwart, minister of student, je hebt allemaal hetzelfde doel voor ogen: een toernooi winnen, liefst van een grootmeester. En dat kan tot ongekende maatschappelijke effecten leiden.”

Zo kon het bijvoorbeeld gebeuren dat de Afghaanse minister van Buitenlandse Zaken in 2003 aan hetzelfde schaaktoernooi deelnam als ISAF-soldaten en oud-strijders. De wapens lagen binnen handbereik, maar niemand die er enig acht op sloeg. „Het geroezemoes tijdens schaaktoernooien werkt neutraliserend”, zegt Frank, die zelf al een halve eeuw schaakt en twee keer van een grootmeester won. „Zonder dat er een gesprek wordt gevoerd leren voormalige tegenstanders elkaar wat beter kennen.”

De eerste keer dat hij een schaaktoernooi organiseerde was in 1983, op de Hollandse Club in Singapore. Frank werd door het ministerie uitgezonden en wilde graag iets doen voor de lokale bevolking. „Ik heb een organisatiedrang”, grinnikt hij. „En het is natuurlijk prachtig als anderen daar het nut van inzien.” Zo meldden zich voor het toernooi in Singapore – een jeugdtoernooi – enkele tientallen jongeren aan. Om een geldprijs te winnen en zich in internationaal verband te profileren. Veel deelnemers hopen als schaker te kunnen doorbreken.

In elke stad waarnaar Frank in de daaropvolgende decennia werd uitgezonden, organiseerde hij schaakevenementen: Moskou, Asmara, Boekarest, Tbilisi, Luanda, Kabul en Teheran. Nu eens voor jongeren, dan weer voor een gemêleerd gezelschap van studenten, diplomaten, militairen en journalisten. „Grootmeesters als Anatoli Karpov en Jan Timman zijn altijd wel bereid zich – in ruil voor een vlucht, hotelkamer en honorarium – in te schrijven. En dat verhoogt natuurlijk de status van een toernooi. Ik vergelijk het een beetje met John McEnroe die een paar dagen lang zijn krachten meet met amateurtennissers. ”

Omdat de toernooien kinderen van de straat houden en in sommige landen de emancipatie van vrouwen bevorderen, betaalt het ministerie van Buitenlandse Zaken een deel van de kosten. Maar als er een grootmeester aan een toernooi meedoet, vindt Frank altijd wel een sponsor om diens vlucht of hotel te betalen. „Die grootmeesters zijn onze grootste kostenpost. Want anders dan bij sporten als golf, voetbal en tennis kun je schaken met geringe middelen beoefenen. Met een paar borden, een geschikte ruimte en een goede organisatie en pr-campagne ben je klaar. ”

Frank, die tussen de bedrijven door ook schaakscholen bezocht in afgelegen oorden als Siberië en schaaklessen gaf aan Afghaanse vrouwen, zegt in de loop der jaren veel te hebben geleerd. „Want de culturele verschillen zijn enorm. Zo hadden wij in Tbilisi de grootste moeite toernooien voor de gewone burger open te stellen – schaken is daar doorgaans voorbehouden aan de elite – en kregen wij in Oost-Europa te maken met oplichters die hoge toegangsprijzen vroegen aan nietsvermoedende deelnemers. In Eritrea hanteerden sommige schakers hun eigen spelregels. En wat te denken van de grootmeester die adviezen influisterde voor een dollar per zet? In elk land worden wij voor uitdagingen gesteld.”

Beschouwt hij de schaaktoernooien als een nieuwe vorm van ontwikkelingssamenwerking? Frank lacht bescheiden. „Ik denk dat we met het schaken in drie belangrijke beleidsdoelstellingen voorzien. De schaaktoernooien zorgen voor positieve media-aandacht in het buitenland. Ze bieden de jeugd een toekomstperspectief. En ze bespoedigen de emancipatie en maatschappelijke betrokkenheid van vrouwen in postconflictgebieden als Afghanistan en Eritrea. Ik denk dat ik die boodschap een dezer dagen aan onze nieuwe minister van Buitenlandse Zaken zal overbrengen.”