Geobsedeerd door de maan

Gaat de aarde op herhaling? Daar lijkt het op met de nieuwe race naar de maan. Weer is nationale trots de drijvende kracht. Maar ditmaal speelt er meer en zijn er bovendien meer spelers.

Supermacht Amerika en de twee opkomende economische machten China en India zijn begonnen aan een nieuwe wedloop naar de maan. Duitsland, Japan, Groot-Brittannië en Italië doen ook mee, Rusland loopt zich warm. Een vergelijking met de maanrace tussen de VS en de Sovjet-Unie dringt zich op. Net als toen worden wetenschappelijke en economische motieven aangevoerd, maar is nationale trots de echte drijvende kracht.

Wat is het doel, althans het officiële doel? De inrichting van lanceerbases voor reizen naar Mars (vanaf 2030) wordt vaak genoemd. De zwaartekracht op de maan is eenzesde van de aardse zwaartekracht. De maanbodem is rijk aan waterstof en zuurstof. Als Marsraketten op de maan zuurstof en waterstof kunnen tanken, scheelt dat naast de geringe zwaartekracht aanzienlijk vermogen vergeleken met missies vanaf de aarde. Een tweede motief, voor sommigen de belangrijkste reden om te gaan, is de winning van helium-3, een ideale brandstof voor kernfusie op aarde (zie: De maan als nieuwe energiebron).

Begin 2004 lanceerde president Bush een ambitieus Amerikaans maanprogramma. Kosten: 12 miljard dollar, en vanaf 2009 een veelvoud daarvan tot de eerste bemande maanlanding omstreeks 2020. Bush had het over de winning van delfstoffen „die de verbeeldingskracht tarten”. De Amerikanen denken minstens zo hard over heliumwinning als de andere deelnemers, maar uiten hun plannen voorzichtiger, tenslotte moet de winning nog helemaal vorm krijgen. De kaarten zijn er – het ligt vooral in de ‘zeeën’ – maar hoe krijg je het helium naar de aarde?

Het programma van Bush kwam drie maanden nadat de eerste Chinees om de aarde cirkelde. Paul Dickson, schrijver van Sputnik: The Shock of the Century (2001) signaleerde al in 2003: „Amerika zal ernstig moeten overwegen om sterk terug te komen in de bemande ruimtevaart. Het is slecht voorstelbaar dat Amerika de Chinezen, of de Chinezen en de Russen samen, hun gang zal laten gaan bij het verkennen en exploiteren van de maan.”

Een tweede Chinese bemande ruimtevlucht volgde in 2005. Begin dit jaar schoten de Chinezen een eigen weersatelliet met een raket aan flarden om de wereld te tonen dat ze ook dat kunstje beheersen. In 2012 moet er een Chinees robotkarretje over de maan rijden, in 2017 gevolgd door een onbemande missie om maanmateriaal op te halen, zegt Luo Ge, plaatsvervangend hoofd van de China National Space Administration (CNSA). De eerste Chinees op de maan staat gepland voor 2020, al wordt 2017 ook genoemd. Dat is, vrijwel stap voor stap, het scenario dat de VS en de Sovjet-Unie destijds ook volgden.

China wil het kennelijk allemaal zelf gedaan hebben, zoals het ook werkt aan een eigen ruimtestation. Ook de Chinezen noemen de winning van helium-3 als motief, evenals het reizen via de maan naar Mars, waar zij als eersten willen arriveren, vóór de Amerikanen.

Ook India wil het allemaal zelf gedaan hebben. Begin 2008 vertrekt de eerste Indiase verkenningssatelliet naar de maan. Volgens zakenbank Goldman Sachs is India omstreeks 2050 ’s werelds op één na grootste economische macht, na China, en in dat perspectief past een Indiër op de maan. Kerngedachte van de Indiase ruimtevaartorganisatie ISRO was altijd dat ruimtevaart de gewone mens moest dienen, dus weersatellieten, telecommunicatie, aardobservatie. In november 2006 zei Gopalan Madhavan Nair, voorzitter van de ISRO, bemand op de maan te willen landen vóór China.

