Overleven in Afghanistan

Pasen in Afghanistan: zeven NAVO-militairen worden op één dag bij aanslagen gedood. Op Goede Vrijdag sterft na een ongeluk met zijn pantservoertuig een Nederlandse sergeant. Het voorval gebeurt nabij Kamp Holland in Tarin Kowt, in de Zuid-Afghaanse provincie Uruzgan waar Nederlandse militairen onder moeilijke omstandigheden een missie uitvoeren die het midden houdt tussen oorlog en vrede.

Nederland en de NAVO staan voor een bijna onmogelijke opgave. Verliezen mag niet en winnen kan niet – zoveel is wel duidelijk na een periode van taaie strijd tegen Talibaan en Al-Qaeda. Bij ongewijzigde strategie kan de alliantie speelbal worden in een uitzichtloos conflict.

In een reportage in M, het maandblad van NRC Handelsblad, werd zaterdag geciteerd uit een vertrouwelijke studie over Uruzgan, opgesteld door een non-gouvernementele organisatie in Afghanistan. Nederlandse en andere NAVO-troepen voeren in naam oorlog tegen opstandelingen, maar zijn in werkelijkheid partij geworden in een stammenconflict waarin corrupte functionarissen van de door de NAVO gesteunde regering van president Karzai de bevolking in de armen van de Talibaan drijven. De studie waarschuwt voor „een mogelijke transformatie van de opstand in een volksbeweging’’.

De Talibaan is weer een machtsfactor van belang geworden. In Zuid-Afghanistan voert de NAVO momenteel Operatie Achilles uit, een offensief tegen Talibaan-strijders. Aan de operatie doen 5.500 NAVO-militairen mee, die er afgelopen zaterdag in slaagden de stad Sangin in Helmand te veroveren. Sommige NAVO-landen, waaronder de Verenigde Staten, willen meer troepen naar Afghanistan sturen. Niet voor de wederopbouw – die al tijden op het tweede plan staat – maar voor gevechtshandelingen. Dit is niet de juiste weg. De NAVO-missie dient in omvang beperkt te blijven. Het bondgenootschap moet zich niet in het soort guerrilla laten meezuigen waarin de Afghanen al zo lang bedreven zijn. Zie het militaire fiasco van de Sovjet-Unie twintig jaar geleden.

De aanpak van Nederland in Afghanistan kan wellicht als voorbeeld voor de NAVO dienen. De Nederlandse tactiek van het mijden van het gevecht – met succes eerder in Irak beoefend – werd afgelopen vrijdag beschreven in The New York Times. De commandant van de Nederlandse basis in Tarin Kowt, kolonel Van Griensven, vat in deze Amerikaanse krant kernachtig samen waarvoor zijn soldaten in Uruzgan zijn. „We zijn hier niet om de Talibaan te bestrijden, maar om de Talibaan irrelevant te maken.” Het is misschien niet zo heldheftig, maar verstandig is het wel.

De NAVO heeft zich ingegraven. Vanuit de schuttersput is het zicht beperkt. De alliantie is niet in Afghanistan om er te blijven. Laat staan om louter te vechten. Er zal diplomatie moeten worden bedreven: onderhandelen met de Talibaan met als doel bestuursverantwoordelijkheid. Tegelijk zal president Karzai onder druk moeten worden gezet om de corruptie te bestrijden. Internationaal zal meer moeten worden gedaan aan Afghanistans grootste buitenlandse probleem – Pakistan, van waaruit een eindeloze stroom strijders richting het Afghaanse front trekt.