Moet racisme mogen?

Zit er werkelijk iemand te wachten op een debat over de vraag of racisme gelegaliseerd moet worden? Dat schijnt zo te zijn. Meindert Fennema, hoogleraar politicologie, pleit al jaren voor de afschaffing van het verbod op haat zaaien tegen bevolkingsgroepen. Volgens hem heeft de Hoge Raad ten onrechte in 1999, en nogmaals na een herzieningsverzoek in 2003, wijlen de extreem-rechtse politicus Janmaat schuldig verklaard aan „het aanzetten tot discriminatie van mensen wegens hun ras” omdat hij leuzen had geroepen als „Eigen volk eerst”, „vol is vol” en „Nederland voor de Nederlanders”.

Nu gaat het mij niet om die, mogelijk betwistbare, veroordeling van Janmaat, maar om de vraag waarom dit nu ineens reden zou zijn de strafbaarstelling van racisme uit de wet te schrappen. Fennema heeft eerst in een interview in deze krant met Folkert Jensma en zondag in Buitenhof betoogd dat racisme moet worden toegestaan. Waarom is dit zo’n brandende kwestie?

De aanleiding is het optreden van het Kamerlid Wilders. Volgens Fennema wordt de politicus gedemoniseerd. Racisme moet dus worden toegestaan om te voorkomen dat anderen iemands uitlatingen als racistisch kunnen bestempelen.

Er bestaat zorg over Wilders’ vrijheid van meningsuiting. Terecht – Wilders wordt niet voor niets beveiligd. Maar hij wordt toch niet in zijn uitingsvrijheid belemmerd door het verbod op het zaaien van haat tegen bevolkingsgroepen? Ik dacht dat het fanatieke moslims waren die hem bedreigden. Nu vreest Fennema kennelijk dat het racismeverbod bedreigend is voor Wilders. Is die dan een racist? Ik denk niet dat Wilders blij moet zijn met deze vorm van steunbetuiging.

Blijkbaar zit Fennema met zichzelf in de knoop. Hij is uiteraard tegen discriminatie, belediging, uitsluiting, laat staan aanzetten tot geweld. Materieel is hij dus vóór de huidige strafbepalingen. Zolang maar duidelijk is dat je racist mag zijn. „Als je democraat bent, moet je zeggen dat racisme is toegestaan, maar rassendiscriminatie niet. Want dat gaat in tegen het principe dat iedereen gelijk is. Discriminatie als term moet je alleen gebruiken voor het handelingsperspectief”, stelt hij.

Hieruit blijkt een hopeloze spraakverwarring. Alsof er verschil bestaat tussen racisme en rassendiscriminatie.

Van Dale geeft drie omschrijvingen van racisme. 1. opvatting dat het ene ras superieur is aan het andere en, daaruit voortvloeiend, dat ten aanzien van het ene ras andere maatstaven kunnen (mogen) worden aangelegd dan ten aanzien van het andere (synoniem: rassenwaan). 2. discriminatie op grond van het ras. 3. uiting van rassenwaan.

De eerste twee betekenissen staan in het handelingsperspectief en dus moet racisme in die zin ook volgens Fennema verboden blijven. Alleen uitingen van rassenwaan verdienen immers in deze redenering legalisering door de wetgever. Tenzij die uitingen beledigend zijn, want daar is Fennema ook niet voor.

Nu dan, laat hem eens vertellen welke racistische uitingen niet beledigend zijn voor een bevolkingsgroep.

Zelf gaf hij in Buitenhof als voorbeeld de uitspraak: „Ik heb een hekel aan Marokkanen.” Een onzinnig voorbeeld, want het verbod op racisme tornt op geen enkele manier aan de toelaatbaarheid van deze uiting. De zin zegt namelijk niets over Marokkanen, alleen iets over de spreker zelf.

Breiden we de zin als volgt uit: „Ik heb een hekel aan Marokkanen omdat zij couscous eten.” Opnieuw zal de enige reactie een schouderophalen zijn. De uitspraak is hoogstens generaliserend of stompzinnig.

Maar de uitspraak „Ik heb een hekel aan Marokkanen, omdat zij allemaal potentiële moordenaars zijn” is beledigend en zet aan tot uitsluiting of geweld en behoort volgens de redenering van Fennema zélf strafbaar te blijven.

Het is volkomen toelaatbaar om te zeggen (een ander voorbeeld van Fennema): de islam is een achterlijk geloof en ik hou niet van een religie die oproept om vrouwen te slaan, et cetera. „Daar is rechtstatelijk niks mis mee.” Precies, er is echter wel iets mis mee als men moslims uitmaakt voor mensen die gepredisponeerd zijn tot het plegen geweld of andere strafbare feiten.

In geen van de drie betekenissen die Van Dale geeft, is racisme slechts een opvatting die, hoe kwalijk ook, beschermd moet worden door de vrijheid van meningsuiting, of een ideologische overtuiging, of een (pseudo-)wetenschappelijke hypothese. Nee, in alle betekenissen staat racisme in het ‘handelingsperspectief’ van belediging, discriminatie en aanzetten tot haat en geweld.

Fennema raakt verstrikt in innerlijke tegenspraken met zijn kunstmatig gecreëerde onderscheid tussen racisme en rassendiscriminatie. Hij is niet minder in verwarring over het verschil tussen beledigen en kwetsen. De vrijheid van meningsuiting omvat, zoals het Europees Hof voor de Rechten van de Mens herhaaldelijk heeft vastgesteld, ‘the right to offend’. Het maakt niet uit of een individu of groep zich gekwetst voelt door een uiting. Waar het om draait is de vraag met welke opzet een aanstootgevende uitlating is gedaan en met welke beoogde gevolgen. Wie zegt dat blanken superieur zijn aan zwarten, heeft altijd de bedoeling discriminatie van zwarten te rechtvaardigen.

Ik heb er geen probleem mee dat Fennema de veroordeling van Janmaat onterecht vindt. Mijn probleem is dat hij dit standpunt verdedigt met leugens. Zo verkondigde hij in Buitenhof dat de centrum-democraten indertijd geen demonstraties mochten houden. Maar de uitspraken op grond waarvan Janmaat is veroordeeld, zijn nu juist gedaan tijdens een (toegestane) demonstratie in Zwolle in 1996. De toenmalige burgemeester van Zwolle Franssen (VVD) gaf terecht geen gehoor aan verzoeken die demonstatie op grond van de openbare orde te verbieden. Dan zouden tegendemonstranten de demonstratievrijheid als zodanig onmogelijk maken. Ook Fennema’s aantijging dat de schandelijke aanslag op een bijeenkomst van Janmaat-aanhangers in 1986 waarbij diens vrouw verminkt raakte, door de media is verzwegen („de journalisten maakten daar geen woord aan vuil”) is onwaar. Er zijn vele woorden aan gewijd. Helaas is er vervolgens te weinig protest tegen die aanslag geweest.

Waarom die onwaarheden? Waarom die sofismen, die drogredenen, waarom die scholastieke non-discussie over de toelaatbaarheid van racisme? In wat voor bedompte debatten zijn wij terechtgekomen? Fennema, luister nog eens naar Bob Dylans Chimes of Freedom. Ik heb hem dat zondag in Amsterdam horen zingen – het was een broodnodig tegengif tegen uw deprimerende verdediging van het recht op racisme.