Zo hecht als een gezin

„We willen een eigen ensemble” staat er in de nota ‘Naar een nieuw toneelbestel’, die is ondertekend door elf artistiek leiders.

Maar waarom eigenlijk?

De leden van theatergroep De Appel tijdens de repetities van Tantalus van John Barton. Fotot Leo van Velzen Maastricht, 22-03-07. Beeld uit de voorstelling "Imago" van Ulrich Hub bij Het Vervolg, onder regie van Leon van der Sanden met Bien de Moor en Romijn Conen. Nederlandse premiere 31-03-07. Foto Leo van Velzen Velzen, Leo van

„Ik heb altijd willen werken met een vast ensemble”, zegt regisseur en directeur Ivo van Hove van Toneelgroep Amsterdam. Met zijn ploeg van tweeëntwintig vaste spelers is dit het grootste gezelschap van Nederland. Het Nationale Toneel uit Den Haag heeft veertien vaste spelers in dienst. Een middelgroot gezelschap als Het Vervolg uit Maastricht telt een handvol acteurs in vast dienstverband.

Het begrip ‘ensemble’ is helemaal terug in de plannen voor een nieuw toneelbestel, dat elf gesubsidieerde gezelschappen kort geleden presenteerden. Een ensemble bepaalt ‘het gezicht en de signatuur van een gezelschap’, aldus de ondertekenaars. Evert de Jager, algemeen directeur van het Nationale Toneel, Hans Trentelman van Het Vervolg, zakelijk leider Alex Kühne van Theatergroep Oostpool uit Arnhem en Koos Terpstra, regisseur van Het Noord Nederlands Toneel, koesteren eensgezind deze droom. „Een ensemble is niet alleen de ziel van het toneel, het is ook het gezicht voor mensen in de schouwburg”, zegt De Jager.

Dit is opmerkelijk. Jarenlang gold het ensemble eerder als een log instituut. In 1988 kregen de toneelgezelschappen van de overheid zelfs de plicht opgelegd het vaste ensemble op te heffen. De nota Efficiënt Cultureel Management eiste een zodanige reorganisatie dat ‘ensemblevorming en doorlopende dienstverbanden’ werden afgeschaft. Acteurs, regisseur en ontwerpers moesten zich opstellen als ‘culturele ondernemers’ die voor de duur van één toneelproductie werden ingehuurd.

Over het verdwijnen van het ensemble bestaan nogal wat misverstanden. Velen beschouwen Aktie Tomaat, de toneelrevolte van 1969, als aanstichter van het kwaad. Dat is niet zo. Hoewel Tomaat een gevestigd ensemble als de Comedie deed wankelen en ten slotte verdwijnen, ontstonden korte tijd later nieuwe, hechte groepen als Baal, Centrum, Proloog, Globe, Sater en Werktheater. Zij hadden een eigen gezicht en een eigen publiek.

Evert de Jager van het Nationale Toneel begon als acteur bij onder meer de Haagse Comedie. „Ik heb nog net iets van het oude bestel meegemaakt”, zegt hij. „Ik was opgenomen in een hiërarchische structuur en had grote acteurs en regisseurs boven me staan. Ik leerde veel van hen. Een ensemble biedt beschutting.”

Het is een van de voordelen van een ensemble dat een acteur kan groeien. Destijds waren acteurs ook regisseurs, zoals Paul Steenbergen, Han Bentz van den Berg of Guus Oster. Zij bepaalden het repertoire op grond van de aanwezige talenten. Eerst onderzocht de leiding de artistieke mogelijkheden van het gezelschap, daarna werd het repertoire gekozen. Een oudere acteur voor King Lear, de aankomende speler als titelheld Hamlet. De jeune premier vertolkt Romeo en de prille actrice Ophelia of Antigone. De echte beginneling mag voor brief-opbrenger spelen. Enzovoort.

Aus Greidanus, artistiek leider en regisseur van Toneelgroep De Appel uit Den Haag, bevestigt deze werkwijze : „Binnen het ensemble zoek ik naar passende spelers voor een voorstelling. Ik zou graag Romeo en Julia willen doen, maar ik heb daarvoor niet de juiste acteurs in huis. Dus dan gaat het voorlopig niet door.” Voor Greidanus is een samenwerkende groep noodzakelijk voor bloeiend theater: „Het grootste voordeel is dat de spelers elkaar kennen en vertrouwd zijn met het artistieke proces. Je werkt daardoor doeltreffend en hoeft niet aan elkaar te wennen. Ruim drie jaar jaar geleden maakten we het project Tantalus. We wisten niet waaraan we begonnen. Met de kennis van destijds durven we nu een nieuwe onderneming aan, de bewerking van de Odysseia.”

Kleven er ook nadelen aan een ensemble? „Zeker”, antwoordt Guy Cassiers van het Belgische Toneelhuis polemisch. „Ensembles hebben het nadeel ongevaarlijk te worden. Men kent elkaar te goed om risico’s te durven nemen. Het toneel in Nederland is op dit ogenblik behoudend. Bij een gezelschap sus je elkaar in slaap.”

Matthijs Rümke, artistiek leider van het Zuidelijk Toneel, huldigt wel de optiek van een vast gezelschap en is het oneens met Cassiers. Voor Rümke bestaat er een onderscheid tussen het gezelschap als ‘gezin’ en als ‘familie’. Bij een familie horen ook de afdelingen publiciteit, technische dienst, vormgeving en educatie; dat zijn de ooms en tantes. Het gezin is de onmisbare, harde kern. Het wederzijdse vertrouwen begint in de beslotenheid van het repetitielokaal. Spelers kunnen tot het uiterste gaan, zich extreem gedragen om een rol uit te proberen, en zich toch veilig en bemind weten. Rümke: „Met een ensemble neem je als acteur verworvenheden mee van de ene voorstelling naar de andere.” Ook wil Rümke voorstellingen graag hernemen. Met gastacteurs kan dat niet: die hebben meteen na de speelperiode andere dingen te doen.

Nu de roep om een ensemble zo veelvuldig klinkt, rijst de vraag waarom dat niet eerder is gebeurd. Bert Luppes ziet een opmerkelijke reden: „Veel Nederlandse regisseurs, zoals Ivo van Hove, Theu Boermans en Johan Simons, werken in Duitsland en Oostenrijk. Daar floreert het model van de stadsgezelschappen in stadstheaters. En bovendien met behoud van een groot repertoire.”

Toch ziet Guy Cassiers eerder restauratie dan vooruitgang met deze plannen: „Het is of we met de hang naar een ensemble weer terug willen naar de tijd voor Aktie Tomaat en naar het klassieke model van de regisseur als bezield leider van een groep acteurs.”

Wenselijk of niet, alle vurige ensemblewensen zijn enigszins utopisch: een ensemble is erg duur. De subsidie voor toneel zou flink omhoog moeten om alle wensen te honoreren, en daar ziet het niet naar uit.

Rectificatie / Gerectificeerd

De foto bij het artikel Zo hecht als een gezin (dinsdag 10 april, pagina 27) had een verkeerd fotobijschrift. Op de foto is een scène te zien uit de voorstelling Imago van Het Vervolg, met Romijn Conen en Bien de Moor.