Het idee om van de landingen op de maan een race te maken ligt in de VS, nu nog wereldleider in de ruimte. In april 2006 signaleerde een toonaangevend Republikeins afgevaardigde op een hoorzitting van het Congres: „We zitten in een ruimtewedloop met China, waarvan het Amerikaanse volk zich totaal niet bewust is.” NASA, de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie, wil veel liever een internationale maanbasis „zodat we gezamenlijk meer kunnen bereiken dan afzonderlijk”, aldus onderdirecteur Doug Cooke in december 2006. Voorbeeld van samenwerking in de ruimte is het International Space Station, waarbij zestien landen samenwerken.

Ook een Frans parlementair onderzoek signaleerde kortgeleden dat de wereld in de greep raakte van „een tweede ruimterace”. Europa moest zich volgens de Fransen inspannen om niet achterop te raken. Advies was om de Europese Ariane-5 raket, ontwikkeld door de European Space Agency ESA, binnen vijf jaar geschikt te maken voor transport van euronauten, of hoe ze ook gaan heten. Steun voor het Franse idee kwam uit Duitsland, maar met een minder hoog ESA-gehalte dan de Fransen hadden gehoopt. Walter Döllinger, chef ruimtevaart bij het Deutschen Zentrum für Luft- und Raumfahrt, zei een paar weken later dat Duitsland de maan per eigen satelliet (van 400 miljoen euro) in kaart wil brengen, dus zonder de ESA waarin Frankrijk zo domineert. Hij wees op Groot-Brittannië en Italië die ook eigen maanplannen ontwikkelen. „Als andere Europese landen agressief bezig zijn met maanplannen, zullen wij ook wat moeten ondernemen”, zei Döllinger. Hij bepleitte een gezamenlijke Europese bemande landing in een later stadium, nadat Duitsland eerst op eigen kracht de hele maan had gekarteerd met een resolutie van één meter.

Japan wil rond 2025 een eigen maanbasis hebben, bevolkt door robots, maar staat niet vijandig tegenover samenwerking. In Rusland, dat het ruimtevaartbudget sinds 1999 vertienvoudigde, zijn maanplannen in ontwikkeling bij het semistaatsbedrijf RKK Energiya, dat ruimtevaartuigen als de Soyuz bouwt. Directeur Nikolai Sevastyanov bepleitte vorig jaar een Russische maanbasis rond 2015 en de eerste transporten van helium-3 rond 2020. Als dat lukt zou Rusland de nieuwe maanrace winnen, maar sceptici zien Sevastyanovs plan vooral als middel om geldstromen naar zijn bedrijf te loodsen.

Het jaarbudget van NASA bedraagt nu circa 17 miljard dollar, nog voordat het maanprogramma is losgebarsten. De vraag is wat de VS, China en India met hun budgetten kunnen doen. Ruimtevaart is zeer arbeidsintensief – op het hoogtepunt van het Apolloprogramma waren daar 400.000 mensen bij betrokken – en India en China hebben door hun lage lonen dus een voordeel. Het ISRO-jaarbudget bedraagt 650 miljoen euro, het maanprogramma vereist een verzesvoudiging. Het budget van de CNSA is ongeveer eentiende van dat van NASA, signaleerde CNSA-chef Sun Laiyan onlangs. Nog een opsteker voor China: een groot deel van Laiyans staf studeerde in het westen en ook ruimtevaarttechniek is in China deels een kwestie van kopiëren.

Wat de doelen van de maanrace ook mogen zijn, entertainment voor de mensen thuis lijkt gegarandeerd. De eerste maanwandeling, op 20 juli 1969, had plaats tijdens prime time op de Amerikaanse televisie. Maanamusement gaat er zeker weer komen. De contracten voor de ontwikkeling van de Amerikaanse Ares V-maanraket moeten eind dit jaar worden getekend. De bouw van de Orion-capsule – die op land moet terechtkomen en niet zoals bij het Apolloproject in zee – werd vorig jaar al uitbesteed, aan Lockheed Martin voor 3,9 miljard dollar. Gelukkig is er voor de VS één financiële meevaller: Orion kan worden hergebruikt, zoals oorspronkelijk de bedoeling was met de Apollocapsules, maar wat nooit is gerealiseerd.