In het circus zijn dieren beter af

Bij een circus horen wilde dieren. Tenminste, zo was het totdat dierenactivisten ertegen gingen protesteren.

Vandaag beginnen circussen met een tegenoffensief.

Hooggeëerde lezer: vandaag presenteren wij u het offensief van de circussen tegen dierenactivisten, burgemeesters en politici die makkelijk willen scoren.

Zo zou de Vereniging van Nederlandse Circusondernemingen vandaag de persconferentie kunnen openen waarop de circussen de strijd aangaan met hun opponenten: actiegroepen die hen betichten van dierenmishandeling en gemeenten die geen circussen meer toelaten. Zoals Winschoten, waar de gemeenteraad vorig jaar september een verbod instelde op circussen met wilde dieren als leeuwen, tijgers en olifanten.

Winschoten was de eerste gemeente die dat deed. Volgens de gemeenteraad horen wilde dieren niet in een circus thuis. Ze leven in gevangenschap, moeten voortdurend op transport en worden gedwongen tot het doen van onnatuurlijke kunstjes.

Dierenrechtenorganisaties als Bite Back en Peta strijden al jaren tegen het misbruik van dieren in circussen. Op hun sites laten ze foto’s zien van olifanten aan kettingen en tijgers in veel te krappe kooien. Ze wijzen op het geweld waarmee de dieren trucs worden geleerd en op de miserabele reisomstandigheden. Zoals bij het vervoer van giraffen die, aldus de dierenrechtenorganisaties, met gebogen nek in vrachtwagens staan.

Na Winschoten volgde Amsterdam. Afgelopen januari stuurde burgemeester Job Cohen namens het gemeentebestuur een brief aan de minister van Landbouw. Amsterdam pleit voor een verbod op het gebruik van wilde dieren in de Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren.

Cohen toonde zich bezorgd over het dierenwelzijn. De burgemeester noemde de kunstjes door wilde dieren een vorm van dierenmishandeling. „Het roept bij steeds meer burgers weerstand op.”

Nu, aan het begin van het zomerseizoen, gaat de Vereniging van Nederlandse Circusondernemingen in de tegenaanval. Om te beginnen dagen de circussen Winschoten voor de rechter. Ook verweren ze zich tegen het verwijt dat bij het trainen van wilde dieren – zo’n honderd in Nederland – geweld wordt gebruikt.

Directeur Hans Martens van het Staatscircus van Moskou-Holiday: „De dierenactivisten zijn niet op de hoogte. Ze roepen dat de kooien te klein zijn en de dieren gestresst. Maar hoeveel katten en honden zitten er niet opgesloten in flatjes? En dan heb ik het nog niet over de duizenden vogeltjes in veel te kleine kooitjes.”

Martens zegt de dierenactivisten meermaals te hebben uitgenodigd eens bij een training te komen kijken. „Maar ze komen niet. Het enige waar ze op uit zijn, is ons hun wil opleggen.” Wilde dieren leveren alleen prestaties als ze aandacht krijgen en goed verzorgd worden, zegt hij. „Ze worden gekoesterd. De dieren in de piste zijn artiesten. Als de muziek voor hun optreden klinkt, worden ze wakker.”

En sommige misstanden, zegt Martens, doen zich hier helemaal niet voor. Hij kent bijvoorbeeld geen Nederlandse circussen die met giraffen werken. „En het vervoer van zeeleeuwen gaat in ruime bassins.” De Vereniging van Nederlandse Circusondernemingen adviseert gemeentes alleen vergunningen te geven aan circussen die zich houden aan de gedragsregels van de vereniging.

Van het aantal wilde dieren in circussen, vormen leeuwen en tijgers naar schatting een kwart. Volgens antropoloog Jet Bakels worden zij niet slecht behandeld. Bakels promoveerde in 2000 op Het verbond met de tijger en schreef een kinderboekje over de Engelse leeuwentemmer Alexander Lacey.

Jet Bakels: „De roofdieren in het circus worden al zo’n honderd jaar diervriendelijk afgericht. Het zijn semi-wilde dieren, ze zijn al generaties lang gedomesticeerd.” En, zegt zij ook: „De leeuwentemmer zal altijd proberen de beste vriend van het dier te zijn. Hij voedt het op met hapjes, stukjes vlees en knuffels, om zijn vertrouwen te winnen.”

Het bevreemdt Bakels dat de kritiek zich niet richt op dierentuinen. „Dat laat men liggen: Artis afschaffen kan natuurlijk niet.” De antropoloog denkt dat circusdieren beter af zijn dan dierentuindieren. „Zij krijgen veel meer positieve prikkels, doordat er de hele dag mee gewerkt wordt.”

De vereniging van circussen wijst er ook op dat leeuwen en tijgers in circussen gemiddeld twee tot drie keer zo oud worden als in het wild. Maar volgens dierenactivist Jeroen van Kernebeek van Wilde dieren de tent uit zijn de leefomstandigheden van circusdieren totaal anders. „Neem een olifant. Die is gewend om vijftig kilometer per dag in een kudde te lopen, om voedsel en water te vinden en in de modder te baden. Of neem een tijger. Die leeft solitair in een woud en bewaakt zijn territorium.”

Van Kernebeek heeft goede hoop dat de wilde circusdieren zullen verdwijnen uit Nederland. In Oostenrijk is dat al sinds 1 januari 2005 het geval. De dierenactivist wijst ook op de dompteurs die enkele jaren geleden wegens dierenmishandeling werden veroordeeld. Zij gebruikten de olifantenhaak, stokken met punten en zwepen om hun dieren in bedwang te houden. Van Kernebeek: „Tijdens optredens zie je het nog wel eens: olifanten die in hun poten worden gestoken, om ze maar op hun achterpoten te laten staan.”

Volgens hem wordt bij de training niet geprobeerd vertrouwen te winnen, maar proberen trainers de wil van het dier te breken. Van Kernebeek: „Ik heb met dompteurs gesproken die toegaven geweld te gebruiken. Maar bij een training wordt niemand toegelaten. Als de circussen demonstraties geven, laten ze ingestudeerde acts zien.”

Dompteur Job Lijfering is het daar absoluut niet mee eens. In het Staatscircus van Moskou-Holiday werkt hij met vier Bengaalse tijgers. Zijn dressuur, zegt hij, is gebaseerd op geduld, wederzijds respect en vertrouwen. En ja, er wordt wel eens geweld gebruikt, maar alleen als twee dieren aan het vechten slaan. „Zoals je twee vechtende honden met geweld uit elkaar haalt.”

Ook leeuwentemmer Tom Dieck, die al 35 jaar in het vak zit, zegt nooit geweld te hebben gebruikt. Bij het leeuwenverblijf (10 bij 28 meter) achter de piste van Circus Herman Renz zegt hij: „Als de leeuwtjes negen maanden oud zijn, beginnen we heel voorzichtig met de training. We kijken naar het karakter en merken bijvoorbeeld al gauw of ze graag sprongen maken. Het is ons bestaan, dus we proberen een zo goed mogelijke relatie met de dieren op te bouwen.”

Dieck, zelf actief in de European Circus Association, vindt dat er Europese richtlijnen voor het welzijn van dieren moeten komen. „Dat Oostenrijk een verbod voor roofdierenacts heeft ingesteld, betreur ik. Circus Krone is ertegen in beroep gegaan. Het wachten is op goede regelgeving. Maar voor de dierenbeschermers zal het nooit genoeg zijn.”

Lees de argumenten van de dierenactivisten op www.biteback.be, www.circuses.com en www.wildedierendetentuit.nl

Het verweer van de circussen staat op www.vnco.info.