Islamofobie bedreigt eerlijke discussie

Een kind kan zien dat Geert Wilders tegen Turken en Marokkanen ageert – niet vanwege hun integratieproblemen, maar omdat ze moslim zijn, meent Mohamed Rabbae.

In de Integratiekaart 2006 presenteren het WODC en het CBS gegevens over de maatschappelijke positie van allochtonen (Turken en Marokkanen). Hun conclusie: „Gezien het voorafgaande is onze eindconclusie dat de sociaal-economische en sociaal-culturele positie van allochtonen op een enkel terrein hoopgevend is, maar dat op veel terreinen sprake is van een aanzienlijke achterstand”.

Als ik uit alle gegevens van de integratiekaart alleen de positieve feiten over de Turken en Marokkanen selecteer, kom ik tot het volgende, positievere beeld: de instroom van Turken en Marokkanen in het hoger onderwijs is de laatste tien jaar verdubbeld. Van de tweede generatie Turken en Marokkanen ontvangt 10 procent een uitkering – drie procentpunten lager dan het percentage uitkeringsontvangers uit autochtone kring. De politie registreerde in 2004 ruim 195.000 12- tot 65- jarige verdachten. Van hen was tweederde autochtoon. De conclusie uit deze en nog meer positieve gegevens kan niet anders zijn dan dat heel goed gaat met de Turken en Marokkanen.

In zijn column in Opinie & Debat van 1 april trekt Afshin Ellian uit dezelfde integratiekaart een andere conclusie: „De feiten spreken voor zich. De conclusie moet zijn: niet Wilders maar deze problemen moeten worden bestreden”.

Hoe komt hij tot deze merkwaardige conclusie? Door de feiten in omgekeerde richting te manipuleren. Alleen de problemen worden door hem geselecteerd en soms zelfs gecreëerd. Zo is voor hem de geboorte in Nederland van een Turk of een Marokkaan ook een probleem. Vanwege Ellians anti-islam fanatisme is elke analyse incompleet, als die zijn geliefde onderwerp buiten beschouwing laat.

Zonder enige moeite voegt hij aan de problemen van Turken en Marokkanen ook de „toenemende islamisering”, de „islamitische en multiculturele bedreiging” en de „terroristische dreiging” toe. Afshin Ellian, hoogleraar rechtswetenschappen, is meer rechts dan wetenschapper.

Hij heeft kennelijk deze manipulatie nodig om bij ondergetekende te komen. Immers, kortgeleden heb ik ervoor gepleit dat het Openbare Ministerie de discriminerende en haat zaaiende uitspraken over moslims die Wilders buiten de Tweede Kamer doet, actief moet analyseren en hem desnoods vervolgt.

Ellian stelt dat het met Wilders als politicus gedaan is als ik maar de problemen van Turken en Marokkanen wil zien en een overtuigende analyse van respectievelijk oplossingen voor de problemen had.

Maar die heb ik. In het kort: de Turkse en Marokkaanse jongeren zijn kinderen van gastarbeiders en niet van intellectuelen. Desondanks zijn veel van deze kinderen prominent aanwezig in alle sectoren van de maatschappij: van Ali B. in de muziek, Abdelkader Benali in de literatuur, Ibrahim Afellay in de sport tot Albayrak in de politiek.

Andere (hoog)opgeleide leeftijdgenoten worden door discriminatie op de arbeidsmarkt geblokkeerd in hun carrière. Weer anderen maken zich meer dan proportioneel schuldig aan crimineel gedrag en zijn meer dan proportioneel aanwezig in gevangenissen.

Deze nieuwe Nederlanders schitteren dus in zowel de positieve als in de negatieve sectoren. Het is in hun belang en dat van de samenleving dat wij hun instroom in de eerste categorie versterken en hun terugtocht uit de tweede versnellen. Daartoe moeten onorthodoxe maatregelen genomen worden.

Daarom heb ik tien jaar geleden het toenmalige kabinet gevraagd meer te investeren in schoolinternaten dan in jeugdgevangenissen. Hiermee kunnen wij de preventieve helpende hand bieden aan ouders die hun kinderen niet onder controle hebben.

Hetzelfde pleidooi heeft onlangs ook Ahmed Marcouch, voorzitter van het Amsterdamse stadsdeel Slotervaart gedaan. Het kabinet durft echter niet de bekende paden te verlaten.

Een kind – zo niet Ellian – kan zien dat Wilders tegen Turken en Marokkanen ageert – niet vanwege hun integratieproblemen, maar omdat ze moslim zijn. Zie zijn misdraging tegen Aboutaleb en Albayrak. Dit belemmert hun integratie. Daarom dienen hij en zijn geestverwante islamofoben, zoals Ellian, met alle democratische middelen ontmaskerd en bestreden te worden.

Mohamed Rabbae is oud-lid van de Tweede Kamer voor GroenLinks. Thans is hij voorzitter van ‘Genoeg is Genoeg’.

De column van Afshin Ellian kan worden nagelezen op www.nrc.nl/opinie