Kabinet: hulp van thuiszorg is vaak te goedkoop

Mensen met een beperking moeten het steeds vaker stellen met de goedkoopste en minst opgeleide thuiszorgkrachten, de zogenoemde alfahulpen. Zorginstellingen dwingen hun werknemers in loondienst om alfahulp te worden zodat zij kosten kunnen besparen.

Dat schrijft staatssecrataris Bussemaker (PvdA) vandaag in een brief aan de Tweede Kamer over de eerste resultaten van de invoering van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO). Die trad op 1 januari in werking.

Gemeenten hebben er sindsdien een belangrijke, nieuwe taak bij. Zij moeten voorzieningen treffen die hun burgers in staat stellen een eigen huishouden te voeren. Ouderen, zieken en gehandicapten krijgen hun huishoudelijke verzorging (van stofzuigen tot ramen lappen) niet meer uit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten vergoed, maar van gemeenten die daarvoor van het Rijk 1,2 miljard euro hebben gekregen. Het betreft 400.000 hulpbehoevenden in Nederland.

Bussemaker maakt zich zorgen en noemt de ontwikkeling „ongewenst”. Nu krijgt 80 procent van de hulpbehoevenden de goedkoopste thuishulp over de vloer en 20 procent de duurdere. Voor 1 januari was dat precies andersom.

De duurdere thuiszorgwerknemers zijn opgeleid om stappen te ondernemen als het met een cliënt bergafwaarts gaat. Alfahulpen zijn zelfstandigen en vallen niet onder de cao. De vrees bestaat dat alfahulpen, veelal vrouwelijke parttimers, hun werk op zullen geven wegens hun karige rechten. Dat zou later problemen opleveren omdat er door de vergrijzing alleen maar meer behoefte zal zijn aan huishoudelijke hulp. Bussemaker schrijft dat het haar „uitgangspunt’’ is dat iedereen die nu in de (thuis)zorg werkt voor de gezondheidszorg behouden blijft door bij- en opscholing.

Spannen gemeenten zich daar onvoldoende voor in, dan krijgen zij minder geld. Gemeenten die weigeren in zee te gaan met zorgaanbieders die onder de kostprijs werken en gemeenten waar geen gedwongen ontslagen vallen, kunnen samen een bedrag van 20 miljoen euro tegemoet zien.

Voor burgers verliep de invoering van de WMO „redelijk soepel’’, aldus staatssecretaris Bussemaker op basis van recent onderzoek en klachtenmeldpunten. Gemeenten lieten bij hun selectie van zorgaanbieders kwaliteit zwaarder wegen dan prijs. De keuzevrijheid van mensen is toegenomen omdat gemeenten evenveel of meer zorginstellingen hebben gecontracteerd.

Volgens brancheorganisatie Actiz (500 zorgaanbieders, 400.000 werknemers) is er door de verschuiving van de duurdere naar de goedkoopste huishoudelijke hulp een overschot van 3200 werknemers, ofwel 1300 voltijdbanen. Hen inzetten in plaats van de goedkope variant van hulp zou zorgaanbieders verlies opleveren. Als de aanpak van Bussemaker met het aanbod van 20 miljoen euro mislukt, sluit Actiz gedwongen ontslagen niet uit.