Jazz begeleidt oude filmbeelden De Hef

Concert: Stille Stad, Levende Muziek door het DoelenKwartet en gasten. Gehoord: 10/4 Theater Lantaren/Venster, Rotterdam.

Wat een prachtige, levendige stad was Rotterdam tussen de twee wereldoorlogen. Dat kan zonder meer geconstateerd worden na het zien van diverse avant-garde films uit de jaren twintig, vertoond tijdens het filmconcert Stille stad, Levende Muziek in de componistenreeks van de Rotterdamse School. Gisteravond speelde het modern klassieke Doelenkwartet, aangevuld met instrumentalisten uit de jazz en experimentele moderne muziek onder het witte doek met de beelden van de geluidloze films mee.

Zeven eigentijdse Rotterdamse componisten kozen voor twee invalshoeken: de muziek volgde de beelden ter illustratie of de compositie opereerde juist volslagen autonoom. Ze lieten zich vooral inspireren door straatbeelden uit de vooroorlogse binnenstad en de havens. Ze waren onder de indruk van de oerkracht die uitgaat van de uit staal geconstrueerde bruggen over de Nieuwe Maas, het alledaagse vervoer met auto, truck, trein, paard en wagen, handkar of fiets, maar ook van de nors uitziende verkeersregelaar en de avonturierende knaapjes op wie de ontzaggelijke brug De Hef een onweerstaanbare aantrekkingskracht heeft. De zorgvuldig gebouwde historische huizen, de parken, het trammetje naar Schiedam; alles kreeg een soundtrack.

Componist Oscar van Dillen benadrukt in zijn compositie vooral de herhalende patronen in de stille film De Brug. Cineast Joris Ivens volgde het open en sluiten van de beroemde spoorwegbrug De Hef tot in detail. Zo ook van Dillen, die koos voor een minimal music-achtige benadering qua sfeer en ritme. Het strijkkwartet volgde niet alleen de cadans van de stoomtrein met krassende geluiden maar gaf ook de heftige maar soepel lopende machinerie van de brug een logisch geluid. Verbindend was de grondtoon van de Tanpura, een Indiaas snaarinstrument, die goed gekozen was als zware stem van de imposante brug.

Bij de anonieme beelden van Rotterdamse binnenstad legde componist Andreas Kunstein meer de nadruk op melancholie. Het verlangen naar de stad van weleer, die zijn centrum zo ruw uiteengereten zag in de oorlog, kwam over. Er zaten tranen in zijn muziek. De jazzmusici Arend Niks en Andreas Suntrop hielden het juist lichter. Ook zij hadden een nostalgische benadering, maar hun muzikale visie op een serie korte reclamefilmpjes en de blik op de Koningshaven uit 1925 werd gemengd met Rotterdamse nuchterheid en een klein beetje suspense.

Experimenteler was de vrije compositie van het duo Pierre Bastin en Lukas Simonis. Met op de achtergrond de diverse etalages van de Hoogstraat brachten zij een collage van klankkleur. Door een reeks vervormers en moderne geluidjes transporteerden zij het oude Rotterdam met winkelend publiek naar nu. Het gaf een vervreemdend effect. Juist omdat hun vrije, misschien dwarse opvatting wellicht meer zou passen bij de hedendaagse strakke architectuur. En niet bij de aanbieding van de slechts een paar cent kostende stukken zeep.