Verdwaald tussen vechtende Tamils ‘Het liefst zouden we de wapens inleveren’

Een paar jaar leek het vrede maar nu is de vuile oorlog in het oosten van Sri Lanka weer volop bezig. De vluchtelingenkampen stromen vol.

De inwoners van Kalmunai maken dat ze wegkomen uit de hoofdstraat. Winkelluiken worden haastig dichtgetrokken. Om de twintig meter staat een agent van de special task force. Die troepen mogen op alles schieten wat zij verdacht vinden. Zojuist heeft een Tamil Tijger een soldaat doodgeschoten en een andere verwond, toen die ontdekten dat hij gewapend was. De Tijger en zijn metgezel, volgens inwoners een onschuldige jongen, probeerden te ontkomen maar werden al snel neergeschoten. Een van hen is al dood en op een kar gegooid, de ander sterft kort daarna.

Dit is het beeld in het oosten van Sri Lanka, waar de al meer dan twintig jaar durende burgeroorlog tussen de Tamil Tijgers – de rebellen die strijden voor een autonoom Tamilgebied in het noorden en het oosten van het land – en de regering opnieuw hoog is opgelaaid. Er wordt geen onderscheid meer gemaakt tussen rebellen of onschuldige burgers, of tussen hindoes, christenen of moslims, de meerderheid onder de Tamilbevolking van Kalmunai.

De hoofdstraat wordt afgesloten. Groepjes buren staan tegen de muren van hun huizen gedrukt en bespreken wat zeker gaat komen: de roundup. ’s Avonds zal het leger iedereen oppakken die geen goede reden voor zijn aanwezigheid kan aantonen. De volgende dag wordt bekend dat zeker dertig mannen bijeen werden gedreven. Ze hadden al het bevel gekregen te knielen, het teken dat het einde nabij is. Maar ze werden vrijgepleit – door de mannen van Karuna.

Karuna is kolonel Karuna, een voormalige commandant van de Tamil Tijgers die zich drie jaar geleden heeft afgesplitst van de Liberation Tigers of Tamil Eelam (LTTE). Het is vooral te danken aan de afvallige Karuna dat het Sri-Lankese regeringsleger nu zoveel terrein wint bij zijn operatie om de Tijgers te verdrijven uit de Oostelijke Provincie.

De LTTE en de Karuna-factie zijn nu elkaars vijanden. De Karuna’s helpen het leger, zij leiden de regeringssoldaten naar hun vroegere schuilplaatsen en wapendepots. En zij spreken de facto het vonnis uit na een roundup, omdat zij de rebellen kunnen aanwijzen. Militair gezien lijkt de operatie een succes: het leger zegt de helft van de provincie in handen te hebben. De algemene verwachting is dat het leger over een paar maanden klaar is. Maar dat wil niet zeggen dat de provincie dan veilig is; in veel gevallen zijn de rebellen niet verslagen, maar hebben zij zich teruggetrokken in de jungle.

Vervolg SRI LANKA: pagina 5

‘Het liefst zouden we de wapens inleveren’

Humanitair gezien is de operatie een ramp. Zeker 200.000 mensen zijn gevlucht. Ze zitten nu bij familie of in een van kampen. „Niemand heeft ons gewaarschuwd”, zegt Armdlgam Jehth. „We besloten alles achter te laten toen we zagen hoe het leger en de LTTE elk aan een kant van ons dorp hun stellingen opbouwden.”

Ze wil niemand de schuld geven, omdat ze weet waartoe de rebellen, maar ook de militairen in staat zijn. Haar echtgenoot heeft drie jaar in de cel gezeten en is daar mishandeld omdat de Tijgers een bomaanslag hadden gepleegd in de buurt van zijn juwelierszaak.

Jehth en haar man hebben onderdak gekregen in een huisje aan de rand van het kamp, omdat ze een vijftien dagen oude baby hebben. Het meisje is in een school in de buurt geboren, waaruit het gezin moest vertrekken omdat die overvol was. De overige 2.400 kampbewoners zitten vaak met vijf gezinnen in een tent. Velen slapen op het zand. Voor een mat kom je pas in aanmerking als je geregistreerd bent, en dat gaat langzaam. Totdat de tien latrines die hulporganisaties bouwen klaar zijn, doen de bewoners hun behoefte achter een paar bosjes. Toch zijn de meesten opgelucht omdat ze onderdak en eten krijgen. Voordat dit kamp twintig dagen geleden werd opgetrokken, verbleven ze in het eucalyptusbosje aan de overkant van de weg, dat nu is veranderd in een mestvaalt.

De Karuna’s hebben afbeeldingen van Tijgergeweld aangeplakt op de school. ‘De LTTE ontvoert uw kinderen en misbruikt ze seksueel. Onze leider zal de LTTE terugdrijven naar het noorden!’ In een klaslokaal, temidden van een paar duizend vliegen, vertelt een 13-jarige jongen hoe hij vijf maanden geleden werd ontvoerd door de LTTE. Ze vroegen of hij met een katapult wilde schieten. Zo testten ze of hij een goed schot had. Ze namen hem mee. Toen hij niet sterk genoeg bleek voor een zwaar wapen, stuurden ze hem weg. Vijf dagen na zijn terugkeer moest hij met ouders en zussen op de vlucht, omdat de LTTE vanuit hun dorp op het leger begon te schieten.

In november vorig jaar beschuldigde VN-gezant Alan Rock de Karuna-groep ervan ook zeker 135 kindsoldaten gerekruteerd te hebben, met instemming van het leger. De regering toonde zich hoogst verontwaardigd over de aantijging. Maar in januari zei ook Human Rights Watch dat het onmogelijk is om zoveel kinderen tot strijders op te leiden zonder medeweten van de overheid.

Nu het leger terrein wint, schieten de kantoren van de Karuna’s in het oosten als paddestoelen uit de grond. Hoewel de regering samenwerking ontkent, kruipen de Karuna’s vaak tegen politieposten aan. Een controlepost in Kalmunai wordt aan de ene kant van de weg bemand door de politie, aan de andere kant door Karuna’s. Zij hebben hun intrek genomen in een huis erachter.

De nummers twee en drie van de post (hun namen willen ze niet geven) ontvangen met koekjes, bananen en fanta. „We zijn het vechten moe, maar als het moet zullen we voor onze mensen sterven”, zegt nummer drie. „Liever zien we dat de LTTE, net als wij, aan de politiek gaat meedoen.”

De politie aan de overkant van de weg beschermt hen, vervolgt nummer twee. „In ons kantoor is maar één wapen, dat van de bewaker bij de voordeur. Het liefst zouden de Karuna’s hun wapens inleveren.” Nee, hij weet niet hoe hun strijd wordt gefinancierd. En nee, de beweging rekruteert geen kindsoldaten. „Twee dagen geleden nog hebben we jongen weggestuurd die zich wilde aanmelden.”

Bij het verlaten van het kantoor zijn in de achterkamer drie jongetjes te zien. Twee van hen hebben legergroene munitievesten aan, één houdt een kalasjnikov vast, die tot zijn middel reikt. Aan de lichaamstaal is duidelijk te zien hoe hij instructies krijgt van de man tegenover hem. Als ze doorhebben dat ze opgemerkt zijn, wordt er wat gegrijnsd. De jongetjes verdwijnen snel naar achteren.