Illegale houtkap in bos Congo moet aangepakt

Buitenlandse kapbedrijven bedreigen de regenwouden in Congo. Milieuorganisatie Greenpeace zegt in het vandaag gepresenteerde rapport Carving up the Congo dat die bedrijven er destructieve en illegale praktijken op na houden en deels werken op basis van corruptie.

Greenpeace verzet zich tegen de visie van de Wereldbank, die industriële houtkap beschouwt als een manier voor het Afrikaanse land om uit de armoede te komen. Het rapport verschijnt enkele dagen voor een Wereldbankvergadering over de bossen van Congo.

Congo heeft volgens Greenpeace 60 miljoen hectare „ongerept” oerwoud. Kapbedrijven hebben daarvan ruim 15 miljoen hectare in handen gekregen sinds 2002, ondanks een opschorting van nieuwe kapvergunningen. In Congo heerste van 1998 tot 2003 oorlog. Juist door de oorlog bleef het oerwoud grotendeels gespaard.

De kapbedrijven sluiten nu „contracts of shame” af met de lokale bevolking, zegt Greenpeace, waarmee ze vrije toegang tot het bos kopen. „Totdat de overheid de wet kan handhaven, hoort het huidige moratorium op houtkapconcessies te worden gehandhaafd.”

Minister Koenders van Ontwikkelingssamenwerking heeft toegezegd zich in te zetten voor de oerbossen van Congo.