Sober en dramatisch rapport

Het rapport van de VN geeft een gedetailleerd beeld van de gevolgen van de verandering van het klimaat.

Op zakelijke toon worden rampen voorspeld.

Droogte en voedselgebrek in Afrika en Azië, aantasting van kustgebieden door de rijzende zeespiegel, bedreiging van planten- en dierensoorten. Het is alsof het vrijdag verschenen rapport van Werkgroep II van het VN-panel voor klimaatverandering (IPCC) alleen een oude boodschap herhaalt. De toon is bovendien zo zakelijk dat de buitenstaander moeite zal hebben het verschil met andere rapporten te ontdekken.

Om de zes jaar geven verschillende werkgroepen van het IPCC de stand van zaken. Werkgroep I beschreef in februari de al waargenomen en de tot aan 2100 te verwachten klimaatverandering. In dat rapport spelen temperaturen, millimeters neerslag en centimeters zeespiegelrijzing de hoofdrol.

In het nu verschenen rapport gaat het over de al waargenomen en nog te verwachten gevolgen daarvan. Wat betekenen die voor de natuur en voor het dagelijks leven van de mens? Waar liggen de kwetsbaarheid en veerkracht van landen en systemen? Dat is het onderwerp. Begin mei komt werkgroep III met suggesties voor oplossingen.

Toen in 2001 het vorige rapport van werkgroep II verscheen, klonken daaruit voornamelijk globale waarschuwingen. Het nieuwe rapport is veel stelliger en veel gedetailleerder. En legt heel andere accenten. Opvallend nieuw zijn de uitspraken over de dreigende aantasting van de natuur. Als de gemiddelde temperatuurstijging deze eeuw de 1,5 à 2,5 graad Celsius overschrijdt, meldt het rapport, dreigt voor 20 tot 30 procent van de planten- en dierensoorten het risico van uitsterven. Omdat de gangbare computermodellen voor meer dan de helft van de emissiescenario’s inderdaad een dergelijke opwarming berekenen, dreigt een ongekend verlies aan biodiversiteit. Amfibieën en koralen, die nu al snel achteruitgaan, krijgen gezelschap van reeksen andere levensvormen.

Er moet aan worden toegevoegd dat de stelligheid van de uitspraak niet heel groot is: hij kreeg het label ‘medium confidence’ mee: men schat de kans 50 procent dat het uitkomt. Aan alle uitspraken in het rapport is een dergelijke beoordeling toegevoegd. Het probleem is dat de waarnemingen waarop de verwachtingen zijn gebaseerd praktisch uitsluitend in Europa zijn verricht. Er komt verder bij dat de natuur ook zwaar bedreigd wordt door landbouw, ontbossing en verstedelijking. Toch is het dreigende soortverlies het belangrijkste slechte ‘nieuws’ uit het rapport.

Schokkend, maar vooral door de grote stelligheid waarmee de uitspraak gedaan wordt (high confi-dence: 80 procent kans op uitkomen), is verder de constatering dat de beschikbaarheid van water in grote delen van de subtropen en droge tropen verder zal afnemen – evenals in de omgeving van de Middellandse Zee. Het aantal mensen dat al vóór 2050 te kampen krijgt met waterschaarste of zelfs watergebrek kan in de miljarden lopen. Dit kan bijna niet anders dan tot dramatische volksverhuizingen leiden, al is dit nu net een toonzetting die het rapport vermijdt.

Het wrange is dat de ontwikkelingen uitgerekend die mensen treffen die het minst aan het broeikaseffect hebben bijgedragen en die zich er ook het moeilijkst tegen kunnen verdedigen. Afrika en de ontwikkelingslanden van Azië gaan de zwaarste klappen krijgen. „Rond de droge tropen neemt het risico van honger toe”, schrijft het rapport in zijn sobere stijl. Op andere plaatsen op aarde kunnen juist moeilijkheden ontstaan door een teveel aan neerslag die in een te korte tijd naar beneden komt. Daardoor dreigen watersnoden en ziekten die er meestal mee samengaan.

Overigens heeft het rapport over de directe invloed van klimaatverandering op de menselijke gezondheid niet veel opzienbarends te melden. Het is natuurlijk bittere logica dat afnemende landbouwoogsten tot ondervoeding en kindersterfte leiden. Hetzelfde geldt voor de extra doden die zullen vallen door de toenemende frequentie van hittegolven. (Ze worden ten dele gecompenseerd door verminderde sterfte in strenge koudeperiodes.)

Dat de klimaatverandering van grote invloed zal zijn op de verspreiding van allerlei ziekten – zoals Al Gore in zijn film suggereerde – staat kennelijk nog helemaal niet vast. Het waarschijnlijkst is dat de malaria-gebieden zich alleen maar zullen verplaatsen. Verder kunnen ziekten die overgedragen worden door teken (zoals Lyme) frequenter gaan optreden, vooral in de noordelijke vegetatiezones. In het dichtbebouwde, oostelijk deel van de VS kan meer zomersmog komen.

Dat het waarschijnlijk wel losloopt met de uitbreiding van gevaarlijke ziektes is misschien wel het belangrijkste goede nieuws van het rapport. Maar er is meer. In het noordelijk deel van Europa zal de voedselproductie verbeteren en de bosbouw vooruit gaan. De visserij profiteert van een hogere productie in het opwarmende water van de Atlantische Oceaan. De beschikbaarheid van water voor drinkwater en voor hydrocentrales is er gegarandeerd. Het enige dat het noorden van Europa te duchten heeft is een onregelmatiger waterafvoer van de grote rivieren. Maar in ruwe lijn kan gezegd worden dat het oudste centrum van industrialisatie en CO2-productie de dans ontspringt.