‘Banken remmen de naïeve starter niet af’

Veel starters zijn ‘blind’ voor het risico dat een hypotheek van meer dan 4,5 maal het bruto-inkomen met zich meebrengt. Banken remmen het nemen van te hoge risico’s niet af. Dat stelt de Vereniging Eigen Huis (VEH) op basis van een enquête onder duizend starters tussen de 20 en 29 jaar, waarvan de resultaten zaterdag zijn gepubliceerd.

De banken hebben afgesproken starters zonder eigen geld vanaf 1 januari van dit jaar niet meer dan gemiddeld 4,5 maal het bruto jaarinkomen te lenen. Een bank mag alleen een hogere lening verstrekken als een starter zeer goede inkomensperspectieven heeft of extra zekerheden inbrengt, zoals ouders die meetekenen.

Uit de enquête blijkt dat starters net zo lang blijven zoeken tot zij een bank vinden die zo’n uitzondering maakt. Starters kunnen in de praktijk lenen tot zes maal het bruto jaarinkomen.

Banken lopen zelf relatief weinig risico bij tophypotheken. Zij hebben immers het huis als onderpand. De inkomenstoets bestaat om huizenkopers tegen zichzelf te beschermen.

Veel starters zijn zich volgens de VEH niet bewust van het risico dat meer lenen dan de inkomenstoets aangeeft met zich meebrengt. Relatieproblemen vormen het grootste risico dat starters over het hoofd zien, stelt de VEH. Een stukgelopen relatie betekent vaak dat de hypotheek niet meer is op te brengen en het huis snel moet worden verkocht. Dat gaat vaak gepaard met verliezen. Tegenover de ‘kosten koper’, ongeveer 10 procent van het aankoopbedrag, staat dan geen stijging van de woningprijs.

Een woordvoerder van de Nederlandse Vereniging van Banken zegt dat er bij hen meldingen zijn binnengekomen van banken die stellen dat concurrenten te hoge leningen verstrekken. Om hoeveel meldingen het gaat, wil hij niet zeggen.