‘Oekraïne staat aan de rand van het ravijn’

De president wil verkiezingen, de premier en het parlement willen die niet. Voorlopig is sprake van een patstelling. Parlementsvoorzitter Moroz over de oorlog in de Oekraïense politiek.

Hij sliep deze week in zijn parlement, „om avonturistische acties te voorkomen”. Dat de president speciale troepen stuurt, of de deuren dicht timmert. Parlementsvoorzitter Moroz regelde dat er zelfs op Pasen voldoende parlementariërs in Kiev zijn om snel een quorum te hebben.

Oleksandr Moroz (63) wil graag baas van de Verchovna Rada blijven, het Oekraïense parlement. Hij heeft alles te verliezen bij de nieuwe verkiezingen, die president Joesjtsjenko vorige week per decreet uitschreef voor 27 mei. Moroz’ krimpende Socialistische Partij biedt geen draagvlak voor behoud van het voorzitterschap, de derde post in de Oekraïense machtspiramide.

Voor het kunstmatige haardvuur van zijn antichambre zint Moroz op tegenstappen. Niemand wil voor onbezonnen doorgaan. „We staan aan de rand van het ravijn”, waarschuwt Moroz. „We moeten nu allemaal een stapje terug doen.”

Het probleem in Oekraïne schuilt in de grondwet: die werd haastig opgesteld en aangenomen tijdens de Oranje Revolutie van 2004 en is ambivalent. Iedereen doet dus maar wat. Moroz erkent „dat er grondwettig nog veel moet uitkristalliseren”. Het is de vraag of het Constitutionele Hof, dat vonnist bij conflicten tussen bestuursorganen, kan helpen. Dat Hof is diep verdeeld en slaagt er al maanden niet in een vonnis te vellen. Veel juristen delen Moroz’ twijfel over het grondwettige gehalte van Joesjtsjenko’s decreet. Zo negeert dat het artikel, dat bepaalt op welke gronden de president het parlement kan ontbinden. De vraag is evenwel of dat relevant is als het Constitutionele Hof geen vonnis kan wijzen.

De tijd dringt, beseft Moroz, want de president heeft een strakke deadline gezet om kandidatenlijsten in te leveren: 17 april. Het is een duivels dilemma: meedoen of boycotten? Moroz hoopt op het Hof. „De rechters moeten dag en nacht werken.” Maar wat als het Hof de president steunt? Moroz: „Daarover wil ik niet eens nadenken! Als zo’n vonnis onder druk of door chantage van rechters tot stand komt, behoud ik me het recht voor tot politiek verzet.”

Na tien maanden met zijn rug tegen de muur wist president Joesjtsjenko vorige week het initiatief te heroveren. Hij bleek zijn zaken minutieus te hebben voorbereid. Hij wiegde zijn vijanden in slaap door vlak voor een bezoek aan Moskou het parlement te ontbinden. Tevens liet hij twee maanden geleden stilletjes een nieuw staatsblad registreren om zijn decreet in te publiceren. De bestaande staatsbladen zijn in handen van het parlement en regering. De minister van Defensie, de geheime dienst en 24 van de 27 gouverneurs spraken meteen hun steun uit voor de president – zij waren wel voorbereid. En toen het parlement de Centrale Kiescommissie ontbond om verkiezingen onmogelijk te maken, bleken ze alleen terecht te kunnen bij een rechtbank vol Joesjtsenko-loyalisten.

De president denkt dat alleen verkiezingen de impasse kunnen doorbreken. Zijn decreet volgt op tien maanden loopgravenoorlog tussen de president enerzijds en premier Janoekovitsj en het parlement anderzijds. Dat blokkeerde keer op keer zijn kandidaten voor belangrijke posten. Voor Joesjtsjenko was de maat vol toen onlangs elf ‘oranje’ parlementsleden, in zijn ogen door chantage en omkoping, naar de vijand overliepen. Zijn vijanden schepten op spoedig 300 van de 450 zetels te controleren, genoeg om presidentiële veto’s te blokkeren en Joesjtsjenko irrelevant te maken.

Zijn premier Janoekovitsj en Moroz niet al te zeer geobsedeerd door het marginaliseren van de president? Moroz somt een lange serie wetten op om te bewijzen dat er wel degelijk werd geregeerd. Volgens hem stelde Joesjtsjenko de zaak op scherp omdat de coalitie van zijn tegenstanders Oekraïne de stabiliteit en economische groei bood die anderhalf jaar experimenteren met ‘Oranje’ niet bracht.

Moroz werd in juli parlementsvoorzitter, toen hij brak met de oranje partners met wie hij in de winter van 2004 in Kiev de vrieskou trotseerde uit protest tegen stembusfraude. Met Viktor Janoekovitsj en de communisten smeedde Moroz een ‘Anticrisis-Coalitie’. Verraad, zo vonden ook veel aanhangers. Maar volgens Moroz viel Oranje al uiteen toen Joesjtsjenko in september 2005 zijn premier Timosjenko ontsloeg. „Oranje heeft enorme verwachtingen gewekt, maar niets waargemaakt. Het ging om persoonlijke belangen, en een premier die haar ambt misbruikte voor persoonlijk gewin.”

Bij de verkiezingen van 2006 vlogen de voormalige oranje partners Joesjtsjenko en Timosjenko elkaar naar de keel, Moroz stond erbij en keek ernaar. Toen het lijmen van de oranje coalitie zich vervolgens drie maanden voortsleepte, vond hij het welletjes. „Een nieuwe coalitie zou weer ruzie en verlamming brengen.” Critici verwijten Moroz zijn persoonlijke ambitie boven principes te hebben gesteld: hij zou geobsedeerd zijn door de post van parlementsvoorzitter. Die gunde Oranje hem niet. Komen er toch nieuwe verkiezingen, dan is het twijfelachtig of Moroz de kiesdrempel nog haalt. In Kiev speculeert men dat zijn socialisten opgaan in de Partij der Regio’s van Janoekovitsj. Moroz verzekert echter geen plannen in die richting te koesteren.