Festival computerkunst is vooral lekker technisch

Het Dutch Electronic Art Festival is dit jaar een vergaarbak vol speelse, computerkunst.

In een hoekje van Las Palmas in Rotterdam zit een drietal jongens verwoed op Apple laptopjes te kloppen. De logo’s lichten op in het donker. Ergens verderop staan de voorgangers van deze hippe computertjes: twintig jaar oude terminals. Het gaat snel in de elektronische kunst. Twintig jaar oud is op het Dutch Electronic Art Festival (DEAF) al prehistorisch.

Voor de achtste editie van festival zijn de voorbereidingen nog in volle gang. Niet alle installaties werken, een beeldscherm valt uit. Elders zoemt een robot voorbij. Zijn hoofd is een beeldscherm met daarop het gezicht van een man, de bestuurder van de robot. Hij staat stil voor twee meisjes, die het object wat bevreemd bekijken. „Shy girls”, zie en hoor je de man zeggen op het beeldscherm, voordat het ding weer verder zoeft. Verbijsterd staren de twee hem na.

De locatie van DEAF ’07 is een vertrouwde stek voor het festival: het ternauwernood voltooide cultuurcentrum Las Palmas in Rotterdam. Met deze editie viert organisator het instituut voor de instabiele media V2_, ook zijn vijfentwintigjarig bestaan. Naast de expositie vinden ook seminars en workshops plaats over mediatechnologie en kunst. De thematiek verschuift elk jaar een beetje. Dit jaar is het motto: Interact or Die!. De expliciete focus op dit thema zorgt voor een aantal uitermate publieksvriendelijke werken, zoals de tekenmachine Drawn (2006) van Zachary Lieberman. Deze installatie nodigt het publiek uit om zelf een tekening te maken op een vel papier. Die tekening wordt vervolgens op een scherm geprojecteerd, waarna je hem door met je handen te wapperen in beweging kunt brengen en laten rondzingen. De techniek is verbazend goed en begrijpelijk. Je gaat helemaal op in het resultaat. Dat een diepere betekenis volledig afwezig lijkt, is minder belangrijk.

Opvallend is dat de virtual reality, zoals je die bijvoorbeeld op internet ziet in Second Life, vrijwel geruisloos aan deze editie van DEAF voorbij is gegaan. De bijdrage van Marnix de Nijs, die bouwt aan een crashpak en helm met camera, geeft je de illusie dat de bestaande ruimte versmelt met een virtuele ruimte. En in het werk van Workspace Unlimited wordt enkele echt bestaande expositieruimtes, in onder andere Gent en Montreal, verbonden. Het is een gecontroleerde omgeving, zonder contact met de buitenwereld.

De interactie bestaat soms alleen maar uit het werpen van een blik op een kunstwerk, zoals bij de korte filmpjes in Chinese Portraiture van kunstenaar Zhou Hongxiang: mensen voor de camera ‘spelen’ Chinese stereotiepen uit de maatschappij, zoals een moderne vrouw, een boer, een maffioso. Het werk is leuk, maar niet echt interactief. De klimmende vrouw die te volgen is op een verticale reeks beeldschermen is dat wel. Telkens gaat ze hoger. Maar als je schreeuwt, valt ze naar beneden en moet ze opnieuw beginnen.

DEAF ’07 is een vergaarbak vol speelse, interactieve computerkunst. Het resultaat is een toegankelijke tentoonstelling vol vernuftige installaties. Slechts af en toe stellen kunstenaars duidelijke vragen over hoe de digitale wereld het culturele erfgoed kan beïnvloeden. Zoals Amazon Noir die hun teksten van Amazon.com halen. Hun werk gaat in op de vraag of de digitale revolutie kennis universeel toegankelijk moet kunnen maken. En juist door hun scherpe bijdrage wordt duidelijk dat veel van de kunst van DEAF vooral vermaakt, soms ontroert, maar vooral gewoon lekker technisch is.

DEAF 07, t/m 29 april, o.a. in Las Palmas, Wilhelminakade 699, Rotterdam. Programma op www.deaf07.nl