De Bengaalse tijger wordt met ‘respect en geduld’ afgericht

Bij een circus horen wilde dieren. Tenminste, zo was het totdat dierenactivisten ertegen gingen protesteren. Vandaag beginnen circussen met een tegenoffensief.

De circussen gaan in het tegenoffensief. De actiegroepen die hen betichten van dierenmishandeling en gemeenten die geen circussen meer toelaten, hebben ongelijk. Zij weten onvoldoende hoe dieren in het circus worden behandeld. De Vereniging van Nederlandse Circusondernemingen verweert zich tegen het verwijt dat circussen bij het trainen van wilde dieren – zo’n honderd in Nederland – geweld gebruiken. Vanmorgen toonden de circussen hoe diervriendelijk ze zijn.

Winschoten stelde vorig jaar als eerste gemeente een verbod in op circussen met wilde dieren als leeuwen, tijgers en olifanten. Het was de eerste gemeente die dat deed. Volgens de gemeenteraad horen wilde dieren niet in een circus thuis. De vereniging wil dit besluit juridisch aanvechten, zo werd vandaag bekend.

Dierenrechtenorganisaties als Bite Back en Peta strijden al jaren tegen misbruik van dieren in circussen. Op hun websites laten ze foto’s zien van olifanten aan kettingen en tijgers in krappe kooien. Ze wijzen op miserabele reisomstandigheden. Zoals bij het vervoer van giraffen die, aldus de dierenrechtenorganisaties, met gebogen nek in vrachtwagens staan.

Directeur Hans Martens van het Staatscircus van Moskou-Holiday: „De dierenactivisten zijn niet op de hoogte. Ze roepen dat de kooien te klein zijn en de dieren gestresst. Maar hoeveel katten en honden zitten er niet opgesloten in flatjes? En dan heb ik het nog niet over de duizenden vogeltjes in veel te kleine kooitjes.” Sommige misstanden, zegt hij, doen zich helemaal niet voor in Nederlandse circussen; niet een werkt met giraffen. „En het vervoer van zeeleeuwen gaat in ruime bassins.”

Leeuwen en tijgers vormen naar schatting een kwart van de wilde dieren in circussen. Volgens antropoloog Jet Bakels worden zij niet slecht behandeld. Bakels promoveerde in 2000 op Het verbond met de tijger. „De roofdieren in het circus worden al zo’n honderd jaar diervriendelijk afgericht. Het zijn semi-wilde dieren, ze zijn al generaties lang gedomesticeerd.” En: „De leeuwentemmer zal altijd proberen de beste vriend van het dier te zijn. Hij voedt het op met hapjes, stukjes vlees en knuffels, om vertrouwen te winnen.”

Het bevreemdt haar dat de kritiek zich niet richt op dierentuinen. „Dat laat men liggen: Artis afschaffen kan natuurlijk niet.” Volgens haar zijn circusdieren beter af dan dierentuindieren. „Zij krijgen veel meer positieve prikkels, doordat er de hele dag mee gewerkt wordt.”

De vereniging van circussen wijst er ook op dat leeuwen en tijgers in circussen gemiddeld twee tot drie keer zo oud worden als in het wild. Maar volgens dierenactivist Jeroen van Kernebeek, van Wilde dieren de tent uit, zijn de leefomstandigheden van circusdieren totaal anders. „Neem een olifant. Die is gewend om vijftig kilometer per dag in een kudde te lopen, om voedsel en water te vinden en in de modder te baden. Of neem een tijger. Die leeft solitair in een woud en bewaakt zijn territorium.” Van Kernebeek hoopt dat de wilde circusdieren verdwijnen uit Nederland. In Oostenrijk is dat al sinds 2005 het geval.

Volgens hem wordt bij de training niet geprobeerd vertrouwen te winnen, maar proberen trainers de wil van het dier te breken. Van Kernebeek: „Ik heb met dompteurs gesproken die toegaven geweld te gebruiken. Maar bij een training wordt niemand toegelaten.”

Dompteur Job Lijfering is het daar absoluut niet mee eens. In het Staatscircus van Moskou-Holiday werkt hij met vier Bengaalse tijgers. Zijn dressuur, zegt hij, is gebaseerd op geduld, wederzijds respect en vertrouwen. En ja, er wordt wel eens geweld gebruikt, maar alleen als twee dieren aan het vechten slaan. „Zoals je twee vechtende honden met geweld uit elkaar haalt.”

Ook leeuwentemmer Tom Dieck, die al 35 jaar in het vak zit, zegt nooit geweld te hebben gebruikt. Bij het leeuwenverblijf (10 bij 28 meter) achter de piste van Circus Herman Renz zegt hij: „Als de leeuwtjes negen maanden oud zijn, beginnen we heel voorzichtig met de training. We kijken naar het karakter en merken bijvoorbeeld al gauw of ze graag sprongen maken. Het is ons bestaan, dus we proberen een zo goed mogelijke relatie met de dieren op te bouwen.”

Lees argumenten van activisten op www.biteback.be, www.circuses.com en www.wildedierendetentuit.nl. Het verweer van de circussen staat op www.vnco.info.