Actieplan voor de Randstad

Minister Van der Hoeven (Economische Zaken, CDA) maakt zich zorgen over de samenwerking tussen de vier grote steden in de Randstad. Daarom komt er een urgentieprogramma.

Dat zei Van der Hoeven vanmorgen tijdens een congres in Den Haag, waar ze een rapport in ontvangst nam van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) over de Randstad. Van der Hoeven: „De Randstad heeft veel potentieel, maar staat ook voor hardnekkige uitdagingen. We laten onder meer kansen liggen door onvoldoende samenwerking tussen kennisinstellingen en het bedrijfsleven.”

De minister wil dat de steden beter gaan samenwerken op bestuurlijk niveau, maar is tegen de komst van één Randstad-provincie. „De provincies willen dat helemaal niet, dus dat vreet energie en emotie. We moeten samenwerken waar we dat kunnen.” Van der Hoeven wil dat de vier steden zich gaan specialiseren. „Samen kunnen we alles”, aldus de minister.

De OESO heeft de concurrentiekracht van de Randstad vergeleken met zeventien andere grootstedelijke Europese regio’s en concludeert dat de concurrentiekracht in de Randstad de laatste tien jaar daalt. „De lage groei van de arbeidsproductiviteit is de voornaamste uitdaging voor de Randstad”, zegt OESO-directeur Mario Pezzini. De oorzaken hiervan liggen volgens Pezzini in het onderwijs dat „goed is maar niet uitmuntend” en in de infrastructurele problemen van de regio.