Op Paasavond had God er duidelijk weinig zin in

Wat doet een mens met Pasen? Verrijzen uit de dood, eieren eten of naar de meubelboulevard. Of, zoals ruim duizend mensen en ik, naar de gebedsgenezing van koster Jan Zijlstra in Leiderdorp.

Jan Zijlstra is in de gebedsgenezing een minor celebrity aan het worden, want hij geneest in zijn kerk, de Levensstroom, de ene zieke na de andere. Een tijdje geleden was dat Janneke Vlot, een vrouw die jarenlang in een rolstoel had gezeten, en na bezwering in de Levensstroomkerk ineens opstond, liep en zelfs een soort dansje deed. Janneke Vlot stapte met dit verhaal naar diverse media, en daardoor is er nu elke eerste zondag van de maand, als Jan Zijlstra de gebedsgenezing doet, een file van rolstoelen in Leiderdorp. Allemaal mensen die ook eindelijk eens een dansje willen doen.

Zijlstra doet niet alleen rolstoelen, hij doet alles: kanker, zelfmutilatie, ADHD, migraine: iedereen met pijn kan zich melden bij de Levensstroomkerk. Zijlstra verklaart tijdens zijn preek stellig dat hij niet de genezer is; dat is God. En, zoals het God betaamt, geneest Hij alleen als Hij het wil.

Op Paasavond had God er duidelijk weinig zin in. Natuurlijk, er was een jongen met astma die, na handoplegging van Zijlstra, een rondje door de kerk rende. Maar ik had vroeger een vriendinnetje met astma, en die rende ook menig rondje. Behalve als ze een aanval had. Er was ook een vrouw met reuma die verklaarde dat de pijn haar lichaam prompt verliet toen Zijlstra haar aangeraakt had. Maar later in de gang hoorde ik haar tegen een kerkmedewerkster zeggen: „Ja, hier ben ik weer.” Kennelijk was ze vaste klant en was het wonder nooit echt geschied.

Iedereen in de kerkzaal had wel iets. Ook de modernere afwijkingen, die God pas recentelijk had uitgevonden, waren vertegenwoordigd: er was een vrouw met hitteallergie, een jongen met PDD-NOS en een adoptiekindje met reactieve hechtingsstoornis dat met zijn ouders om heling kwam vragen. In de kerk hing een gezellige sfeer. Veel mensen in de zaal staken hun handen uit naar de zieken op het podium, om ook een beetje te helpen genezen.

Maar niemand verrees uit zijn rolstoel. En ik zat in een hoekje en dacht mijn gebruikelijke gedachte die in gezelschap van gelovigen altijd tot mij komt: waarom verwachten jullie toch zoveel van degene die al deze narigheid voor jullie bedacht heeft?