‘De Nesciostraat, dat doet me pas goed’

Dialectnamen zijn uit den boze en vrouwen krijgen de voorkeur. Paul Wilbers, de burgemeester van Ubbergen, heeft richtlijnen genoemd voor de naamgeving van nieuwe straten in zijn gemeente. „Als we moeten kiezen tussen een mannelijke verzetsstrijder en Hannie Schaft, wordt het Hannie”, zegt Wilbers.

In Ubbergen heb je de Jan Dommer van Poldersveldtweg en de Thilman Werenbertszstraat. Vindt u dat wel genoeg mannennamen?

„Ik weet niet eens precies wie Thilman Werenbertsz was. Ik geloof een kasteelheer. Eigenlijk wel een beetje gek voor een straat vol woningwetwoningen. Wat er aan de hand is? In Ubbergen komen volgend jaar voor het eerst in lange tijd nieuwe straten. Een raadslid vroeg me wat de regels zijn bij het kiezen van namen. In de Verordening straatnaamgeving van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten staat dat vrouwen bij gelijke geschiktheid de voorkeur krijgen. Dat heb ik dus niet zelf verzonnen.”

Wat is er mis met dialectnamen?

„In onze deelgemeente Leuth heet een industrieterrein Lieskes Wengs. Als je daar een hartaanval krijgt, moet je de naam spellen voor de ambulancechauffeur. Wat ik ook niks vind is wat in een buurgemeente is gebeurd. Straten op voormalig boerenland heten Sikkel en Gaffel. Die namen moesten kennelijk naar boeren ruiken. De Nesciostraat, vernoemd naar de schrijver, dat doet me als leraar Nederlands pas goed.”

Naar welke vrouw moet in Ubbergen een straat worden vernoemd?

„U overvalt me. Hella Haasse?”

Maar zij is nog geen tien jaar dood, dat is toch ook een regel?

„Ach, als blijkt dat ze iets verkeerds heeft gedaan, hebben we haar boeken nog. Die zijn in elk geval goed.”

Arjen Ribbens