PvdA in spagaat: vergankelijke tijden

Vergankelijk zijn de tijden, zegt het wandtegeltje. De lopende discussie in en om de PvdA, waarin zij wordt beklaagd om de last van haar spagaatpositie is er een voorbeeld van. Zij zit, die arme PvdA, namelijk tegenwoordig in een hoogst moeilijke spagaat tussen roeping en opportuniteit, tussen rijk en arm, slim en achtergesteld, markt en staat, bestuur en populisme, hoog- en laagopgeleiden, autochtonen en allochtonen en ga zo maar door.

Twee medewerkers van de Wiardi Beckman Stichting, het wetenschappelijk bureau van de partij, hebben de zaak begin deze maand in kaart gebracht in het boek ‘Verloren slag. De PvdA en de verkiezingen van november 2006’. In dat boek wijzen zij onder meer op al die spagaten ter verklaring van de zware verkiezingsnederlaag die hun partij vorig najaar leed. Ook wijzen zij erop dat de PvdA geen zó stevig verhaal had dat ieder erin geloofde en waarvoor je, ik citeer een uitspraak van een van de auteurs in de Volkskrant, ,,iedereen in de partij midden in de nacht wakker kon maken om het in één seconde samen te vatten”.

Nu hadden de beide schrijvers misschien beter wat eerder, bijvoorbeeld vóór 22 november 2006, hun campagneteam diepgaand over hun diagnose kunnen inlichten. Maar goed, beter laat dan nooit – ook achteraf kan zo’n kritische diagnose nuttig zijn. Opmerkelijk blijft trouwens dat al die beschreven narigheid kennelijk nog niet zo’n rol speelde voor de jarenlange hoge stand van de PvdA in de peilingen, tot in de zomer van 2006, en voor haar succes in de raadsverkiezingen van vorig voorjaar. Hoe dat ook zij, zelfs in een heel kort tijdsbestek zijn gunstige PvdA-tijden dit keer vergankelijk gebleken.

Het typische van de huidige discussie is dat velen doen alsof het spagaatprobleem waaronder de PvdA zucht, iets heel bijzonders is, iets waarmee alleen zij te maken heeft of alleen zij te maken kan krijgen. Wellicht heeft dat wat met de politieke affiniteit van vele beschouwers van doen, maar zij vergissen zich, want de spagaat hoort bij een grote politieke partij als de kip bij het ei.

Grote politieke partijen die met een zekere bestendigheid een bestuurlijke rol willen spelen, zijn per definitie volkspartijen, of zij (zoals de VVD) nu zo heten of niet. Zij moeten in staat (willen) zijn om, met behoud van hun ideologische positie, tegengestelde belangen en opvattingen in eigen kring tegen elkaar af te wegen en te verzoenen. Zij moeten, zoals Bas Heijne zaterdag in deze krant schreef, niet één kant van het verhaal, zoals Wilders en Marijnissen, maar „het hele verhaal” vertellen. Wat ook wil zeggen: zij moeten het bestaan van een linker- en een rechtervleugel in de partij, haar spagaat, niet alleen aanvaarden, maar als blijk van kracht zien. Al is dat niet spectaculair en – zeker vandaag nu veel kiezers op drift zijn – soms electoraal riskant.

Nog maar 35 jaar geleden was de toen nog bestaande KVP, een van de voorlopers van het CDA, een voorbeeld van zo’n ‘ouderwetse’ volkspartij die in haar geledingen bijvoorbeeld herkenbare werkgevers- en werknemersvertegenwoordigers had. En vooruitstrevenden en conservatieven, zowel in politiek als religieus opzicht. Zij kende politiek vooruitstrevenden die religieus conservatief waren en politieke conservatieven die in religieuze zaken rekkelijk waren.

Nu heeft dit stukje niet de bedoeling om heroprichting van de KVP te bepleiten, alleen al de ontzuiling en deconfessionalisering van de kiezers sinds de jaren zestig zouden dat trouwens onmogelijk maken. Ook overigens zijn er bovendien nog wel een paar kleinigheden die tegen zo’n heroprichting zouden pleiten. Maar waar het hier nu om gaat is dat die KVP als afwegings- en verzoeningspartij door de PvdA werd gezien als prototypische partij van de politieke onduidelijkheid, die te vuur en te zwaard bestreden, ja: geëlimineerd moest worden. De PvdA wilde toentertijd een „duidelijke” tweedeling tussen links en rechts in Nederland forceren door scherpe polarisatie tegen de KVP en andere middenpartijen. Nu eens via een ‘ononderhandelbaar’ verkiezingsprogramma (Keerpunt ’72) dan weer via de zogenoemde meerderheidsstrategie, wat later via een ultimatieve opstelling die het CDA moest splijten in het rakettendebat van de jaren tachtig. Dat werkte in zoverre averechts dat het midden bleef bestaan, als CDA dus, terwijl de PvdA zelf zó ‘verlinkste’ dat zij van vele spagaten bevrijd raakte, maar ook steeds verder van regeringsverantwoordelijkheid kwam te staan. Nu zijn alle spagaten terug, vergankelijk zijn de tijden.

J.M. Bik is medewerker van NRCHandelsblad.