Iran heeft nu mogelijk 1.000 centrifuges

Iran heeft nu mogelijk 1.000 centrifuges geïnstalleerd voor het verrijken van uranium. Als de aanloopproblemen zijn opgelost, gaat de voltooiing van cascades steeds sneller.

Blufte de Iraanse president Ahmadinejad toen hij gisteren in Natanz bekend maakte dat Iran op industriële schaal uranium kan verrijken? Hij liet in het midden hoeveel centrifuges waren geïnstalleerd, maar journalisten begrepen van nucleair onderhandelaar Larijani dat het er inmiddels 3.000 waren. Dat moet een vergissing zijn: 3.000 is het aantal waarvoor de ondergrondse centrifugehal in Natanz maximaal ruimte heeft. Om precies te zijn 18 zogenoemde ‘cascades’ van 164 centrifuges.

Net als de hallen van Urenco in Almelo worden die van Natanz ‘modulair’ volgebouwd. In Iran worden ze opgetrokken en samengevoegd uit zelfstandige eenheden van 164 centrifuges. Nog in januari heeft Iran aan de VN-organisatie voor atoomenergie IAEA laten weten niet voor mei klaar te zijn met die 18 cascades. Het is niet aannemelijk dat de voltooiing opeens aanmerkelijk is versneld.

Op 17 februari stelde het IAEA vast dat er twee cascades van 164 in gebruik waren en dat twee andere bijna klaar waren. Maar het IAEA kan de vorderingen al ruim een jaar niet meer van dag tot dag controleren. Iran heeft de apparatuur voor remote monitoring afgesloten en het IAEA is aangewezen op incidentele inspecties. Vandaag zijn overigens twee IAEA-inspecteurs in Iran gearriveerd.

Al met al is het niet helemaal uitgesloten dat Iran zo’n 1.000 centrifuges heeft geïnstalleerd. Dat zou je industriële schaal kunnen noemen. Als de eerste aanloopmoeilijkheden onder de knie zijn gaat de voltooiing van de cascades steeds sneller. Pakistan, dat alles zelf moest oplossen, had in 1978 zijn eerste centrifuge aan het draaien en kon in 1981 al weapon’s grade uranium produceren. Dat is uranium waarin het gehalte splijtbaar U-235 is opgevoerd tot boven de 80 procent zodat het geschikt is voor een kernwapen.

De onafhankelijke Amerikaanse onderzoeker David Albright (isis-online.org), die geruime tijd sceptisch was over de Iraanse vorderingen, constateerde vorige maand dat de Iraanse centrifuges misschien toch beter werken dan werd aangenomen. Hij deed dat op grond van het door het IAEA geverifieerde verbruik aan uraniumhexafluoride in de cascades.

Iran heeft steeds beklemtoond niet verder te willen verrijken dan 3,5 procent, wat alleen nut heeft in kerncentrales. Iran zegt splijtstof te willen produceren om niet afhankelijk te zijn van buitenlandse leveranciers (zoals Rusland voor de centrale in Bushehr). Mocht het in weerwil van zijn ontkenningen toch besluiten te gaan verrijken tot 80 procent of meer dan kan dit doel binnen twee jaar bereikt zijn.

De centrifuges die Iran nu installeert worden aangeduid met P1 en ze zijn naar alle waarschijnlijkheid van Nederlands ontwerp, gebaseerd op de blauwdrukken die de Pakistaan dr. A.Q. Khan in 1974 en 1975 in Nederland kopieerde. Ultracentrifuge Nederland verkeerde toen net in de overgangsfase tussen de bouw van de aluminium CNOR-centrifuges en de stalen 4M-centrifuges. Na internationaal overleg werd besloten na 1976 stalen Duitse G2-centrifuges te gaan produceren. De P1 lijkt volgens Albright het meest op de 4M-centrifuge.