Een mislukkend bewind

New York. Een symptomatische gebeurtenis. De Republikeinse senator John McCain, die kandidaat wil zijn voor het presidentschap, ging naar Bagdad om zich persoonlijk op de hoogte te stellen van de ‘surge’, de toevloed van 21.500 extra troepen die de stad vrij van terrorisme moeten maken. Na een en ander te hebben geïnspecteerd, liet hij zich door pers en televisie interviewen. Er waren opmerkelijke successen geboekt, zei hij. Ongestoord, en niet door zwaargewapende soldaten had hij een vreedzaam wandelingetje kunnen maken. Het ging goed met de surge.

CNN vroeg zijn correspondenten ter plaatse of McCain wel goed had opgelet. Michael Ware die sinds het begin van de oorlog in Bagdad is, vroeg zich af of McCain een slaapwandelingetje had gemaakt. Surge of geen surge, nergens in Bagdad kan een westerling zonder zwaarbewapende begeleiding enigszins veilig op straat lopen. Verslaggevers van andere media brachten dezelfde boodschap. De senator, gerespecteerd Vietnamveteraan, stond publiekelijk in zijn hemd. Met zijn campagne ging het toch al niet zo goed. Hierna is McCain uit het nieuws verdwenen.

Hoe het verder met de surge gaat blijft onderwerp van debat. Met sinds februari enige tienduizenden ordebewakers extra op straat valt het aan te nemen dat het in de stad veiliger wordt. En inderdaad blijkt dat minder Irakezen elkaar vermoorden. Maar tegelijkertijd is het aantal Amerikaanse gesneuvelden gestegen. Er wordt nu rekening mee gehouden dat, als het zo doorgaat, april de eerste maand zal zijn waarin het boven de honderd komt. Intussen hebben de aanhangers van de shi’itische geestelijke leider en politicus Moqtada al-Sadr in de heilige stad Najaf een grote demonstratie gehouden, met de boodschap dat de Amerikanen zo vlug mogelijk het land uit moeten.

In het Congres krijgen de Democraten nieuwe moed. Misschien in september of uiterlijk komend voorjaar zou de terugtrekking van de Amerikaanse troepen moeten beginnen. De president heeft al aangekondigd dat hij een wet dienaangaande met zijn veto zal treffen. Maar het Congres ‘keeps the strings of the purse’, beheert de portemonnee. Zonder geld geen oorlog. Daarop heeft Bush de Democraten ervan beschuldigd de dappere soldaten overzee in de steek te willen laten terwijl ze voor het vaderland vechten. Natuurlijk zijn de Democraten niet van plan de soldaten hun wapens te ontnemen. Maar dit is het niveau waarop de discussie zich op het ogenblik afspeelt. Demagogie is er een vriendelijk woord voor.

Dit alles hoort tot de toestand waarin de Amerikaanse politiek zich op het ogenblik bevindt. Een jaar of vijf zijn we nu getuige van de onttakeling van deze Amerikaanse regering. Na de aanval van 11 september 2001 werden de Talibaan in Afghanistan verslagen en George W. Bush was een van de populairste presidenten uit de geschiedenis. Daarna is het gestaag bergaf gegaan. Eerst nog onzichtbaar voor het grote publiek. Met een warnet van misleidingen, hartelijke hulp van premier Blair en een bescheiden steuntje van het kabinet-Balkenende werd de oorlog in Irak voorgekookt. De massa liet zich voor de gek houden.

De standbeelden van Saddam Hussein vielen en over een paar weken herdenken we dat de president aan boord van het vliegdekschip Abraham Lincoln in pilotenpak „the end of major operations” aankondigde. Hij werd nog populairder.

Hoe heeft het volk zich zo kunnen laten beetnemen? Voortdurend hebben de werkelijke deskundigen gewaarschuwd dat de ‘major operations’ nog moesten beginnen, dat Irak geen lichtend democratisch voorbeeld voor het hele Midden-Oosten zou worden, en dat het ‘grand design’ een fabeltje was. Maar de grote meerderheid van het publiek liet zich leiden door het valse optimisme van Bush, vicepresident Dick Cheney en minister Donald Rumsfeld.

Begin vorig jaar werd de kentering zichtbaar. Bij de tussentijdse verkiezingen verloren de Republikeinen. Rumsfeld, architect van de militaire ruïne, werd ontslagen. Maar de president bleef optimistisch. Hij kondigde de ‘surge’ aan, en daarmee zou de overwinning definitief in zicht zijn. De bevriende media steunden hem fanatiek, maar nu laat het publiek zich niet meer misleiden. Dat komt door de duur van de oorlog, en vooral doordat nu de gevolgen in Amerika zelf voelbaar worden. Het aantal gesneuvelden stijgt, van 15.000 soldaten die al in Irak zijn geweest, wordt het verlof bekort, en langzamerhand dringt het door dat er ook nog meer dan tienduizend zwaargewonde Amerikanen zijn.

Nu wordt er ook openlijk aan getwijfeld of de strijdkrachten wel tegen deze oorlog zijn opgewassen. Het deze week verschenen nummer van Time heeft een uitvoerige reportage met als titel: Why Our Army Is At The Breaking Point.

Intussen wordt het publiek niet aflatend op de hoogte gehouden van het Iraanse gevaar, de kwaadwilligheid van de Syriërs en de ernst van de toestand in Afghanistan. Een groeiende meerderheid van de Amerikanen begint te beseffen dat dit een mislukte president is. Hoe komt het dat deze waarheid niet eerder is doorgedrongen? Onder andere omdat zijn naaste bondgenoten bij de Republikeinen zijn beleid hebben gerechtvaardigd en bedekt met misleidingen, vertekeningen en regelrechte leugens.

De president zelf blijft er onverstoorbaar onder. Hij luistert niet, hij weigert iedere vorm van diplomatie, hij blijft, in de woorden van Joe Klein, commentator van Time, arrogant, onbekwaam en cynisch. De uitwendige oorzaken van zijn falen zijn niet verdwenen, nee, juist ernstiger geworden. Nog iets minder dan twee jaar Bush. Hoe absurd dit misschien ook mag klinken, je gaat je afvragen of de Amerikanen dit zullen verdragen.