Amsterdam koopt Beurs Berlage terug

De gemeente Amsterdam koopt samen met drie private investeerders voor 15 miljoen euro de Beurs van Berlage van het stadsdeel Centrum. Het stadsdeel wilde al lang af van de sterk verliesgevende Beurs.

De gemeente Amsterdam tekende vanmorgen een intentieverklaring met Rabo Vastgoed, Amvest en de woningbouwcorporatie De Key. Ze zullen elk voor een kwart deelnemen in een bv. Deze neemt de Beurs over van het stadsdeel Centrum tegen de huidige boekwaarde van vijftien miljoen euro.

De nieuwe bv gaat voor een periode van tien jaar de Beurs van Berlage aan het Rokin exploiteren. Volgens de Amsterdamse wethouder Carolien Gehrels is het de bedoeling dat de Beurs in tien jaar van het verlies afkomt en zelfs een kleine winst kan vergaren.

Over de details moet nog verder worden onderhandeld, zoals over het exacte toekomstige gebruik en de positie van het Nederlands Philharmonisch Orkest, dat een huurovereenkomst tot 2013 heeft en in een deel van de Beurs repeteert. Het stadsdeel Centrum confronteerde het orkest in januari met een huurverdubbeling vanaf 2008, die volgens het orkest onmogelijk is op te brengen.

Volgens wethouder Gehrels zal over de huur in de komende maanden worden onderhandeld met het orkest. Er zijn goede bedoelingen het orkest in de Beurs te houden, maar op dit moment kunnen daarvoor geen garanties worden gegeven. Ook moet nog worden bezien wat er verder precies in de Beurs gaat gebeuren. De intentieverklaring werd nu ondertekend op een moment dat er voor „90 tot 95 procent” overeenstemming is bereikt tussen de vier partijen.

Volgens Gehrels is het een groot goed dat de Beurs „in publieke handen blijft”, aangezien het stadsdeel Centrum het plan had de Beurs aan welke goede koper dan ook over te dragen.

Het stadsdeel zegt al jaren dat het bij de instelling van het stadsdeel te weinig financiën heeft meegekregen om de Beurs in stand te houden en te exploiteren. De laatste jaren zijn grote bedragen geïnvesteerd in restauratie en noodzakelijke voorzieningen.

De drie private partijen zeggen te handelen uit algemeen maatschappelijke en culturele overwegingen en niet in de eerste plaats commerciële motieven te hebben.